Les 1

Doelgericht is dat je weet welk doel je wilt halen.
Doorzettingsvermogen heb je nodig om je doel te behalen. 
Dat laatste is best lastig. Er zijn zoveel afleidingen en als het tegenzit en je diep in de leerkuil zit, zou je soms het liefst het bijltje erbij neergooien.
Organisatie.
Dingen volgens een bepaald systeem kunnen regelen of ordenen.
Volgehouden aandacht.
De aandacht erbij kunnen houden, ondanks afleidingen, vermoeidheid of verveling.
Flexibiliteit.
Plannen kunnen veranderen als iets niet lukt of als er tegenslagen zijn. Ook als er nieuwe informatie komt of er fouten gemaakt worden, kun je je plan aanpassen.
Timemanagement.
In kunnen schatten hoeveel tijd je hebt, hoe je die kunt indelen en hoe je je aan de tijd en deadlines kunt houden.
Emotieregulatie.
Soms is het nodig om emoties te laten afzakken. Zo kun je voorkomen dat de emoties je gedrag gaan beheersen. 
Leren omgaan met emoties is niet alleen het onder controle houden van je emoties. Het is ook je eigen emoties kunnen herkennen. Het is ook belangrijk dat je de emoties bij anderen kunt herkennen en hier goed op kunt reageren.
Metacognitie.
Een stapje terug kunnen doen om jezelf en de situatie te overzien, om te bekijken hoe je een probleem aanpakt. 
Terwijl je bezig bent met een taak, kun je nadenken over: wat wordt er van mij verwacht? Wat is het doel? Welke stappen moet ik zetten?
Na afloop van een taak, kun je bedenken hoe het ging: heb ik het doel bereikt en hoe heb ik de stappen doorlopen?
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
ProjectBasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Doelgericht is dat je weet welk doel je wilt halen.
Doorzettingsvermogen heb je nodig om je doel te behalen. 
Dat laatste is best lastig. Er zijn zoveel afleidingen en als het tegenzit en je diep in de leerkuil zit, zou je soms het liefst het bijltje erbij neergooien.
Organisatie.
Dingen volgens een bepaald systeem kunnen regelen of ordenen.
Volgehouden aandacht.
De aandacht erbij kunnen houden, ondanks afleidingen, vermoeidheid of verveling.
Flexibiliteit.
Plannen kunnen veranderen als iets niet lukt of als er tegenslagen zijn. Ook als er nieuwe informatie komt of er fouten gemaakt worden, kun je je plan aanpassen.
Timemanagement.
In kunnen schatten hoeveel tijd je hebt, hoe je die kunt indelen en hoe je je aan de tijd en deadlines kunt houden.
Emotieregulatie.
Soms is het nodig om emoties te laten afzakken. Zo kun je voorkomen dat de emoties je gedrag gaan beheersen. 
Leren omgaan met emoties is niet alleen het onder controle houden van je emoties. Het is ook je eigen emoties kunnen herkennen. Het is ook belangrijk dat je de emoties bij anderen kunt herkennen en hier goed op kunt reageren.
Metacognitie.
Een stapje terug kunnen doen om jezelf en de situatie te overzien, om te bekijken hoe je een probleem aanpakt. 
Terwijl je bezig bent met een taak, kun je nadenken over: wat wordt er van mij verwacht? Wat is het doel? Welke stappen moet ik zetten?
Na afloop van een taak, kun je bedenken hoe het ging: heb ik het doel bereikt en hoe heb ik de stappen doorlopen?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 1 Uitvinders

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we leren vandaag?

  • Je leert wat executieve functies zijn.
  • Je maakt kennis met het nieuwe project. We halen voorkennis op.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie kennen jullie al?
Uitvinders

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

uitvindingen
geen uitvindingen
papier
vuur
brood
klei
hond
bijl
water
glas
wiel
gras
goud
stoel
plastic

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reactie (of respons)-inhibitie
Je kunt nadenken voordat je iets doet.


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning / prioritering

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Werkgeheugen



Het werkgeheugen bepaalt wat voor nu belangrijk is, of voor later
Maar ook wat even niet belangrijk is. Met het werkgeheugen kan je dus informatie letterlijk bewerken. Het zorgt ervoor dat informatie uit het lange termijn geheugen op het juiste moment weer beschikbaar is. 
Als je ouder wordt, krijg je steeds meer te maken met moeilijkere opdrachten en uitleg, die je moet onthouden en uitvoeren. Je hebt hiervoor een goed werkend werkgeheugen nodig. 
Voor de korte termijn kun je wel geheugensteuntjes 'trucjes' leren. Maar uiteindelijk
moet je zelfstandig het werkgeheugen inschakelen en dit leren goed te gebruiken.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taakinitiatie
Taakinitiatie is de mogelijkheid om:
  1. Zonder een omweg aan een taak te beginnen
  2. Op tijd te beginnen 
  3. Op een efficiënte manier aan de slag te gaan.
    Het gaat hierbij vooral om taken die we minder fijn vinden en waar we ons echt toe moeten zetten.
Waar komt dit vaak door?
* De taak niet leuk vinden en liever andere dingen doen.
* Niet weten waar je moet beginnen aan de opdracht.  
* Moeite hebben met het vragen van hulp.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We vullen een vragenlijst over executieve functies in.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voordat we verder gaan met het onderwerp van dit project,
vullen we eerst deze Ik-cirkel in.

Hier staan executieve functies in die je de komende jaren hard nodig gaat hebben.

Vul het na de uitleg van alle blokjes zo eerlijk mogelijk in.
Iedere week komen we terug op deze cirkel. 
Wat gaat goed, wat kan beter, welke EF heeft aandacht nodig?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einstein, Da Vinci, Huygens en Tesla. Zomaar wat voorbeelden van uitvinders van vroeger.

• Denk je dat iedereen uitvinder kan worden? Waarom wel of niet?
• Zou jij uitvinder willen zijn? Waarom wel of niet?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leonardo Da Vinci is een bekende uitvinder van vroeger.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Schoolopdracht
Ga op zoek naar grote uitvinders in de boeken.
Vul het werkblad in met minimaal 10 uitvinders en hun belangrijkste uitvinding(en).

Slide 18 - Tekstslide

Benodigdheden:
Papier met lijntjes.