Verbintenissenrecht

Verbintenissenrecht
Oefenvragen
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerbintenissenrechtMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Verbintenissenrecht
Oefenvragen

Slide 1 - Tekstslide

In welk geval is er sprake van een eenzijdige rechtshandeling?
A
Bram koopt een fiets van Vincent.
B
Chris rijdt met zijn auto tegen het hek van zijn buren.
C
Alex maakt zijn testament.
D
Bernhard schenkt Govert een huis. Govert accepteert deze schenking.

Slide 2 - Quizvraag

Voor het opmaken van een testament is de wil van één persoon voldoende: degene die zijn nalatenschap wil laten regelen bij de notaris. Er is geen wilsovereenstemming met iemand anders nodig. Daarom noemen we dit soort rechtshandelingen een eenzijdige rechtshandeling.

Slide 3 - Tekstslide

Emma koopt via een internetwinkel een trui. Als Emma de trui ontvangt, is die niet wat ze ervan verwacht had. De trui blijkt niet goed te passen.
A
Zij kan de koopovk binnen 14 dagen na ontvangst van de bestelling ontbinden.
B
Zij kan niets doen. Retourneren kan alleen als het product niet in orde is.
C
Zij kan niets doen. Retourneren kan nooit bij bestellingen in een webshop.
D
Zij kan de koopovk binnen 7 dagen na ontvangst van haar bestelling ontbinden.

Slide 4 - Quizvraag

De verplichte maatregelen bij een overeenkomst op afstand zijn o.a.:
De consument heeft een bedenktijd van 14 dagen (afkoelperiode). De consument mag de overeenkomst binnen 14 dagen na ontvangst van de zaak ontbinden. Hij hoeft daarvoor geen redenen op te geven.  
Zie art. 6:230o BW.

Slide 5 - Tekstslide

Zeynep van 12 jaar koopt in een winkel een iPad van €600,-. Wat kun je zeggen over deze ovk?
A
De ovk is nietig. Er hoeft daarvoor geen actie te worden ondernomen.
B
De ovk is geldig. Er kan niets aan gedaan worden.
C
De ovk is ongeldig en vernietigbaar.
D
De ovk is geldig en vernietigbaar.

Slide 6 - Quizvraag

De rechtshandeling door een minderjarige is wel geldig, maar de rechtshandeling is vernietigbaar. Dat betekent dat de rechtshandeling ongedaan gemaakt kan worden door de wettelijke vertegenwoordiger (ouders/voogd). Zodra de wettelijke vertegenwoordiger de rechtshandeling vernietigd heeft, is die ongeldig geworden.

Slide 7 - Tekstslide

Wanneer wordt de koper eigenaar van de zaak als hij een pannenset op afbetaling (koa) of d.m.v. van huurkoop (hk) heeft gekocht?
A
Bij hk wordt de koper meteen eigenaar, bij koa pas als hij alle termijnen heeft betaald.
B
Bij beide wordt de koper meteen eigenaar.
C
Bij beide wordt de koper pas eigenaar als hij alle termijnen heeft betaald.
D
Bij koa wordt de koper meteen eigenaar, bij hk pas als hij alle termijnen heeft betaald.

Slide 8 - Quizvraag

Huurkoop: partijen komen overeen dat de verkochte zaak pas in eigendom overgaat na volledige betaling van de koopsom (inclusief rente) = eigendomsvoorbehoud.
Koop of afbetaling: partijen komen overeen dat de koopprijs achteraf wordt betaald in termijnen. De koper wordt meteen bij aflevering eigenaar. 

Slide 9 - Tekstslide

Johan koopt een auto van Pieter. Op de kilometerstand staat dat de auto 50.000 km gelopen heeft. Pieter heeft echter de km-stand teruggedraaid, want in werkelijkheid heeft de auto 150.000 km gelopen. O.g.v. welk wilsgebrek zou Johan de koopovk kunnen vernietigen?
A
misbruik van omstandigheden
B
dwaling
C
bedrog
D
bedreiging

Slide 10 - Quizvraag

Bedrog
Iemand ertoe brengen een bepaalde rechtshandeling te verrichten onder invloed van het opzettelijk geven van valse informatie of van verzwijging van juiste informatie of een andere truc.
Zie art. 3:44 BW.

Slide 11 - Tekstslide

Bij vertegenwoordiging zijn 3 partijen betrokken. Een van de partijen is de vertegenwoordigde. Hoe wordt deze ook wel genoemd?
A
principaal
B
agent
C
bemiddelaar
D
lasthebber

Slide 12 - Quizvraag

Bij elke vertegenwoordiging zijn drie partijen betrokken:

1. de vertegenwoordigde (de principaal): hij wordt vertegenwoordigd, hij verkrijgt de rechten en plichten
2. de vertegenwoordiger: hij vertegenwoordigt, dus is hij de tussenpersoon 
3. de wederpartij: degene die zaken doet met de vertegenwoordigde via de vertegenwoordiger/tussenpersoon

Slide 13 - Tekstslide

Hans koopt bij de winkel een mooie vaas. Afgesproken wordt dat Hans de vaas op zicht mee naar huis neemt en binnen 2 weken komt betalen. Na 3 weken heeft Hans de vaas nog steeds niet betaald. Welk recht zou de winkelier in dit geval kunnen uitoefenen?
A
retentierecht
B
recht van reclame
C
recht van parate executie
D
recht van endossement

Slide 14 - Quizvraag

Recht van reclame
Het recht van de verkoper om bij wanbetaling de verkochte zaak als zijn eigendom terug te eisen.  
Zie art. 7:39 e.v. BW.

Slide 15 - Tekstslide

Maartje betaalt per ongeluk 2 keer de rekening voor de geleverde elektriciteit aan Stekker bv. Op grond waarvan moet Stekker bv het ten onrechte betaalde bedrag terugstorten?
A
ongerechtvaardigde verrijking
B
onverschuldigde betaling
C
zaakwaarneming
D
onrechtmatige daad

Slide 16 - Quizvraag

Onverschuldigde betaling
Betaling zonder dat daar een juridische verplichting tegenover stond.
 Zie art. 6:203 BW.

Slide 17 - Tekstslide

De familie Beukers laat een nieuwe badkamer installeren door de Badkamermannen bv. Van wat voor soort arbeidsrelatie is er tussen deze twee partijen sprake?
A
arbeidsovereenkomst
B
overeenkomst tot aanneming van werk
C
overeenkomst tot opdracht
D
uitzendovereenkomst

Slide 18 - Quizvraag

Overeenkomst van aanneming van werk

Een overeenkomst waarbij de aannemer zich verbindt een bepaald stoffelijk werk tot stand te brengen voor een opdrachtgever, die zich verbindt daarvoor een overeengekomen prijs te betalen.
Zie art. 7:750 BW.

Slide 19 - Tekstslide

Jeroen sluit een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een brandverzekering, een levensverzekering en een ziektekostenverzekering af. In welk van deze gevallen is er sprake van een schadeverzekering?
A
arbeidsongeschiktheidsverzekering
B
levensverzekering
C
brandverzekering
D
ziektekostenverzekering

Slide 20 - Quizvraag

Schadeverzekering

Een verzekering die bedoeld is voor vergoeding van vermogensschade die de verzekerde zou kunnen lijden.
De schadeverzekering keert alleen uit bij schade. Ze keren dus niet uit als er geen schade is. 
Zie art. 7:944 BW

Slide 21 - Tekstslide

Selin sluit een autoverzekering, een reisverzekering, een overlijdensrisicoverzekering en een inboedelverzekering af. In welk van deze gevallen is er sprake van een sommenverzekering?
A
autoverzekering
B
reisverzekering
C
overlijdensrisicoverzekering
D
inboedelverzekering

Slide 22 - Quizvraag

Sommenverzekering
Een verzekering waarbij een bepaald bedrag wordt uitgekeerd, ongeacht de eventuele schade die de verzekerde heeft geleden.
De sommenverzekering hangt niet af van eventuele schade. De uitkering is een vaste som, een vast bedrag. Dat bedrag wordt uitgekeerd op een bepaalde datum of op een bepaalde leeftijd.
Zie art. 7:964 BW. 

Slide 23 - Tekstslide

Wat is juist over verbintenissen?
A
Verbintenissen hebben zaaksgevolg.
B
Verbintenissen vormen een gesloten systeem.
C
Verbintenissen beschrijven de zeggenschap over een goed.
D
Verbintenissen hebben relatieve werking.

Slide 24 - Quizvraag

Absolute rechten gelden ten opzichte van iedereen. Relatieve rechten gelden ten opzichte van één of meer bepaalde personen. Een verbintenis werkt alleen tussen schuldeiser en schuldenaar. Anderen staan daar buiten. In elke verbintenis vinden we een relatief recht tegenover een (relatieve) plicht.

Slide 25 - Tekstslide

Jasper (13) is met zijn broer Ruud (16) aan het voetballen op straat. Per ongeluk beschadigen de jongens de geparkeerde auto van hun buurman. Wie is aansprakelijk voor de schade aan de auto?
A
De buurman is aansprakelijk.
B
De ouders zijn voor Jasper aansprakelijk, Ruud is zelf aansprakelijk.
C
Jasper en Ruud zijn zelf aansprakelijk.
D
De ouders van Jasper en Ruud zijn voor beide aansprakelijk.

Slide 26 - Quizvraag

Risicoaansprakelijkheid
Kind van 0 tot en met 13 jaar: De ouders zijn altijd aansprakelijk voor de onrechtmatige handelingen van hun kinderen, ook al hebben zij alles gedaan om daaraan geen schuld te hebben. Deze vorm van aansprakelijkheid noemen we risicoaansprakelijkheid. Het kind zelf is niet aansprakelijk.
Kind van 16 jaar of ouder: de ouders zijn niet meer aansprakelijk. De jongere is alleen zelf aansprakelijk.
Zie. art. 6:169 BW.

Slide 27 - Tekstslide

Een advocaat en een aannemer in de bouw hebben beiden verbintenissen om hun arbeid te leveren. Welke stelling is juist?
A
Beiden hebben een resultaatverbintenis
B
Beiden hebben een inspanningsverbintenis.
C
De advocaat heeft een resultaatverbintenis. De aannemer heeft een inspanningsverbintenis.
D
De aannemer heeft een resultaatverbintenis. De advocaat heeft een inspanningsverbintenis.

Slide 28 - Quizvraag

Resultaatsverbintenis: Een verbintenis waarbij er alleen sprake is van nakoming indien een bepaald afgesproken resultaat is bereikt.
Inspanningsverbintenis: Een verbintenis waarbij er sprake is van nakoming indien de schuldenaar zich voldoende heeft ingespannen om een bepaald resultaat te bereiken.

Slide 29 - Tekstslide

Oom Charles geeft jaarlijks € 5.000,- aan zijn neef Bobby omdat Bobby hem zo goed helpt met de belastingaangifte. Is dit een overeenkomst om baat of een overeenkomst om niet?
A
overeenkomst om baat
B
overeenkomst om niet

Slide 30 - Quizvraag

Overeenkomst om niet
Een overeenkomst waarbij tegenover de prestatie van de ene partij geen reële tegenprestatie staat van de andere partij.

Slide 31 - Tekstslide

Einde

Slide 32 - Tekstslide