15.2 vetten

15.2 vetten en fosfolipiden
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

15.2 vetten en fosfolipiden

Slide 1 - Tekstslide

wat gaan we doen vandaag?
- tweede groep biomoleculen: vetten 
behandelen en hiermee oefenen
- kijken naar het celmembraan (heeft soortgelijke structuur)

Slide 2 - Tekstslide

aan het einde van de les kun je
- Tabel 67G aflezen 
- een vet opstellen met glycerol en drie vetzuren 
- verschil herkennen on/verzadigde vetten

- structuur van het celmembraan uitleggen

Slide 3 - Tekstslide

Vetten
Bestaan uit glycerol = propaan-1,2,3-triol, en drie vetzuren (welke haal je uit de tekst).
Tabel 67G 1 en 2

Slide 4 - Tekstslide

Vetten
 3x een ester vormen (met de OH en de zuurgroep)
ALTIJD GOED DE C's TELLEN

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Tip:
In 67G1 staat een soort samenvatting van hoe het werkt met vetten

Slide 8 - Tekstslide

Vetten
Zijn hydrofoob (veel CH bindingen en geen OH of NH2 of COOH groepen voor H-bruggen) 

Slide 9 - Tekstslide

Onverzadigde vetten en verzadigde vetten
onverzadigde vetten hebben tenminste 1 vetzuur met C=C
verzadigde hebben geen C=C

Je kunt van een onverzadigde een verzadigde maken door de C=C te laten reageren met waterstof naar C-C (additie)

Slide 10 - Tekstslide

Onverzadigde vetten en verzadigde vetten
onverzadigd zijn 'gezonde' vetten

verzadigde vetten zijn bij kamertemp vast 

Slide 11 - Tekstslide

essentiële vetzuren
- kan je lichaam niet maken maar die moet je eten. (olie/noten/vis)

Slide 12 - Tekstslide

vertering
- lipase zet vetten om
- er ontstaan vetzuren = pH daalt

Slide 13 - Tekstslide

fosfolipiden 
belangrijk bij celmembraan

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

gelijkenissen
- glycerol
- 2 vetzuren aan glycerol
- 1 OH van glycerol zit aan fosfaat groep en hydrofiele kop

Slide 19 - Tekstslide

gelijkenissen
knik komt door C=C (cis)

knik is belangrijk! 
VdW kracht gaat omlaag (vetzuren liggen niet strak tegen elkaar)
membraan kan vervormen = belangrijk voor transport van moleculen door membraan

Slide 20 - Tekstslide

maak een vet uit
glycerol en 3 moleculen stearinezuur 

glycerol en 2 moleculen oliezuur en 1 linolzuur (volgorde maakt niet uit)

Slide 21 - Tekstslide

weektaak
18, 19, 21, 24, 26 

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide