Herhalen formuleren

Herhalen Formuleren
- Foutieve samentrekking
- Foute verwijswoorden
- Foutieve beknopte bijzin
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Herhalen Formuleren
- Foutieve samentrekking
- Foute verwijswoorden
- Foutieve beknopte bijzin

Slide 1 - Tekstslide

Samentrekking
Ik heb een dynamo en ik heb een achterlicht gekocht.

-->

Ik heb een dynamo en een achterlicht gekocht.

Slide 2 - Tekstslide

3 Voorwaarden goede samentrekking:
1. De woorden hebben dezelfde grammaticale functie (ow/ pv /lv /mv etc)
2. De woorden hebben hetzelfde getal (enkelvoud, meervoud)
3. De woorden hebben dezelfde betekenis (zinsdeel, woordsoort).
> Check de zinnen altijd op deze drie punten om te zien of de samentrekking klopt of niet.

Slide 3 - Tekstslide

Mevrouw Van der Wal heeft veel vrijwilligerswerk gedaan en daarvoor op Koningsdag een lintje gekregen.
A
Goede samentrekking
B
Foutieve samentrekking (getal)
C
Foutieve samentrekking (functie)
D
Foutieve samentrekking (betekenis)

Slide 4 - Quizvraag

Marcel heeft zijn vriendin gefeliciteerd en een cadeau gegeven.
A
Goede samentrekking
B
Foutieve samentrekking (getal)
C
Foutieve samentrekking (functie)
D
Foutieve samentrekking (betekenis)

Slide 5 - Quizvraag

Paul is ziek en naar huis gegaan.
A
Goede samentrekking
B
Foutieve samentrekking (getal)
C
Foutieve samentrekking (functie)
D
Foutieve samentrekking (betekenis)

Slide 6 - Quizvraag

Thomas kreeg een telefoon en een playstation cadeau.
A
Goede samentrekking
B
Foutieve samentrekking (getal)
C
Foutieve samentrekking (functie)
D
Foutieve samentrekking (betekenis)

Slide 7 - Quizvraag

Ik zet koffie en het op tafel. Waarom is deze samentrekking fout?

Slide 8 - Open vraag

Zijn broek kostte tachtig euro, maar vind ik niet mooi.
Waarom is deze samentrekking fout?

Slide 9 - Open vraag

Foute verwijswoorden
Wat wordt er vaak fout gedaan?
- Verwezen naar het andere woordgeslacht (m, v of o)
- Wat/dat
- Verwijsfouten met dingen/dieren en mensen
- Hen/hun

Slide 10 - Tekstslide

Het spannendste boek ... Roos ooit gelezen heeft, is Boy 7 van Miriam Mous.
A
dat
B
wat
C
die
D
wie

Slide 11 - Quizvraag

Bourgogne, de streek rond de stad Dijon, is bekend om ... wijnproductie
A
hun
B
zijn
C
haar
D
hen

Slide 12 - Quizvraag

Het instituut ... steun verleent aan blinden en slechtzienden, heet Bartiméus.
A
die
B
dit
C
dat
D
wat

Slide 13 - Quizvraag

Kan de politie een agent ... zo veel klachten zijn, niet beter ontslaan?
A
over wie
B
waarover
C
over wat
D
over die

Slide 14 - Quizvraag

Rijkswaterstaat is een ministerieel agentschap ... de rijkswegen beheert.
A
wie
B
wat
C
die
D
dat

Slide 15 - Quizvraag

Mijn vriendinnen wilden dat ik vanmiddag met ... een terrasje zou pakken
A
zij
B
hij
C
hen
D
hun

Slide 16 - Quizvraag

Zodra jullie dit formulier hebben ingevuld, moeten jullie ... retourneren
A
die
B
deze
C
het
D
haar

Slide 17 - Quizvraag

De kleintjes mochten bij de Sint op schoot en Piet gaf ... een cadeautje
A
hen
B
hun
C
haar
D
hem

Slide 18 - Quizvraag

Maak zelf een zin met een fout verwijswoord erin.

Slide 19 - Open vraag