NT2 carnaval

 Carnaval


1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

 Carnaval


Slide 1 - Tekstslide

Wat is carnaval?
  • Katholiek feest 
  • 4 dagen  
  • februari/maart (VRIJ)

Slide 2 - Tekstslide

Carnaval
carne vale, wat “afscheid van het vlees”


Slide 3 - Tekstslide

Vasten
  • 40 dagen vasten tot pasen. 

  • Geen vlees, eieren, melk (zuivel)
  • Geen alcohol, feest en luiheid 

Slide 4 - Tekstslide

feest voor de stilte
Nog 1 keer feesten voor het vasten/ stilte.

Slide 5 - Tekstslide

Begin van de lente

Slide 6 - Tekstslide

Wat betekent het woord carnaval?
A
Vaarwel feest
B
Vaarwel bier
C
Vaarwel vlees
D
Vaarwel

Slide 7 - Quizvraag

In welke maand(en) wordt meestal carnaval gevierd?
A
December
B
Februari
C
Maart
D
April

Slide 8 - Quizvraag

Hoe lang duurt carnaval?
A
1 week
B
3 dagen
C
2 dagen
D
4 dagen

Slide 9 - Quizvraag

Vanuit welk geloof is carnaval ontstaan?
A
Protestantse geloof
B
Katholieke geloof
C
Hindoeïsme
D
Islam

Slide 10 - Quizvraag

Welke periode komt na carnaval?
A
Uitkateren
B
Bidden
C
Vasten
D
Naar de kerk gaan

Slide 11 - Quizvraag

Hoe lang duurt de vastenperiode na carnaval?
A
30 dagen
B
40 dagen
C
45 dagen
D
60 dagen

Slide 12 - Quizvraag

Met welk feest wordt de vastenperiode na carnaval afgesloten?
A
Pasen
B
Hemelvaart
C
Pinksteren
D
Kerst

Slide 13 - Quizvraag

Waar vieren ze carnaval?
  • Het zuiden (Brabant en Limburg)
  • Waar veel katholieken wonen
  • Andere landen zoals België, Brazilië

Slide 14 - Tekstslide

Wat doe je met carnaval?
  • Feest vieren
  • Lekker eten en drinken (bier)
  • Hossen (dansen) en zingen op carnavalsmuziek
  • Polonaise
  • Gek! 

Slide 15 - Tekstslide

Hossen en polonaise

Slide 16 - Tekstslide

Wat doe je aan met carnaval?
  • Verkleden
  • Pruik
  • Masker
  • Schminken
  •  Zo gek mogelijk

Slide 17 - Tekstslide

Oeteldonk (Den Bosch)

  • Speciale kleuren en jas --> anders kom je niet binnen! 
  • Geen verkleedkleren 
  • Oetel = Kikker
  • Donk = Moeras 
  • GEEL, WIT, ROOD

Slide 18 - Tekstslide

Lampegat  (Eindhoven)
  • Philips (lampen)
  •  Eindhoven de gekste! 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

De optocht

Slide 21 - Tekstslide

Welke stad heet
Oeteldonk?
A
Oosterhout
B
Bavel
C
Eindhoven
D
Den Bosch

Slide 22 - Quizvraag

Welke stad heet
Lampegat?
A
Klundert
B
Best
C
Oudenbosch
D
Eindhoven

Slide 23 - Quizvraag

Tijdens carnaval wordt het bestuur van de stad overgedragen aan de burgers. De stad krijgt dan ook tijdelijk een andere naam.
Plaats de juiste naam op de juiste stad
Eindhoven
Den Bosch
Tilburg
Goes
Maastricht
Groenlo
Zwolle
Leeuwarden
Amsterdam
Egmond aan Zee
Gròòtgragtegat
Oeteldonk
Lampegat
De naam verwijst naar de gloeilampenfabriek in de stad
Kruikenstad
Vroeger plasten de inwoners van deze stad in kruiken. Die urine werd in de textielindustrie gebruikt om wol mee te wassen.
Grolle
Sassendonk
Mestreech
Jutterdonk
Hanzehat
Galgendonck

Slide 24 - Sleepvraag

Groet met carnaval
ALAAF!

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Waarom vieren we carnaval?
A
Omdat het leuk is
B
Om te feesten voor het vasten
C
Omdat het traditie is
D
Om de Prins zijn verjaardag te vieren

Slide 27 - Quizvraag

Hoe heet dansen met carnaval?
A
hoppen
B
dancing
C
gewoon dansen
D
hossen

Slide 28 - Quizvraag

Wat zie je met carnaval?
A
de zon
B
gekke mensen
C
de docent
D
veel auto's

Slide 29 - Quizvraag

Wat is dit?
A
de optocht
B
de prins
C
de confetti
D
de polonaise

Slide 30 - Quizvraag

Wie is dit?
A
de burgemeester
B
mijn broer
C
de prins
D
de boer

Slide 31 - Quizvraag



Wat drink je met carnaval?
A
water
B
bier
C
wijn
D
cola

Slide 32 - Quizvraag


Hoe groet je met carnaval?
A
Houdoe!
B
Ajuus!
C
Alaaf!
D
Allemaalgek!

Slide 33 - Quizvraag

Carnaval
Maak jouw outfit voor carnaval! 
Sleep de verschillende items naar jouw figuurtje.

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

het feest                     de confetti                  de pruik
het bier                        de serpentine            zingen
de ballon                     verkleden                    de raad van 11
de optocht                  schmink                       vasten
het masker                  de polonaise             de prins
alaaf                               de muziek                   de fanfare
gek  doen                     de wagen                    hossen  

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video