Week 12 les 1 en 2

Bonjour!!!!
On commence dans.....
Aan het einde van deze les ....
  • .... Kan ik iets vertellen over de Franse filmwereld.
  • ...  Heb ik nieuwe woorden in mijn persoonlijke woordenlijst gezet.
  • .... Kan ik werkwoord mettre vervoegen

1.   De les duurt 45 min 
2.  Je hebt nodig: laptop; lesson up app, schrift, pen
3.  Je mobiel zit in de kluis, je spullen liggen op je tafel, je let op wanneer de docent wil beginnen
timer
1:00
La semaine 12: mardi le dix-sept et mercredi le dix-huit mars
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Bonjour!!!!
On commence dans.....
Aan het einde van deze les ....
  • .... Kan ik iets vertellen over de Franse filmwereld.
  • ...  Heb ik nieuwe woorden in mijn persoonlijke woordenlijst gezet.
  • .... Kan ik werkwoord mettre vervoegen

1.   De les duurt 45 min 
2.  Je hebt nodig: laptop; lesson up app, schrift, pen
3.  Je mobiel zit in de kluis, je spullen liggen op je tafel, je let op wanneer de docent wil beginnen
timer
1:00
La semaine 12: mardi le dix-sept et mercredi le dix-huit mars

Slide 1 - Tekstslide

Au programme
1. Vragen? Overhoren apprendre 10
2. nakijken ex. 24,25,26
3. Lesson up herhaling of leren voor toets
4. ZF: leren
5. Devoirs: ler. voor de toets

Slide 2 - Tekstslide

schrijf op: de oude bureaus

Slide 3 - Open vraag

Schrijf in het Frans: het mooie huis

Slide 4 - Open vraag

wat betekent METTRE?

Slide 5 - Woordweb

Kies de juiste Nederlandse vertaling:
nous mettons
A
wij trekken aan
B
jullie zetten
C
wij hebben gelegd

Slide 6 - Quizvraag

Kies de juiste Nederlandse vertaling:
ils ont mis
A
zij zetten
B
zij hebben gezet
C
zij nemen
D
zij hebben genomen

Slide 7 - Quizvraag

Vertaal de vorm in het Frans:
ik zet/leg

Slide 8 - Open vraag

Vertaal de vorm in het Frans:
jullie trekken aan

Slide 9 - Open vraag

Vertaal de vorm in het Frans:
hij heeft gezet

Slide 10 - Open vraag

Vertaal de vorm in het Frans:
zij hebben gezet

Slide 11 - Open vraag

Je weet hoe/waar je verder kunt oefenen!
Libre Service Grammaire Extra
Verbuga.eu


Slide 12 - Tekstslide

Maar nu eerst  gramma II
Het bijvoeglijk naamwoord!
( maar dan de bijzondere gevallen.....)

Slide 13 - Tekstslide

UN PETIT GARÇON betekent:
A
een grote jongen
B
een klein meisje
C
een kleine jongen
D
twee kleine jongens

Slide 14 - Quizvraag

EEN KLEIN MEISJE in het Frans is:
A
une petit fille
B
une petite fille
C
une petits fille
D
une petites filles

Slide 15 - Quizvraag

VORMEN - weet je het nog?

un                petit                vélo
une             petite             table
deux          petits              vélos
deux          petites           tables!

Slide 16 - Tekstslide

Hoofdregel:
het bijvoeglijk naamwoord komt in Frankrijk meestal VOOR / ACHTER het zelfstandig naamwoord
A
voor
B
achter

Slide 17 - Quizvraag

exemples
une question intéressante
un prof intelligent
des routes dangereuses
des livres difficiles

Slide 18 - Tekstslide

Welke bijvoeglijk naamwoorden komen er ook alweer VÓÓR?
Rijmpje.... (p.131)

(mooi, goed, leuk/mooi)                       beau -   bon -   joli 
(groot, lang, klein)                                   grand - long -  petit
(jong, oud, nieuw)                                   jeune - vieux - nouveau
(dik, slecht, hoog)                                   gros -   mauvais - haut

Slide 19 - Tekstslide

Maar in U3 gaat het meer over speciale VORMEN!
Je wist al: 
- e, blijft  -e in vrl ev:    un livre rouge; une pomme rouge
- s, blijft -s in meervoud:    un livre anglais; deux livres anglais
- x, blijft -x in meervoud:    un vieux livre; deux vieux livres
 
Maar op p.102 staan nog meer aparte vormen. 

Slide 20 - Tekstslide

Kies de juiste vorm:
une pomme (rood)
A
rouge
B
rougée
C
rougee

Slide 21 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
deux (goede) films (=mnl)
A
bon
B
bons
C
bonnes

Slide 22 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
un (oude) ami
A
vieux
B
vieille
C
vieil

Slide 23 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
une dame (witte)
A
blanc
B
blancs
C
blanche
D
blanches

Slide 24 - Quizvraag