2.4 V4 - DNA: het besturingssysteem van de cel

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

V4 Onderzoek
Vergeet niet... de inleverdatum van het verslag is de vrijdag voor de kerstvakantie (24 december).

Kijk in Teams - ik heb een bericht geplaatst met o.a. de link naar de richtlijnen als herinnering. 


Slide 2 - Tekstslide

Leervragen
Aan het eind van de les kan je op de volgende vragen antwoord geven:
- Hoe maakt een cel eiwitten met behulp van DNA en RNA? (dit kan je beantwoorden met help van de BiNaS)
- Hoe vervoert een cel eiwitten binnen en buiten de cel?

Termen:
nucleïnezuren, helixstructuur, basenparing, nucleotide, enkelstrengs en dubbelstrengs DNA, chromosomen, RNA, genetische code, aminozuur, transcriptie, translatie, mRNA, triplet, codon, coderende streng, template-/matrijsstreng, startcodon, stopcodon, transportblaasjes, lysosomen, eiwitsynthese

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Leervragen
Aan het eind van de les kan je op de volgende vragen antwoord geven:
- Hoe maakt een cel eiwitten met behulp van DNA en RNA? (dit kan je beantwoorden met help van de BiNaS)
- Hoe vervoert een cel eiwitten binnen en buiten de cel?

Termen:
nucleïnezuren, helixstructuur, basenparing, nucleotide, enkelstrengs en dubbelstrengs DNA, chromosomen, RNA, genetische code, aminozuur, transcriptie, translatie, mRNA, triplet, codon, coderende streng, template-/matrijsstreng, startcodon, stopcodon, transportblaasjes, lysosomen, eiwitsynthese

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Transcriptie vindt plaats langs welke DNA streng?
A
coderende streng
B
template streng

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Uit welke onderdelen bestaat een DNA nucleotide?
A
fosfaatgroep en stikstof base
B
fosfaatgroep, stikstofbase en suikermolecuul
C
OH-groep en fosfaatgroep
D
adenine, guanine, cytosine en thymidine

Slide 14 - Quizvraag

Transcriptie is het proces waarbij ... wordt omgezet in ...
A
DNA -> mRNA
B
mRNA -> eiwit
C
pre-mRNA -> mRNA
D
eiwit -> mRNA

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Extra oefenvragen!

Slide 20 - Tekstslide

Bij het maken van een speekseleiwit gebeuren er veel stappen. Zet de volgende stappen in de juiste volgorde (1,2,3...):
A) Het mRNA verlaat de celkern.
B) In een ribosoom vindt translatie van het mRNA plaats.
C) In het golgi-systeem wordt het product ingepakt.
D) Transcriptie van de template streng.
E) Het speekselenzym verlaat de cel.

Slide 21 - Open vraag

De stikstofbases C en G zijn altijd complementair aanwezig in DNA. Waarom?
A
dit wordt geregeld tijdens DNA-replicatie
B
er zijn drie H-bruggen mogelijk
C
er zijn twee H-bruggen mogelijk
D
dit wordt geregeld tijdens mitose

Slide 22 - Quizvraag

Maak de dubbele streng van het DNA molecuul compleet

Slide 23 - Sleepvraag

Welk stuk RNA moet er bij de transcriptie van dit DNA gemaakt worden?
Kies de juiste. 
C
C
A
T
G
C
C
A
U
G
G
G
T
A
C
G
G
U
A
C

Slide 24 - Sleepvraag

Wat is een gen?

Slide 25 - Open vraag

Noem drie verschillen tussen RNA en DNA

Slide 26 - Open vraag

Met behulp van de Binas-tabel: uit welke aminozuren bestaat de volgende code?

CUAUGCGAACGUAGACGA

Slide 27 - Open vraag

Een onderzoeker wil een bepaald enzym veranderen door op een bepaalde plaats in het enzymmolecuul het aminozuur methionine te vervangen door arginine. Het blijkt dat dit mogelijk is door in het DNA in de template streng (= matrijsstreng) één nucleotide te vervangen. Welk nucleotide in de template streng moet hij dan vervangen?
A
een nucleotide met adenine
B
een nucleotide met cytosine
C
een nucleotide met guanine
D
een nucleotide met uracil

Slide 28 - Quizvraag

Leervragen
Aan het eind van de les kan je op de volgende vragen antwoord geven:
- Hoe maakt een cel eiwitten met behulp van DNA en RNA? (dit kan je beantwoorden met help van de BiNaS)
- Hoe vervoert een cel eiwitten binnen en buiten de cel?

Termen:
nucleïnezuren, helixstructuur, basenparing, nucleotide, enkelstrengs en dubbelstrengs DNA, chromosomen, RNA, genetische code, aminozuur, transcriptie, translatie, mRNA, triplet, codon, coderende streng, template-/matrijsstreng, startcodon, stopcodon, transportblaasjes, lysosomen, eiwitsynthese

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide