Visievorming zwerfafval
Probleemschets zwerfafval
Hoe SMART formuleren
Tools: uitdagingen en doel
Organisatie: uitdagingen en doel
Proces: uitdagingen en doel
Inwoners: uitdagingen en doel
Financieel: uitdagingen en doel
3
Inhoud
Wat is de grootste uitdaging kijkend naar de organisatie?
Stip op de horizon: Hoe zou de organisatie moeten zijn?
Hoe pak je hotspots aan?
Een effectieve hotspotaanpak is breed. Het is belangrijk om alles aan te pakken en niet bijvoorbeeld alleen in te zetten op extra handhaven of communicatie.
4
Bijplaatsingen
Hoe pak je hotspots aan?
Een effectieve hotspotaanpak is breed. Het is belangrijk om alles aan te pakken en niet bijvoorbeeld alleen in te zetten op extra handhaven of communicatie.
4
Bijplaatsingen
5
Bijplaatsingen
Hoe organiseer je een hotspotaanpak?
Zorg voor een trekker.
Formeer een projectgroep met vertegenwoordiging van beleid, communicatie, handhaving, inzameling en beheer.
Breng de hotspots met elkaar in kaart.
Kies op basis daarvan één of twee pilotplekken.
Formeer werkgroepen rond de pilots waarin vooral uitvoerende en gebiedsgerichte functies (wijkregisseur) vertegenwoordigd zijn
Maak om te beginnen samen een rondje langs de containers: wat is de staat van de containers en de omgeving?
Ga met het een breed team een rondje langs de deuren en bevraag bewoners.
Maak samen een analyse van de wijk.
Zorg dat de basis op die plek in orde is.
Zorg voor een nulmeting om daarna de resultaten te kunnen meten.
Bepaal vervolgens de gedragsinterventies met de grootste slagingskans.
Spreek met elkaar een werkwijze tijdens de pilot af.
Maak de resultaten meetbaar. Houd het aantal bijplaatsingen (frequentie en hoeveelheid) bij.
Beschrijf als projectgroep de werkmethodiek voor de aanpak van hotspots die ook op andere hotspots ingezet kan worden.
Check de dienstverleningsafspraken met de afvalinzamelaar en beheerder op afspraken hierover.
Als dit onvoldoende is, zorg dan voor plusafspraken in de nieuwe dienstverleningsovereenkomst.
6
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Voor de aanpak van bijplaatsingen zal er onderscheid gemaakt moeten worden in de sociale cohesie in de wijken. Als bij de gemeente niet bekend is welk niveau van sociale cohesie van een wijk heeft, dan zal de gemeente eerst hier onderzoek naar moeten doen. De Scanlon-Monash Index of Social Cohesion (SMI) laat zien hoe een wijk scoort op vijf belangrijke indicatoren van sociale cohesie: erbij horen, waarde, sociale rechtvaardigheid, participatie en acceptatie.
Bijplaatsingen vinden regelmatiger plaats in wijken met lage tot gemiddelde sociale cohesie.
- Lage sociale cohesie: geen verbinding tussen bewoners in een wijk, weinig tot geen aandacht voor elkaar, ‘iedereen zoekt zelf maar uit wat hij doet’.
- Matige sociale cohesie: matige verbinding tussen bewoners in een wijk, enkel wijkinitiatief, deelbewoners heeft enig contact met elkaar, toch worden mensen niet/nauwelijks aangesproken op ‘verkeerd’ gedrag door bewoners.
Gemiddelde sociale cohesie: iets meer verbinding tussen bewoners, enkele wijkinitiatieven, er wordt iets meer gegroet tussen bewoners op straat, iets meer persoonlijk contact, enkele bewoners zullen anderen aanspreken op norm overschrijdend gedrag.
Gedragsinterventies
Op elk niveau van sociale cohesie zal er een andere aanpak nodig zijn. Hieronder staan gedragsinterventies
ingedeeld op de sociale cohesie niveaus.
Lage sociale cohesie
Bewoners voelen zich niet verbonden met elkaar en de wijk
• (Perceptie van) handhaven
• Faciliteer in (extra) voorzieningen voor (grof) afval
• Afvallocaties duidelijker maken/eenvoudiger voor goed gedrag
7
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Matige sociale cohesie
Bewoners voelen zich enigszins verbonden met elkaar en de wijk
• Eigenaarschap verhogen, bijv. adoptie, personaliseren afvalbak, betrekken school
• Placemaking, bijv. plaatsen bloembakken, community art, sport- of speltoestel, kunstobject
• Inzet autoriteit, bijv. imam
• Inzet afvalcoaches
Gemiddelde sociale cohesie
Bewoners voelen zich iets sterker verbonden met elkaar en de wijk
• Lokale helden bijv. een plaatselijke ondernemer zichtbaar koppelen aan een
schone straat via posters/borden.
• Foot-in-door, bewoners laten instemmen op klein verzoek en committeren aan schoon gedrag.
• Sociale normen activeren, bijv. door het plaatsen van bord met het gewenste gedrag.
8
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Wederkerigheid en foot-in-the-door
Door inwoners in een bepaalde wijk iets nuttigs cadeau te doen vergroot je de kans dat ze iets terug doen,
in dit geval het goed aanbieden van hun grofvuil. Zo deelde Gemeente Rotterdam bij de introductie van het
gescheiden inzamelen van GFE handige bakjes uit voor op het aanrecht.
Bij de foot-in-the-door techniek vraag je inwoners om commitment af te geven voor het goed afdanken van
hun afval. De basis van deze techniek ligt verscholen in; wie A zegt, moet ook B zeggen. Als we iets aangeven
te doen, voelt het onprettig wanneer we dit vervolgens niet doen. De kans dat mensen na instemmen dus
daadwerkelijk het gewenste gedrag laten zien, is aanzienlijk. Zo vroeg men inwoners in Rotterdam om een
sticker op hun raam te plakken. Zelf ook eens proberen? Volg dan onderstaande stappen.
Ga langs de deuren en ga in gesprek met de inwoners. Vraag hoe zij de buurt ervaren en hoe belangrijk het is dat de buurt schoon is. Waarom is een schone buurt prettig en wat kan beter? Werk geen script af, maar luister goed naar de input van de inwoner en haak daar ook op in. Ga vervolgens in gesprek over wat de inwoner zelf kan doen.
Als duidelijk is dat de inwoner een schone buurt ook belangrijk vindt, vraag dan wat de inwoner zelf kan doen om de buurt schoon te houden. Vraag vervolgens om te helpen door een speciaal hiervoor ontwikkelde kleine sticker op of bij de voordeur te plakken. Bijvoorbeeld met de tekst “Ik ga voor een schone buurt”. Belangrijk hierbij is dat de inwoner zelf de sticker opplakt, daarmee wordt namelijk het commitment onderstreept.
Vraag, nadat de inwoner de sticker heeft opgeplakt, of je zijn/haar naam op de lijst mag zetten. Ook hierdoor wordt de commitment extra versterkt.
Plaats enkele dagen of weken na de gesprekken een bord of stickers op of bij de containers met daarop het verzoek aan inwoners om hun afval op de juiste manier aan te bieden. Zorg hierbij voor een duidelijke visuele link tussen het stickertje op de deur en deze boodschap. Doordat de inwoner de commitment is aangegaan met het plakken van de sticker, zal hij/zij zichzelf eerder zien als een ‘schoon’ persoon en daar dus ook naar gaan handelen. Voor goede resultaten is het van belang dat inwoners verbinding voelen met elkaar en de wijk. Is dit onvoldoende het geval, probeer dan eerst de sociale cohesie te verbeteren.
9
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Eigenaarschap verhogen
Wanneer duidelijk wordt dat anderen ‘eigenaar’ van de container zijn en zich om de container
bekommeren, wordt gewenst gedrag gestimuleerd. Mogelijkheden om het gevoel van eigenaarschap
te vergroten zijn onder andere:
Adoptie van containers door bewoners. Bewoners worden zo eigenaar van de inzamelcontainer.
Zij krijgen bijvoorbeeld een pasje om naastliggend afval in de container te plaatsen en wanneer ze
de gemeente bellen over bijgeplaatst afval, krijgt dit voorrang bij het ophalen. De adoptanten zorgen
dat de container er fris en verzorgd uit blijft zien en kunnen worden gefaciliteerd met knijpers en zakken.
Uit de interviews met gemeenten blijkt dat containeradoptie het meest succesvol is wanneer een aantal
bewoners samen een container adopteert en zij onderling communiceren. Gaat iemand op vakantie, kan één
van de andere bewoners even bijspringen. Zorg als gemeente dat je deze mensen betrokken houdt. Plaats bijvoorbeeld een plaatje of bordje bij de container, waarop duidelijk wordt dat deze container is geadopteerd door mensen uit de buurt en dat zij deze gezamenlijk schoon houden. Of ga een stap verder en laat de adoptanten de container zelf personaliseren.
Een school of klas een rol geven bij het onderhouden van een containerlocatie. Zij houden de locatie schoon en kenmerken de container(s) als ‘hun’ bak(ken). Belangrijk is dat omwonenden weten dat de leerlingen zich hier over hebben ontfermd. Dit kan bijvoorbeeld duidelijk worden gemaakt door een bord te plaatsen met de tekst: “Wij houden deze containerlocatie schoon, helpt u ook mee? Groeten van de leerlingen uit groep … van de …. school”. Eventueel aangevuld met passende kindertekeningen op of naast de containers.
Aan eigenaarschap kan ook een andere draai worden gegeven door de container te personaliseren. Laat inwoners bijvoorbeeld een naam verzinnen voor de container(s), passend bij de cultuur en/of de historie van de omgeving, en faciliteer in een bijpassend naambordje. Of pas containerkunst toe, waarbij de inwoners mee kunnen denken in het ontwerp.
10
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Communicatie op of bij de inzamel-containers
Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
Duidelijke kleuren, iconen en teksten op de containers, zodat direct duidelijk
is wat waar in moet.
Het spuiten van relevante informatie op de stoep, zoals de oproep om grof
huishoudelijk afval naar de milieustraat te brengen, het adres en de reistijd
naar de dichtstbijzijnde milieustraat, de openingstijden en contactinformatie.
Informatieve stickers op of naast de containers.
Het plaatsen van informatiebordjes. Wil je daarmee echt de aandacht trekken?
Gebruik dan gezichten van echte mensen. Door de persoon op het bordje naar de kernboodschap te laten kijken, leg je extra focus op het deel waarvan je wil dat inwoners het zien.
Op deze manieren worden inwoners op het moment dat ze met hun afval bij de container staan verleid om het juiste te doen. Een positieve boodschap en toon helpen om het gewenste resultaat te behalen en weestand te voorkomen. Het communiceren van een verbod kan als effect hebben dat inwoners juist dat gaan doen wat niet mag. Hierbij is ook vaak niet duidelijk wat er dan wél van de inwoners wordt verwacht. Kies je toch voor een strengere boodschap? Zorg dan wel dat je inwoners ook het juiste handelingsperspectief meegeeft.
11
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Versterk het gevoel dat er actief gehandhaafd wordt
Het gaat bij handhaven meer om de beleving (gevoel van pakkans), dan het daadwerkelijk
handhaven. Als mensen het idee hebben dat ze betrapt kunnen worden en een boete kunnen krijgen,
gaat daar een gedrag beïnvloedende werking van uit. Het gevoel van handhaving kan getriggerd worden
door onderstaande maatregelen.
Plak stickers op bijgeplaatst afval. Op zo’n sticker kan een tekst staan als “In behandeling bij
stadstoezicht, verkeerd aangeboden” of “U riskeert een boete van €150,-“.
Controleer zichtbaar voor bewoners de vuilniszakken die zijn bijgeplaatst.
Laat een handhaver dan wel de wijkagent preventief langs deuren gaan om in gesprek te gaan
over bijplaatsingen en de regels omtrent het aanbieden van afval. De preventieve werking hiervan
kan extra worden versterkt wanneer bewoners deze handhavers daarna ook weer op straat zien.
Plaats een bord bij de afvalcontainer met een afbeelding van ‘neutraal’ kijkende ogen. Dit geeft mensen onbewust het gevoel dat ze gezien worden.
Communiceer op locatie of via sociale media over de hoogte van de boete, het aantal boetes en/of het moment waarop er extra gehandhaafd gaat worden. Haal communicatie op locatie wel weer weg wanneer handhaving weer wordt afgeschaald.
Een randvoorwaarde voor de succesvolle inzet van deze interventies is dat daadwerkelijk regelmatig handhavers worden waargenomen door mensen in de buurt. Wanneer er alleen wordt gecommuniceerd, maar men geen handhavers ziet verliest de communicatie haar waarde. Dit kan ook ten koste gaan van de geloofwaardigheid van andere communicatie. Bij handhaving is het noodzakelijk dat de acties periodiek worden herhaald. Er ontstaat namelijk veelal geen leereffect of nieuw gewoontegedrag.
12
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Containerkunst
In Den Bosch hebben ze dit grootschalig aangepakt en heeft dit wegens groot succes een vervolg gekregen. De containerkunst is niet alleen bedoeld om de omgeving er aantrekkelijker uit te laten zien, maar ook om bijplaatsingen tegen te gaan.
Als een omgeving er netjes en verzorgd uitziet zijn mensen eerder geneigd om hun troep op te ruimen. Verder moeten inwoners betrokken worden bij het kunstproject, vooral de mensen die onwenselijk gedrag vertonen.
Betrokkenheid
Door inwoners te betrekken en goed naar ze te luisteren ontstaat er extra betrokkenheid en meer eigenaarschap. Zo was het in Den Bosch mogelijk om via www.containerkunst.nl zelf twee schaalmodellen van ondergrondse containers te downloaden en deze te voorzien van een eigen ontwerp. Het winnende ontwerp is daadwerkelijk gerealiseerd.
Vermenselijken van inzamelcontainers
Bij containerkunst kan ook gebruik worden gemaakt van antropomorfisme, oftewel het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens of voorwerpen. Holle Bolle Gijs uit de Efteling is hier een goed voorbeeld van. Dat deze afvalbak zo goed werkt komt mede doordat men menselijke trekken toeschrijft aan deze afvalbak, waaronder door de vormgeving en de interactie.
13
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Placemaking: van containertuintjes tot community-art (2)
De ‘broken windows theory’ van Wilson & Kelling, 1982, stelt dat als je een gebroken raam niet repareert,
al snel de volgende ramen zullen sneuvelen.
En datzelfde principe gaat op voor tal van andere zaken. Graffiti resulteert in meer graffiti en afval op
straat resulteert in meer afval op straat. Het mooie is echter; het werkt ook de andere kant op.
Een omgeving die er aantrekkelijk en verzorgd uitziet, stimuleert eerder positief gedrag.
Als we dit principe toepassen op de aanpak van bijplaatsingen ontstaan er kansen. Aanpassingen op
locaties waar vaak sprake is van bijplaatsingen kan zorgen voor een ander gebruik en andere beleving. Voorbeelden van placemaking zijn o.a.:
Sport- of spel elementen plaatsen. Gedacht kan worden aan een speeltoestel voor kinderen of een buiten fitness apparaat.
Een grappig en/of mooi kunstobject, eventueel met een functie zoals de mogelijkheid om te klimmen en klauteren.
Plaats om de container(s) bijvoorbeeld mooie plantenbakken.
Community art-project, waarbij mensen uit de wijk inbreng leveren voor iets wat een totaal ‘kunstwerk’ wordt, bijvoorbeeld via foto’s of tekeningen. Een blinde muur leent zich hier goed voor.
Juist wanneer een hotspotlocatie bijvoorbeeld wat uit het zicht staat, kan deze strategie heel succesvol zijn. Hierbij is een belangrijke succesfactor om bewoners mee te laten beslissen in de aanpassingen. De hoofdvraag daarbij is: ‘Hoe maken we deze plek aantrekkelijker?’. Door goed naar inwoners te luisteren ontstaat er extra betrokkenheid en meer eigenaarschap. Ook is het van belang dat de aanpassingen goed onderhouden worden en er verzorgd uit blijven zien. Bij bloembakken is het bijvoorbeeld van belang dat er geen dode plantjes in zitten en bij een speeltoestel dat het geregeld wordt schoongemaakt. Hier kunnen ook betrokken inwoners een rol in vervullen.
14
Bijplaatsingen
Bijplaatsingsgerelateerde gedragsinterventies
Placemaking: van containertuintjes tot community-art (1)
Containertuintjes
Je ziet ze steeds meer in Nederland; het containertuintje. Deze tuintjes zijn speciaal ontworpen om bijplaatsingen naast de container te ontmoedigen en komen in verschillende vormen en maten, 3D-geprint uit consumentenafval. Gemeente Amsterdam nam, na een eerdere uitrol in 2020, de proef op de som en plaatste in het najaar van 2022 maar liefst 55 van dit soort tuintjes op 25 containerlocaties in de stadsdelen Centrum, Zuid en Oost.
Uit de resultaten van de evaluatie (en de bijlagen) bleek dat de tuintjes inderdaad zorgen voor minder afval naast de container. Na een periode van twaalf weken werd er 40 procent minder grof, circa 70 procent minder karton, naar schatting 80 procent minder huisvuil en ruim 70 procent minder overig afval naast de containers gevonden. Van verplaatsing van het probleem naar omliggende containers zonder tuintje lijkt geen sprake. Ook bewoners zijn erg te spreken over de containertuintjes. Ze merken een vermindering in bijgeplaatst afval en vinden dat de straat er schoner op is geworden. Ook lijkt de betrokkenheid van bewoners hoog: veel van hen zijn bereid om te helpen de tuintjes en omgeving schoon en opgeruimd te houden.
Bekijk voor meer inspiratie ook de foto’s en onderstaande artikelen:
Opening van de eerste containertuintjes in Groningen.
Containertuintjes geplaatst bij twee ondergrondse containers in de Landstrekenwijk in Lelystad.
In Doetinchem is het eerste ‘Slimme containertuintje’ geplaatst.
Roosendaal wrapt de inzamelcontainers in de kleur die past bij de afvalstroom en plaatst drie mobiele lantaarnpalen die aangaan bij beweging.
15
Bijplaatsingen
Overige concrete interventies (1)
Aanbelactie Bureau Publieksvoorlichting (BPV)
BPV belt bij bewoners en winkeliers aan om met hen over omgaan met afval in hun wijk te spreken. Tijdens een aanbelactie gaan de voorlichters in tweetallen langs de deuren. Aan de hand van een simpele vragenlijst gaan de voorlichters het gesprek aan met wijkbewoners over afval.
Aanhaken Buurt Bestuurt of participatieve initiatieven
Niet in iedere buurt is een Buurt Bestuurt Comité actief. Wanneer deze wel aanwezig is, informeer dan de collega’s binnen het gebied over de prioriteiten. Bespreek met het gebiedskantoor welke acties uitgevoerd gaan worden op de prioriteiten. Haal binnen het team deze toolbox aan en besluit welke acties uitgevoerd gaan worden.
Beeld van de container en zijn omgeving
Het kan zijn dat de omgeving van de afvalcontainer niet optimaal is ingericht. Daardoor kan er een drempel zijn voor bewoners om de container op de juiste manier te gebruiken.
Borden met aantallen
Mensen zijn meer gemotiveerd zich aan de regels te houden als men het idee heeft dat de pakkans groot is. Plaats bij restafvalcontainers een bord met daarop een ‘teller’ van aantallen proces verbalen.
Buurtonderzoek (aanbellen)
De stadswacht zoekt naar bewijsmateriaal in de huisvuilzak(ken) en na het aantreffen van naam en adresgegevens belt hierna aan bij de overtreder. De stadswacht stelt een opsporingsonderzoek in en zal de overtreder enkele vragen stellen aangaande de overtreding.
Communicatie rondom de container
Er wordt een boodschap over naastplaatsingen op/rondom de container gecommuniceerd. Dit kan bijvoorbeeld via een bord of stickers op de
container.
16
Bijplaatsingen
Overige concrete interventies (2)
Direct mailing huis-aan-huis
Bewoners ontvangen in hun brievenbus een brief op naam. Mailings hebben een hoge attentiewaarde omdat ze met de reguliere post komen en er gemiddeld slechts twee per week van op de mat vallen. De boodschap is gericht op overlast door naastplaatsingen van grofvuil of naastplaatsingen van vuilniszakken en sluit aan op de campagne Dat doe je goed!
Heterdaad handhaving – verhalen van opruimkosten grofvuil
Toezicht en handhaving (T&H) kan indien de overtreder na bekeuring weigert het grofvuil op te ruimen de opruimkosten verhalen op de overtreder. Hiertoe maakt de stadswacht een rapport ‘opruimkosten grofvuil’ op en meldt de locatie van het afval bij de meldkamer die Schoon inschakelt om het afval te verwijderen.
Juiste container op de juiste plaats en tijdelijke of permanent verdiepte ingraven
Een afvalcontainer wordt volgens plaatsingscriteria op een toegankelijke locatie geplaatst. Bijplaatsen roept nog wel eens de vraag op tot plaatsen extra capaciteit (tijdelijk bovengrondse container erbij voor meer of minder lange periode) vanuit bewoners of bestuurders. Soms blijkt, na herinrichting van de omgeving, dat een containertype en/of -locatie aangepast moet worden.
Maatschappelijke boete
Burgers die bij herhaling hun huisvuil verkeerd aanbieden, de recidivisten, krijgen een taakstraf. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het meewerken bij Stadsbeheer Schoon bij de afvalinzameling of de veegdienst.
Navegen containersplaat na lediging
Als er na lediging door inzameling vuil achter blijft kan dat weer wegwaaien en direct een slechter beeld geven. Daarom moet de plaat
na lediging handmatig geveegd worden.
‘Ontklemmen’ afvalcontainer
Bij ondergrondse containers komt het regelmatig voor dat restafvalzakken vast komen te zitten in de vulopening van de OC container.
Dit worden ook wel ‘klemmers’ genoemd. De container lijkt vol, maar hoeft dat dus niet te zijn. Bij constatering van een ‘klemmer’ of
storing van een container kan het WRT dit probleem direct oplossen en/of een storing direct doorzetten binnen de Dienst Beheer.
17
Bijplaatsingen
Overige concrete interventies (3)
T&H handhaaft bestuursrechtelijk op verkeerd aangeboden huisvuil.
Dit gebeurt door middel van een veegwagen bemand door een of twee stadswachten die zoeken naar bewijsmateriaal in de huisvuilzak(ken) (soms in directe samenwerking met collega van Schoon). Indien een hogere handhavingsfrequentie wenselijk blijkt, kan bepaald worden dat stadswachten vaker met de veegwagen rondom een locatie handhaven.
Posten in burger (“heterdaad”)
T&H kan ook stadswachten ‘in burger’ inzetten (zonder herkenbaar uniform) en op deze wijze proberen overtreders op heterdaad te betrappen op het naastplaatsen van afval. De waarneming van de stadswacht (BOA) is voldoende om de overtreder een strafrechtelijke boete op te leggen. Stadswachten in burger nemen waar, maar
sanctioneren niet. Hiervoor worden geüniformeerde collega's ingezet.
Reiniging zuil en inwerpopening containers (buitenkant)
De buitenzijde van de zuil, plaat en inwerpopening van de container worden met een hogedrukunit schoon gespoten als er vervuiling is geconstateerd.
Samenwerking met woningcorporaties
Via de bewonersinformatiemap van de regels met betrekking tot een schone leefomgeving, is het handig dat de samenwerking met woningcorporaties als Wonen Zuid, Wonen Limburg, Laurentius en Nester wordt gezocht. Deze verstrekken hun nieuwe huurders altijd een map met informatie over de woning. Het onderwerp ‘afval’ wordt in deze mappen vaak nog
onderbelicht.
Stickeren
T&H kan op bepaalde momenten, in bepaalde gebieden of juist actiematig huisvuilzakken naast boven- en ondergrondse containers stickeren,
voordat gehandhaafd wordt. Op de sticker kan bijvoorbeeld staan: ‘In behandeling bij de gemeente Roermond’. Uit onderzoek is gebleken dat stickeren een
preventieve werking heeft op het aantal naastplaatsingen.
Verhoging ledigingsfrequentie
Door monitoring kan blijken dat bijplaatsing het gevolg is van volle containers. In dat geval is de eerste actie zorgen dat er meer capaciteit
komt. Het makkelijkst is dit te realiseren door het verhogen van de frequentie van ledigen.
18
Bijplaatsingen
Andere oplossingen
Mobiele milieustraat
Bij een mobiele milieustraat kunnen inwoners terecht voor het gratis inleveren van klein, chemisch en grof huishoudelijk afval. Dit zijn spullen die op de milieustraat thuishoren, maar vaak nog bij het restafval belanden. Door goed te kijken wanneer en waar de mobiele milieustations worden ingezet, kan de gemeente doelbewust te werk gaan. Hiermee kunnen probleemwijken effectief worden opgeschoond.
Met een mobiele milieustraat biedt de gemeente een extra service door de milieustraat naar de inwoner te brengen. Zo kunnen er meer waardevolle grondstoffen ingeleverd en gerecycled worden.
Budget voor grof afval
Een andere manier om inwoners te stimuleren om naar de milieustraat te gaan is om inwoners van de gemeente, een vooraf bepaalde hoeveelheid, gratis weg te kunnen laten brengen.
De milieustraten zijn verdeeld in twee delen: een gedeelte met afvalsoorten die je altijd gratis in kunt leveren (metaal, textiel, snoei afval, papier, glas etc.) en een gedeelte met afvalsoorten waarvan je tot X kilogram per jaar gratis weg kunt brengen (zoals puin en (grof)restafval). Breng je meer dan X kilogram in een jaar, dan betaal je een bepaald bedrag per kilogram. De betaalde afvalsoorten worden gewogen op de weegbrug en door het scannen van je afvalpas vastgelegd.
Maak inwoners bewust van de volgende zaken:
• Bepaalde afvalsoorten zoals puinafval en grond zijn relatief zwaar. Vaak is het goedkoper als je hiervoor een container huurt.
• Lever geen tariefzakken in op de milieustraat. Deze afvalzakken worden ook gewogen en dan betaal je zowel voor de betaalde afvalzak als voor het gewicht.
19
Bijplaatsingen
Andere oplossingen
Gratis grof afval ophalen
Grof afval kun je naar de milieustraat brengen, maar ook laten ophalen.
Inwoners van bepaalde steden kunnen jaarlijks, eenmalig, grof afval gratis laten ophalen aan huis. Grof afval is huishoudelijk afval dat te groot of te zwaar is voor een restafvalzak. Dat kan van alles zijn, zoals meubels, vloerbedekking, snoeiafval en grote elektrische apparaten.
Als voorbeeld gebruiken we de gemeente Nijmegen met afvalverwerker DAR. De DAR hanteert de volgende systematiek:
Je kiest zelf welke mogelijke datum het beste uitkomt.
Twee dagen voor de afspraak krijg je van ons een sms. Daarin staat een tijdsblok van 4 uur waarin wij jouw grof afval op komen halen.
Grof afval kent drie verschillende soorten afval met elk eigen aanbiedregels.
Grof afval dat wij ophalen, kan helaas niet gerecycled of hergebruikt worden.
Bestaat jouw grof afval uit afval dat nog gerecycled of hergebruikt kan worden? Breng dit dan naar de milieustraat. En laat dit niet als grof afval ophalen.
Voorwaarden
Als wij een afspraak met je maken om grof afval bij je thuis op te halen, ga je akkoord met een paar voorwaarden:
Je betaalt de ophaalkosten van €XX vooraf met iDeal. De eerste afspraak van 2 m³ per jaar is gratis.
Zorg dat je thuis bent als wij het grof afval ophalen. Als er niemand thuis is, nemen wij jouw grof afval niet mee. De vooraf betaalde ophaalkosten, storten wij dan niet terug.
De gemeente Roermond kan onderzoeken of de manier van werken zoals gemeente Nijmegen met de DAR dat doet ook geschikt is voor hen.
20
Scholen
Gastlessen
De gemeente Roermond heeft 23 basisscholen en 9 middelbare scholen. Dit komt neer op 4.463 basisschoolleerlingen en 2.973 middelbare scholieren. Dat zijn dus 7.436 bezoekers en/of inwoners van de gemeente. De potentie voor deze doelgroep is erg groot. Jeugdigen laten nadenken en betrekken bij afvalproblematiek zal gunstige effecten op de lange termijn geven. Dit is letterlijk een investering in de toekomst.
In het document Zwerfafvalaanpak 2022-2023 staat beschreven dat alle 23 basisscholen en 9 middelbare scholen kunnen deelnemen aan gastlessen. Deze gastlessen kunnen worden gegeven door externe partijen zoals Renewi of bedrijven zoals Facet. Door in te zetten op externe partijen ontlast je de docenten en haal je specialisten in huis.
Voor de toekomst is het aan te bevelen om:
De gemeente moet initiatiefnemer zijn: Scholen hebben een vol curriculum. Verwacht niet van de scholen dat ze dit zelf zullen initiëren. Deze rol zal de gemeente op zich moeten nemen.
De portefeuille over gastlessen onderbrengen bij een beleidsmedewerker: Deze medewerker moet contact leggen met scholen en elk jaar scholen actief benaderen om hieraan deel te nemen. Laat deze medewerker ook gesprekken voeren met alle scholen, hoe en wanneer zij dit structureel in hun curriculum kunnen opnemen zodat dit ook gewaarborgd wordt. Alle gegevens en afspraken dienen goed weggezet te worden in een database.
Structureel budget te reserveren voor de gastlessen: De gelden en andere materiele benodigdheden vanuit de gemeente dienen het hele jaar door beschikbaar te zijn, zodat het voor scholen eenvoudiger is om het op hun curriculum aan te laten sluiten.
21
Scholen
Leerling ambassadeurs
Terugkerend evenement
Vanuit de scholen kunnen leerlingen ook als ambassadeurs worden aangesteld. Zij kunnen dan betrokken worden bij zwerfafvalpreventie en (zwerf)afvalreductie op en rondom het schoolterrein. Hierin kan de gemeente helpen door actief contact met scholen te onderhouden en, bijvoorbeeld, 1 à 2 keer per jaar alle leerling ambassadeurs uit te nodigen voor gesprekken met de gemeente. Dit is een vorm van waardering waarmee betrokkenheid vanuit de jeugd kan groeien.
Het kan alleen slagen met een toegewijde beleidsmedewerker die ook daadwerkelijk dit oppakt, scholen actief benaderd en de procedure belegd in beleid binnen de gemeente.
Om de leerlingen, scholen en de gemeenschap meer te betrekken bij het zwerfafval thematiek is het aan te bevelen dat er jaarlijks een evenement wordt georganiseerd voor scholen over (zwerf)afval met daarin een competitief element waarbij, bijvoorbeeld, het beste idee tot daadwerkelijk uitvoering wordt gebracht. Gedacht kan worden aan de landelijke en internationale opschoondagen als moment in het jaar. Een pré is het als de gemeente ambassadeurs, (lokale) ondernemers en politici als gezicht van de gemeente er bij betrekt. Het competitieve element moet verwerkt zijn in de gastlessen, communicatie en naar de deelnemende ondernemers.
Met de evenementen en de implementatie van winnende ideeën, slaat de gemeente meerdere vliegen in een klap: bij leerlingen worden kennis, bewustwording en innovatie gestimuleerd, leerlingen en inwoners zien dat er daadwerkelijk naar hun input wordt geluisterd en gehandeld, er ontstaat meer saamhorigheid in de gemeenschap en de gemeente laat zien dat het (zwerf)afval belangrijk vindt.
22
Opschoondagen en participatie vrijwilligers
Initiatieven
Coördinatie
Meerdere keren per jaar zijn er nationale en regionale opschoondagen. De gemeente is hierin al betrokken en dankt de vrijwilligers middels lekkere vlaaien. Hieronder staat beschreven welke stappen de gemeente nog kan uitvoeren met betrekking tot de opschoondagen en participatie van vrijwilligers.
Opschoondagen die al bekend zijn binnen de gemeente worden verder ontwikkeld om meer impact te creëren (meer deelnemers, meer ingezameld zwerfafval) met een efficiëntere organisatie.
De gemeente heeft al diverse opschoondagen in het repertoire:
World Cleanup Day
Landelijke opschoon dag & Maas Cleanup Day
Projectgroep schone Maas
Op basis van capaciteit en animo kan ook het organiseren van nieuwe initiatieven worden overwogen, zoals:
Opschoonacties op Nieuwjaarsdag
Schone Rivieren Expeditie
#PickitUp! (jongereninitiatief)
1-dag-schoon-acties (doel: in 1 dag de hele stad schoon)
Cleanup on Tour (met SUP-board op het water)
Straatjutters (naast opruimen voeren ze ook gesprekken in wisselende buurten)
Door goed beheer dienen de juiste en benodigde hoeveelheid materialen beschikbaar te zijn. Door een hoog serviceniveau te bieden worden deelnemers gestimuleerd:
Afleveren en ophalen van materialen
Laat vrijwilligers met degelijk, opvallend en veilig materiaal werken, zodat hun veiligheid wordt verhoogd.
Ophalen van geruimd afval
Organiseren van communicatie m.b.t. ophalen en afleveren materialen.
23
Opschoondagen en participatie vrijwilligers
Werving en communicatie
Om vrijwilligers te werven zijn er meerder opties ie de gemeenten nog kan onderzoeken. Ook communicatie vanuit de gemeente richting inwoners zal opnieuw bekeken moeten worden.
Communicatie
Verschillende doelgroepen (wijken, scholen, ondernemers etc) moeten actief benaderd worden om deel te nemen aan o.a. opschoondagen. Bekijk als gemeente goed welke doelgroep je wil benaderen en welke communicatiemiddelen je hiervoor wil gebruiken. Elke doelgroep bereik je op een andere manier.
De volgende opties kan de gemeente overwegen om te gebruiken:
Uitnodigingen op papier versturen aan scholen, buurt- & sportverenigingen, vrijwilligers, etc.
Uitnodigingen digitaal (e-mail) versturen aan scholen, buurt- & sportverenigingen, vrijwilligers, etc.
Websites van de gemeente
Jaarlijkse informatieavond over de projecten waarbij vrijwilligers nodig zijn.
Persberichten, in (lokale) kranten of dagbladen.
Posters
Telefoongesprekken.
Contactpersonen van de verschillende verenigingen en doelgroepen dienen in een database te worden verwerkt, zodat deze communicatiekanalen worden geborgd. Het is belangrijk om meermaals per jaar contact te hebben met de contactpersonen, voor zowel het opzetten als het evalueren van acties en voor blijk van betrokkenheid en waardering.
24
Opschoondagen en participatie vrijwilligers
Werving en communicatie
Om vrijwilligers te werven zijn er meerder opties ie de gemeenten nog kan onderzoeken. Ook communicatie vanuit de gemeente richting inwoners zal opnieuw bekeken moeten worden.
Wijkhelden
De gemeente kan vrijwilligers werven met een initiatief zoals het ‘Wijkhelden’ initiatief van de afvalverwerker DAR. Bij dit initiatief zijn het kinderen en volwassenen die helpen zwerfafval te rapen. Kinderen krijgen daarvoor een kleine vergoeding per week per keer dat ze meehelpen. Daarbij krijgen de ‘wijkhelden’ knijpers, speciale vuilniszakken, hesje en een app.
In de app kan de gemeente aangeven welke gebieden in de gemeente zwerfafval geraapt moet worden. Vervolgens kunnen de vrijwilligers aangeven in welke gebieden zij zwerfafval hebben geruimd, zodat het niet dubbel gebeurt en er een groter gebied effectief kan worden schoongemaakt. De speciale vuilniszakken kunnen gewoon bij reguliere afvalophaaldagen bijgezet worden.
Pers
Informeer bij grotere opschoondagen (zoals landelijk en internationaal) ook de pers, zodat er meer aandacht voor komt. Informeer de pers nauwkeurig, over het waarom, hoe, wie en wanneer. Zorg er verder voor dat je een persbericht klaar hebt liggen, waarin de resultaten van de actie direct in verwerkt kunnen worden. Verstuur het persbericht het liefst nog op de dag van de actie en anders de dag erna. Dit persbericht kun je zowel versturen aan de media die aanwezig waren als aan de media die niet aanwezig waren. De journalisten die aanwezig waren bij het evenement kun je de volgende dag even nabellen om te vragen hoe ze het hebben gevonden en of ze alle informatie hebben die ze nodig hebben voor hun artikel. Ook kun je vragen hoe ver ze al zijn met het artikel en wanneer het zal verschijnen.
25
Opschoondagen en participatie vrijwilligers
Ambassadeurs
Om de betrokkenheid bij vrijwilligers te vergroten kan de gemeente overwegen om ambassadeurs aan te stellen vanuit buurten of het verenigingsleven. Door de ambassadeurs te betrekken aan de voorkant bij de opschoonacties krijgt de gemeente ook meer betrokkenheid van de inwoners daarvoor terug (zie wederkerigheid, toewijding en consistentie van de 6 principes van Cialdini).
Als de gemeente dit goed wegzet kunnen deze ambassadeurs ook ingezet worden op andere fronten dan het tegen gaan van (zwerf)afval, maar, bijvoorbeeld, ook als spiegel voor de gemeente voor de reeds genomen stappen en toekomstig beleid. Als mensen het gevoel hebben van autoriteit, betrokkenheid en invloed, dan zijn ze ook bereid extra stappen hiertoe te doen.
Om tot ambassadeurs te komen kan worden gekeken naar de lokale groepen die zich bezig houden met natuur, zoals IVN, Limburgs Landschap en de Groene Transformator. Er kan daarnaast ook een oproep geplaatst worden in de (lokale) kranten, websites of via andere verenigingen.
Het ontwikkelen van een digitale inschrijfpagina maakt registratie en overige communicatie met deelnemers laagdrempelig en minder bewerkelijk. Hiermee wordt de participatie ook beter geborgd in de gemeente.
Inschrijvingen en contact met deelnemers
26
Opschoondagen en participatie vrijwilligers
Stakeholders
De gemeente dient voor de diverse initiatieven ook samenwerking te hebben met verschillende partners. Hiervoor dient ook een database opgezet te worden met contactpersonen. De gemeente zal hierin initiatiefnemer moeten zijn.
Basisscholen
Middelbare scholen
Muziek-, watersport-, vis-, sportverenigingen.
Buurtverenigingen
Ondernemers
Bedrijven
Groene Transformator
IVN
Limburgs Landschap
Waardering
Waardering valt ook onder wederkerigheid van de 6 principes van Cialdini. Een aantal manieren waarop de gemeente haar waardering kan uiten zijn:
Deelnemers aan opschoondagen worden uitgebreider beloond voor hun inzet (bijvoorbeeld door kans te maken op een buurt- of verenigings-barbecue).
De gemeente toont waardering door opschoonacties te bezoeken. Dit is wellicht de meest simpele manier van waardering uiten, maar zal een groot effect kennen.
Een ‘teamdag’ met alle vrijwilligers in de gemeente, waarbij er centraal wordt stilgestaan bij hun bijdrage aan de gemeente.
Reik een prijs uit aan de vrijwilliger(s) die het meeste hebben gedaan, of het meest hebben betekent. Eventueel per categorie vrijwilligerswerk.
7 december is de nationale dag voor vrijwilligerswerk. Gebruik dit om vrijwilligers in het zonnetje te zetten.
27
Opschoondagen en participatie vrijwilligers
Valkuilen
Bij het werken met vrijwilligers zijn er ook een aantal valkuilen waarvoor men dient te waken. Wat moet je vooral niet doen:
Te laat beginnen
De actie te lang laten duren (max. 2 uur)
Pers erbuiten laten
Niet bedanken, geen waardering tonen
Te veel beroemdheden en poespas eromheen, zodat het echte onderwerp ondersneeuwt
Te hoge verwachtingen van het project hebben
Te grootschalig inzetten
Te ingewikkeld maken (denk aan logistiek)
Vrijwilligers laten wachten
Zelf afval creëren (startschot met confetti, flyers etc.)
De actie te vrijblijvend maken voor de deelnemers
Belangrijke betrokken partijen passeren
28
Hotspot Station Roermond
Probleemschets
Het station in Roermond wordt vaak genoemd als hotspot met name enorm veel peuken. Reizigers, bezoekers Designer Outlet, taxi chauffeurs, etc. laten behoorlijk veel peuken achter tijdens het wachten op trein, bus en taxi.
Probleemschets
Sigarettenpeuken vormen een aanzienlijk deel van het gevonden zwerfafval. Dat blijkt uit de landelijke monitor die Rijkswaterstaat jaarlijks uitvoert op ongeveer 1.500 meetlocaties door heel Nederland. Ook in het stationsgebied rondom Station Roermond is dit het geval, zoals vastgesteld waarnemingen buitendienst.
Risico’s
Bij het verbranden van tabak en de additieven in de sigaret ontstaan er meer dan 4.000 verschillende (chemische) stoffen. Deze stoffen bevatten onder meer herbiciden, fungiciden en insecticiden: bestrijdingsmiddelen die in de tabaks- teelt gebruikt worden. De concentratie van giftige stoffen afkomstig van peuken heeft een milieueffect op water en grond. Er is al sprake van een toxische concentratie als één peuk meer dan 7 dagen in 40 liter water ligt. De giftige stoffen kunnen tot 10 jaar na het weggooien van de peuk de grond of het water verontreinigen door het lekken van chemicaliën.
29
Hotspot Station Roermond
Probleemschets
Weggooigedrag van rokers
De problemen rond zwervende peuken verschilt met die van ander afval. Dat heeft onder meer te maken met de manier waarop rokers met hun sigaret omgaan. Veel rokers gooien hun peuk op straat. Dat komt o.a. door:
Gewoontegedrag: Rokers zijn het gewend om een peuk op straat te gooien als de sigaret op is. Doordat “iedereen het doet”, blijft deze gewoonte bestaan.
Peuken niet beschouwd als afval: Veel rokers (4 op de 5) beschouwen hun peuken niet als zwerfafval. Daarom gooien ze hun peuk zonder erover na te denken op straat. Een leeg sigarettenpakje, de plastic verpakking of een aansteker zien ze wel als zwerfafval.
Gebrek aan kennis over de schadelijkheid voor het milieu: Uit meerdere onderzoeken bleek dat rokers niet goed op de hoogte zijn van de schadelijke gevolgen van hun gedrag.
Handhaven praktisch niet mogelijk: Het handhaven op het weggooien van peuken is lastig. Het kost te veel inspanning en sluit (nog) niet aan bij het “rechtvaardigheidsgevoel” van de meeste mensen.
Beperkte of ongeschikte voorzieningen (zoals afvalbakken): Rokers gooien bij voorkeur hun peuk niet in de afvalbak, met het oog op brandgevaar. Bij gebrek aan een asbak trappen ze de peuk daarom uit op straat.
Gemak: Het laten vallen van peuken en uittrappen is gemakkelijker en sneller dan weggooien in een asbak. Staande rokers gooien in meer dan 80% van de gevallen hun peuk op de grond als er geen duidelijke asbak is. Als er wel een duidelijke voorziening is voor peuken, dan daalt dit percentage.
Het peukenprobleem is vooral een gedrags- en kennisprobleem. De aanpak zal zich dan ook vooral moeten richten op het gedrag en de kennis van rokers rond het station.
30
Hotspot Station Roermond
Probleemschets
Waarom zijn peuken moeilijk op te ruimen?
Er zijn meerdere redenen waarom peuken lastig op te ruimen zijn:
• Peuken bevinden zich op lastige plaatsen: ze zijn licht en waaien dus makkelijk in hoeken, stoepranden, achter voorwerpen, in het groen.
• Je ziet peuken makkelijk over het hoofd.
• Peuken zitten vaak vast. Ze kunnen klem komen te zitten in groeven, tussen straattegels, of worden in de grond getrapt.
Dit maakt het opruimen van sigarettenpeuken bewerkelijk, arbeidsintensief en daarmee duur. De specifieke kosten van het opruimen van tabak-gerelateerd zwerfafval zijn niet bekend. Die zijn niet los van de reguliere gebiedsreiniging in te schatten.
31
Hotspot Station Roermond
Peukenpreventieplan
Hieronder staan diverse stappen die de gemeente kan zetten om peuken in het stationsgebied te verminderen. Het is aan de gemeente welke stappen ze neemt. Er zijn meerdere stappen noodzakelijk om dit probleem aan te pakken.
Nulmeting
De gemeente moet een nulmeting uitvoeren, voordat er maatregelen worden uitgezet. De buitendienst signaleert veel peuken rondom het station, maar dit moet ook gemeten worden en vastgelegd worden in een document. Zonder de nulmeting kan het effect van de maatregelen ook niet getoetst worden.
Maatregelen en oplossingen
De kern van de oplossing is te vinden in het gedrag van de roker. Om het gedrag van de roker aan te pakken, zijn er verschillende mogelijkheden. Het begint met bewustwording en betere voorzieningen om peuken weg te gooien, maar ook handhaving en samenwerking met alle betrokken partijen spelen een rol om rokers de nieuwe gewoonte aan te leren hun peuken op te ruimen.
32
Hotspot Station Roermond
Peukenpreventieplan
Roken ontmoedigen: rookverbod en minder verkooppunten
Met het Nationaal Preventieakkoord wil de Rijksoverheid samen met andere organisaties toe naar een rookvrije generatie in 2040. De gemeente kan hierop doorpakken door in het stationsgebied te onderzoeken waar er sigaretten verkocht worden. Als de verkooppunten in beeld zijn, kan de gemeente afspraken maken om zo het aantal verkooppunten te verminderen.
De gemeente kan, in overleg met het NS-stationsbestuur, onderzoeken of er mogelijkheden zijn tot het uitbreiden van rookvrijezones, of het uitbreiden van het rookverbod.
Afval maatregelen SUP en UPV
Als onderdeel van nieuwe Europese wetgeving (SUP- Single Use Plastics) moet vanaf 3 juli 2021 op sigarettenverpakkingen staan dat er kunststof in het filter zit, dat peuken in de afvalbak thuishoren en dat zwerfpeuken negatieve effecten hebben op het milieu. Daarnaast geldt er begin 2023 een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor tabaksfabrikanten. Daarmee worden producenten verantwoordelijk gemaakt voor de kosten die gemoeid zijn met het opruimen van het (peuken)zwerfafval dat door hun producten ontstaat. De gemeente kan onderzoeken of de kosten voor het opruimen van peuken te bekostigen zijn via de UPV i.s.m. Inspectie Leefomgeving en Transport.
33
Hotspot Station Roermond
Peukenpreventieplan
Gedrag beïnvloeden(1)
Peuken zijn vooral ene gedragsprobleem. Mensen roken, maar hoe ze omgaan met hun peuken is gedrag. Als de gemeente het gedrag kan sturen, dan is er veel mogelijk.
Ingaan op het onbewuste gedrag
Roken is grotendeels automatisch gedrag dat gerelateerd is aan plaatsen, momenten, personen, gevoelens en emoties. Door kleine veranderingen aan te brengen in de gedragsroutine, is het mogelijk om gedrag onbewust te beïnvloeden. Zo kan een opvallende kleur van een afvalbak onbewust helpen om gewenst gedrag te sturen.
Gewenst gedrag stimuleren
Om het gewenste gedrag voor elkaar te krijgen, moeten drie factoren in voldoende mate aanwezig zijn: motivatie, capaciteit en gelegenheid. Met andere woorden: Wil iemand het? Kan iemand het? Krijgt iemand de gelegenheid?
Weggooigedrag beïnvloeden
Begin met informatie en een waarschuwing:
Veel rokers zullen zeggen dat ze nooit zwerfafval veroorzaken, terwijl ze op datzelfde moment hun peuk wegschieten. Het is voor deze mensen dan ook heel vreemd als zij een boete krijgen, terwijl ze niet weten wat ze fout doen. Begin dus altijd met een waarschuwing en leg uit wat de gevolgen van de zwerfpeuken zijn. Pas nadat dit bij iedereen is doorgedrongen, kunnen boetes worden gegeven.
Zorg voor voldoende voorzieningen:
Het correct weggooien moet aantrekkelijk worden gemaakt. Zorg op de grenzen van een rookvrij gebied voor goede en voldoende voorzieningen. Hierbij kan ook gedacht worden aan het plaatsen van tegelasbakken of andere creatieve alternatieven, maar ook aan peukenzakjes. Daarmee kunnen rokers hun peuk weggooien als ze het gebied betreden. Handhaaf vervolgens het verbod zorgvuldig, door rokers te attenderen op het verbod en zo nodig boetes uit te delen. Handhaven bij de start van de invoering is belangrijk om te zorgen dat iedereen zich hieraan houdt.
Foto van tegel of straat-communicatie en stemzuil (weggooien “leuk” maken)
34
Hotspot Station Roermond
Peukenpreventieplan
Gedrag beïnvloeden(2)
Samenwerking op lokaal niveau:
Ondernemers
Betrek ondernemers in de plannen om peuken tegen te gaan. Zij kunnen helpen met bijvoorbeeld peukenpalen, slogans op winkelruiten of met voorzieningen langs looproutes.
Lokale groepen
Betrek lokale groepen om bijvoorbeeld opschoondagen te houden of in informatieverspreiding te voorzien. De Groene Transformator kan hierbij bijvoorbeeld mee helpen.
Stakeholders
De volgende stakeholders zijn hier belangrijk om te betrekken bij implementatie van de maatregelen:
Ondernemers in en rond het station
Buitendienst
BOA’s
Taxi bedrijven
De Groene Transformator
35
Hotspot Station Roermond
Peukenpreventieplan
Communicatie
Nadat de gemeente haar maatregelen heeft gekozen dienen daarvoor ook communicatiemiddelen voor gemaakt te worden. Denk aan de volgende communicatiemiddelen:
Website van de gemeente.
(lokale)kranten.
Posters of stoepreclame (Talking Tiles) rond het stationsgebied.
Actieve benadering door ondernemers, vrijwilligers, BOA’s en medewerkers van de buitendienst.
Let er op dat de communicatiemiddelen zelf geen zwerfafval veroorzaken.