H3 Faseovergangen

Maar eerst!

Wat weet je nog?
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Maar eerst!

Wat weet je nog?

Slide 1 - Tekstslide

Sleep de juiste naam naar de onderdelen van de thermometer
Reservoir
Stijgbuis
Schaal-
verdeling
Opslag
Graden
Meetbuis

Slide 2 - Sleepvraag

Waarmee is het reservoir van een vloeistofthermometer (vaak) gevuld?
A
Kwik
B
Alcohol met kleurstof
C
Water met kleurstof
D
Iets dat giftig is als je het zou drinken

Slide 3 - Quizvraag

Zet in de juiste volgorde:
Als je een vloeistofthermometer wilt ijken dan:
Stap 1:
Stap 2:
Stap 3:
Stap 4:
Stap 5:
Stap 6:
Stap 7:

Maak een schaalverdeling door de afstand tussen 0°C en 100°C te verdelen in 100 stukjes.
Plaats de thermometer in ijswater
Wacht tot de vloeistof in de stijgbuis niet meer daalt
Noteer de hoogte van de vloeistof in de stijgbuis. benoem deze 100°C
Noteer de hoogte van de vloeistof in de stijgbuis. benoem deze 0°C
Wacht tot de vloeistof in de thermometer niet meer stijgt
Plaats de thermometer in kokend water

Slide 4 - Sleepvraag

Kijkend naar het bewegende deeltjes model:

Waarom gaat de vloeistof in de stijgbuis op en neer bij verschillende temperaturen?
A
Als een stof warmer wordt dan zet hij uit.
B
Als een stof kouder wordt dan zet hij uit.
C
Als een stof warmer wordt dan krimpt hij.
D
Als een stof kouder wordt dan krimpt hij.

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het meetbereik van deze thermometer in ________°C

(Tik de afbeelding aan om hem groter te maken)

Slide 6 - Open vraag

Sleep de  vorm van water naar de juiste fase.
Gas
Vast
Vloeibaar

Slide 7 - Sleepvraag

(sublimeren)
(stollen)

Slide 8 - Tekstslide

Kaarsvet is weer hard geworden nadat de kaars uitgeblazen is, het kaarsvet is...
A
gestold
B
gecondenseerd
C
bevroren
D
gesmolten

Slide 9 - Quizvraag

's ochtends fiets je door de mist naar school. Waterdamp is hierin veranderd in kleine waterdruppeltjes. De fase-overgang hierbij heet:
A
verdampen
B
bevriezen
C
condenseren
D
rijpen

Slide 10 - Quizvraag

Hoe komt de geur van geurstokjes in de lucht terecht?

De geurstof is...

A
gesublimeerd
B
verdampt
C
gecondenseerd
D
vervlogen

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Water = bijzonder


Hoe warmer de stof, des te meer ruimte de stof inneemt


Maar water niet!!!                                

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

De faseovergang van gas naar vloeibaar noemen we
A
verdampen
B
rijpen
C
sublimeren
D
condenseren

Slide 16 - Quizvraag

De faseovergang van gas naar vast noemen we
A
verdampen
B
rijpen
C
sublimeren
D
condenseren

Slide 17 - Quizvraag

De faseovergang van vloeibaar naar vast noemen we
A
verdampen
B
stollen
C
smelten
D
condenseren

Slide 18 - Quizvraag

De faseovergang van vast naar vloeibaar noemen we
A
smelten
B
stollen
C
sublimeren
D
condenseren

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Video

Maar waarom drijft ijs?

Slide 21 - Tekstslide

Faseovergangen
Faseovergangen

Slide 22 - Tekstslide

Leerdoelen Faseovergangen
  • Je kunt de 6 faseovergangen van een stof noemen en uitleggen wat er bij elk van die faseovergangen gebeurt.
  • Je kunt dit ook uitleggen met het bolletjesmodel.
  • Je kunt uitleggen welke invloed de temperatuur heeft op de fase waarin een stof verkeert.
  • Je kunt een fasedriehoek tekenen incl. fase en faseovergangen

Slide 23 - Tekstslide

Wat is temperatuur?
 'Temperatuur' is een wetenschappelijk begrip. 
Het wordt gebruikt om te meten 
hoe warm of hoe koud iets is. 

Slide 24 - Tekstslide

Wat is temperatuur?
A
Een manier om te vertellen hoe warm of koud het is
B
Een manier om te vertellen hoe koud of warm het is
C
'Temperatuur' is een wetenschappelijk begrip om te meten hoe warm/koud iets is.
D
Ik krijg het er warm van... en weet het niet.

Slide 25 - Quizvraag

Hoe meet je temperatuur?
  • Temperaturen met je met een thermometer.
  • De temperatuur wordt uitgedrukt in graden Celsius.
  • Maar er is ruzie geweest over de naam en indeling.
  • Daarom is temperatuur niet overal hetzelfde...

Slide 26 - Tekstslide

Temperatuurschalen
  • Celsius; twee ijkpunten: 0 oC waarbij water bevriest en 100oC waarbij water gaat koken
  • Kelvin; begint bij het absolute nulpunt, hierbij bewegen de atomen niet meer. -273 oC = 0 oK                   
  • Fahrenheit; TFahrenheit = (Tcelsius *9/5 +32) oF
    (alleen VWO)

Slide 27 - Tekstslide

Celcius / Kelvin

Slide 28 - Tekstslide

Absolute nulpunt & kelvin
Kelvin --> Celsius -273
Celsius --> Kelvin +273

Slide 29 - Tekstslide

Temperatuur meet je met een..
A
kookwekker
B
natte vinger
C
weerman
D
thermometer

Slide 30 - Quizvraag

Wetenschappers gebruiken de temperatuurmaat van...
A
Newton
B
Fahrenheit
C
Celsius
D
Kelvin

Slide 31 - Quizvraag

100 graden Celsius = ... Kelvin
A
0 K
B
100 K
C
273 K
D
373 K

Slide 32 - Quizvraag

Hoeveel graden Celcius is 273 Kelvin
A
0
B
100
C
50
D
-100

Slide 33 - Quizvraag

Hoeveel graden Celsius is 578 Kelvin?
A
851 graden Celsius
B
505 graden Celsius
C
305 graden Celsius
D
205 graden Celsius

Slide 34 - Quizvraag

Wat is het smeltpunt van ijs, gemeten in Kelvin (K)

A
100 K
B
0 K
C
373 K
D
273 K

Slide 35 - Quizvraag

Bereken de temperatuur in Kelvin als de temperatuur 20 graden Celsius is
A
253 K
B
- 253 K
C
-293 K
D
293 K

Slide 36 - Quizvraag

Hoeveel Fahrenheit is 10 graden Celsius?

Slide 37 - Open vraag

Faseovergangen
Faseovergangen

Slide 38 - Tekstslide

Leerdoelen Faseovergangen
  • Je kunt de 6 faseovergangen van een stof noemen en uitleggen wat er bij elk van die faseovergangen gebeurt.
  • Je kunt dit ook uitleggen met het bolletjesmodel.
  • Je kunt uitleggen welke invloed de temperatuur heeft op de fase waarin een stof verkeert.
  • Je kunt een fasedriehoek tekenen incl. fase en faseovergangen

Slide 39 - Tekstslide

Leerdoelen vervolg
  • Je kunt een tabel met smelt- en kookpunten correct interpreteren
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen een smeltpunt en smelttraject en waardoor dit wordt veroorzaakt.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen een kookpunt en kooktraject en waardoor dit wordt veroorzaakt.



Slide 40 - Tekstslide

In welke fase bevindt stikstof zich bij 20 graden Celsius?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gasvormig

Slide 41 - Quizvraag

Fasediagram stikstof
Smeltpunt stikstof = -210 oC
Kookpunt stikstof = -196 oC

In welke fase bevindt stikstof zich bij 20 oC?
In welke fase bevindt stikstof zich bij -200 oC?

Slide 42 - Tekstslide

In welke fase bevindt stikstof zich bij -200 graden Celsius?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gasvormig

Slide 43 - Quizvraag

Faseovergangen
Smeltpunt = de temperatuur waarbij een stof van de vaste fase naar de vloeibare fase gaat.

Kookpunt = de temperatuur waarbij een stof van de vloeibare fase naar de gasvormige fase gaat.


Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Vast, vloeibaar en gas

Slide 46 - Tekstslide

Wat is de fase van regen ?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas
D
plasma

Slide 47 - Quizvraag

In welke fase bevindt koolstofdioxide (CO2) bij kamertemperatuur zich?
A
Vloeibaar.
B
Vast.
C
Gas.

Slide 48 - Quizvraag