1.3 herhaling

1.3 Booming Brazilie 
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

1.3 Booming Brazilie 

Slide 1 - Tekstslide

Planning
Presentatie's posters
Quiz
Zelfstandig werken

Slide 2 - Tekstslide

Presentatie's

Je luistert met respect naar het presenterdende groepje
Je denkt na over een tip en een top

Slide 3 - Tekstslide




Wereld
Werelddeel
Land
Provincie
Plaats of dorp



Mondiaal
Continentaal
Nationaal
Regionaal
Lokaal
Schaalniveau


P 142

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

O

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Een opkomend land is een land dat
A
Een land dat nog niet echt ontwikkeld is maar wel snelle groei van productie en welvaart doormaakt
B
Een land dat door groeiendeglobalisering meer welzijn krijgt
C
Een land dat door grote landbouwproductie boven de zeespiegel uitkomt
D
Een land dat door aardbevingen meer relief krijgt

Slide 8 - Quizvraag

Juist of onjuist: Welvaart is de mate waarin iemand gelukkig is met zijn leefomgeving
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

De BRIC-landen zijn:
A
Brazilie, Rusland, Ijsland en China
B
Bali, Rusland, India en Colombia
C
Brazilie, Rusland, India en China
D
Brazilie, Roemenië, Indonesie en China

Slide 10 - Quizvraag

Maak een juiste zin met de woorden: opkomend land, welvaart en BRIC-landen

Slide 11 - Open vraag

Juist of onjuist: Vroeger werkten veel Brazilianen in de dienstensector
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag



Het begrip dat bij deze afbeelding hoort is:
A
Internetfraude
B
Globalisering
C
Volgeltrek

Slide 13 - Quizvraag

Globalisering: Steeds verdergaande uitwisseling van:.......... over de hele wereld
A
Mensen, auto's, ideeën en dieren
B
Geld, tijd, electronica en gezondheidszorg
C
Groente, fruit en grondstoffen
D
Mensen, geld, goederen en ideeën

Slide 14 - Quizvraag

Kunstmest is:
A
Redbull Koeienpoep
B
In een fabriek gemaakte voedingsstof voor gewassen
C
Schilderij van verschillende soorten mest
D
Poep van een kunstenaar

Slide 15 - Quizvraag

Maak een juiste zin met de woorden: Kunstmest, inkomen en bnp

Slide 16 - Open vraag

Een ander woord voor: Producten uit de natuur die mensen goed kunnen gebruiken
A
Natuurlijke bouwstenen
B
Groene stroom
C
Natuurlijke hulpbronnen
D
blauwe visvangst

Slide 17 - Quizvraag

J of onj: Door grondstoffen binnen de eigen industrie te verwerken ontstaat er meer geld en banen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quizvraag

Door de toegenomen welvaart is er meer energie nodig
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Brazilië heeft 3 grote energie bronnen
A
Kerncentrale, suiker alcohol, stopcontacten
B
Aardolie, Bio-ethanol, Waterkracht
C
Bio-ethanol, LPG, Diesel

Slide 20 - Quizvraag

Relief is een ander woord voor:
A
Hoogteverschillen in het landschap
B
Grote bergen in een dorp
C
Redelijk lieve mensen

Slide 21 - Quizvraag

1.3 Booming Brazilie 

Slide 22 - Tekstslide

Planning
Presentatie's posters
Quiz
Zelfstandig werken

Slide 23 - Tekstslide

Presentatie's

Je luistert met respect naar het presenterdende groepje
Je denkt na over een tip en een top

Slide 24 - Tekstslide




Wereld
Werelddeel
Land
Provincie
Plaats of dorp



Mondiaal
Continentaal
Nationaal
Regionaal
Lokaal
Schaalniveau


P 142

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

O

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Een opkomend land is een land dat
A
Een land dat nog niet echt ontwikkeld is maar wel snelle groei van productie en welvaart doormaakt
B
Een land dat door groeiendeglobalisering meer welzijn krijgt
C
Een land dat door grote landbouwproductie boven de zeespiegel uitkomt
D
Een land dat door aardbevingen meer relief krijgt

Slide 29 - Quizvraag

Juist of onjuist: Welvaart is de mate waarin iemand gelukkig is met zijn leefomgeving
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

De BRIC-landen zijn:
A
Brazilie, Rusland, Ijsland en China
B
Bali, Rusland, India en Colombia
C
Brazilie, Rusland, India en China
D
Brazilie, Roemenië, Indonesie en China

Slide 31 - Quizvraag

Maak een juiste zin met de woorden: opkomend land, welvaart en BRIC-landen

Slide 32 - Open vraag

Juist of onjuist: Vroeger werkten veel Brazilianen in de dienstensector
A
Juist
B
Onjuist

Slide 33 - Quizvraag



Het begrip dat bij deze afbeelding hoort is:
A
Internetfraude
B
Globalisering
C
Volgeltrek

Slide 34 - Quizvraag

Globalisering: Steeds verdergaande uitwisseling van:.......... over de hele wereld
A
Mensen, auto's, ideeën en dieren
B
Geld, tijd, electronica en gezondheidszorg
C
Groente, fruit en grondstoffen
D
Mensen, geld, goederen en ideeën

Slide 35 - Quizvraag

Kunstmest is:
A
Redbull Koeienpoep
B
In een fabriek gemaakte voedingsstof voor gewassen
C
Schilderij van verschillende soorten mest
D
Poep van een kunstenaar

Slide 36 - Quizvraag

Maak een juiste zin met de woorden: Kunstmest, inkomen en bnp

Slide 37 - Open vraag

Een ander woord voor: Producten uit de natuur die mensen goed kunnen gebruiken
A
Natuurlijke bouwstenen
B
Groene stroom
C
Natuurlijke hulpbronnen
D
blauwe visvangst

Slide 38 - Quizvraag

J of onj: Door grondstoffen binnen de eigen industrie te verwerken ontstaat er meer geld en banen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 39 - Quizvraag

Door de toegenomen welvaart is er meer energie nodig
A
Juist
B
Onjuist

Slide 40 - Quizvraag

Brazilië heeft 3 grote energie bronnen
A
Kerncentrale, suiker alcohol, stopcontacten
B
Aardolie, Bio-ethanol, Waterkracht
C
Bio-ethanol, LPG, Diesel

Slide 41 - Quizvraag

Relief is een ander woord voor:
A
Hoogteverschillen in het landschap
B
Grote bergen in een dorp
C
Redelijk lieve mensen

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide

Huiswerk
Maken opdr: 2, 3, 4, 5, 6, 9 en 10

Vragen? stel ze!!
 
Spelregels zelfstandig werken
- Je maakt de vragen alleen.
- Heb je een vrag mag je zachtjes overleggen met je buurman/buurvrouw of je steekt je vinger op.
- De mensen voor of achter jou horen jou niet.

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Huiswerk
Maken opdr: 2, 3, 4, 5, 6, 9 en 10

Vragen? stel ze!!
 
Spelregels zelfstandig werken
- Je maakt de vragen alleen.
- Heb je een vrag mag je zachtjes overleggen met je buurman/buurvrouw of je steekt je vinger op.
- De mensen voor of achter jou horen jou niet.

Slide 46 - Tekstslide