Een D of een T of zelfs DT?

Doelen vandaag
  • Je oefent met tegenwoordige tijd (TT): schrijf ik een d, t of dt?
  • Je oefent met verleden tijd (VT): schrijf ik een d of een t?
  • Je oefent met het voltooid deelwoord (VD): hoe gebruik ik het VD in een zin?
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Doelen vandaag
  • Je oefent met tegenwoordige tijd (TT): schrijf ik een d, t of dt?
  • Je oefent met verleden tijd (VT): schrijf ik een d of een t?
  • Je oefent met het voltooid deelwoord (VD): hoe gebruik ik het VD in een zin?

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een werkwoord?

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Video

Doelen vandaag
  • Je oefent met tegenwoordige tijd (TT): schrijf ik een d, t of dt?
  • Je oefent met verleden tijd (VT): schrijf ik een d of een t?
  • Je oefent met het voltooid deelwoord (VD): hoe gebruik ik het VD in een zin?

Slide 4 - Tekstslide

Vorige les 

Werkwoorden Tegenwoordige tijd 

  • 1. werkwoord - en  >> stam 
  • 2. moet de stam nog aangepast worden? (Lop(en)) 
  • 3. Staat jij hij, zij, de, het voor het ww? >> T erachter 
  • 4. Geen T bij jij / je achter ww! 
  • 5. Geen d in hele ww, dan geen d bij tt! 

Slide 5 - Tekstslide

Klik op een 'hotspot' bij het onderdeel waar je uitleg over wilt of waar je aan wilt werken.
Hoe vind ik de persoonsvorm?
Je voert de tijdproef of getalproef uit: je zet de zin in een andere tijd of  je verandert het aantal (getal) in de zin.

Is het nog niet helemaal duidelijk? Kijk dan dit filmpje. Gebruik wel oordopjes!
(Let op: in het filmpje worden 3 manieren genoemd, namelijk ook de vraagzin. Deze gebruiken wij bij voorkeur niet.)
Wat zijn werkwoordsoorten?
We kennen 3 werkwoordsoorten: persoonsvorm, voltooid deelwoord en infinitief.
Hoe vind je het voltooid deelwoord?
Een voltooid deelwoord begint met ge-, be-, ver-, her- of -ont.
Het eindigt meestal op een D of een T, en soms op -en.

Een voltooid deelwoord kan nooit het enige werkwoord in de zin zijn. Er zit altijd óók een vorm van worden, hebben of zijn in de zin.
Werkwoordsoorten
Wat is de infinitief?
Het hele werkwoord. Bijvoorbeeld: fietsen, werken, aansporen, indienen, verzoeken, antwoorden, ...

Kun je er zelf nog een paar bedenken?

Let op: deze werkwoorden kunnen ook als persoonsvorm tegenwoordige tijd voorkomen in het meervoud.
Spelling persoonsvorm
De regels
Je hebt vastgesteld dat het werkwoord waar het om gaat, een persoonsvorm is. Vervolgens kijk je naar de tijd: is het tegenwoordige tijd of verleden tijd?

Tegenwoordige tijd: ik-vorm / ik-vorm + t / hele werkwoord
Verleden tijd: verlengproef/'t kofschip.

Kijk op het blad Werkwijzer Werkwoordspelling (ook te vinden in Showbie).
Persoonsvorm tegenwoordige tijd
https://www.berktekst.nl/voorbeeld-pagina/persoonsvorm/persoonsvorm-tt-01/ (klik bovenaan op werkwoordspelling > persoonsvorm, daar staan nog meer oefeningen (TT 01 t/m 07).
Persoonsvorm verleden tijd
https://www.berktekst.nl/voorbeeld-pagina/persoonsvorm/persoonsvorm-vt-01/ (klik bovenaan op werkwoordspelling > persoonsvorm, daar staan nog meer oefeningen (VT 01 t/m 06).

Slide 6 - Tekstslide

Ik ........... (vinden) deze opleiding erg leuk!

Slide 7 - Open vraag

Neem de onderstreepte woorden over en vul d, dt of t in.
Alles wat de docent Engels in de les behandel__, herhaal__ hij aan het eind.
_________
_________

Slide 8 - Open vraag

Neem de onderstreepte woorden over en vul d, dt of t in.
Arjan verlang__ erg naar de vakantie, omdat hij keihard heeft gewerk__.
________
________

Slide 9 - Open vraag

Neem de onderstreepte woorden over en vul d, dt of t in.
Als er wat overblijf__ na de picknick, wor__ dat eerlijk verdeel__.
________
________
______

Slide 10 - Open vraag