Les H6.2

Programma 
  • Terugblik vorige les 
  • Doelen van deze les 
  • Uitleg paragraaf 6.2
  • Aan de slag met keuzewerk
  • Afronding van deze les 
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Programma 
  • Terugblik vorige les 
  • Doelen van deze les 
  • Uitleg paragraaf 6.2
  • Aan de slag met keuzewerk
  • Afronding van deze les 

Slide 1 - Tekstslide

Rekenopgave
De WOZ-waarde van een woning is € 180.000. Bereken het eigenwoningforfait.
Antwoord
180000 : 100 x 0,55 = € 990

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Doelen van deze les 
  • Je weet dat Nederland een progressief belastingstelsel is en je weet wat ze hiermee bedoelen. 
  • Je weet hoe de tarieven van de inkomstenbelasting zijn opgebouwd.
  • Je weet wat vermogensrendementsheffing is en hoe je dit kunt berekenen. 
  • Je weet wat we bedoelen met heffingsvrij vermogen.

Slide 4 - Tekstslide

Nederland: Progressief belastingtarief
Het belastingpercentage wordt hoger naarmate het belastbaar inkomen toeneemt. Dit is nivellerend (inkomensverschillen worden naar verhouding kleiner.



Dit systeem precies andersom noemen we een degressief 
belastingtarief.
  Een belastingtarief met een vast percentage noemen we een proportioneel belastingtarief ook wel vlaktaks


Andere landen
Een progressief belastingstelsel is best uniek. De meeste landen kennen een proportioneel belastingstelsel. Dit heeft dus geen nivellerende werking. 

Slide 5 - Tekstslide

BELASTING OVER JE VERMOGEN
box 3

Slide 6 - Tekstslide

Box 3
Belasting over inkomsten uit vermogen, zoals spaargeld en beleggingen. Deze inkomstenbelasting in box noem je ook wel vermogensrendementsheffing.
Bij deze belasting doet de overheid alsof je per jaar verdient aan rente met je spaargeld of winst op je belegging. Dit noem je fictief rendement.

Het eerste deel van je spaargeld is belastingvrij, dit heet heffingsvrij vermogen.

Slide 7 - Tekstslide

Boven de € 25.000 spaargeld rekent de belastingdienst met een fictief rendement van 2,6% (tot € 100.000, daarboven gelden andere percentages) . Over het fictief rendement betaal je 30% belasting.

Slide 8 - Tekstslide

Roberto en Marije hebben samen € 31.500 spaargeld en € 34.640 aan beleggingen. Ze hebben geen schulden. Voor hen samen is het heffingsvrij vermogen € 50.000.-
Bereken de belasting in box 3 voor Roberto en Marije.
Belastingtarieven: 2,6% fictief rendement x 30% belasting.

Slide 9 - Open vraag

Uitwerking vorige vraag
Stap 1: Tel de vermogens bij elkaar op: 31.500 + 34.640 = €66.140
Stap 2: Vermogen - heffingsvrij vermogen: 66.140 - 50.000 = €16.140
Stap 3: Bereken het fictief rendement van de uitkomst van stap 2.
16.140 : 100 = 161,40. 161,40 x 2,6% = €419,64
Stap 4: Bereken 30% belasting over de uitkomst van stap 3.
419,64 : 100 = 4,1964. 4,1964 x 30 = 125,892 = €125,89

Slide 10 - Tekstslide

Aan het werk 

De komende 10 minuten gaat iedereen aan het werk met deze opdrachten. Je kunt nu geen vragen stellen of overleggen. 

Begin met opdrachten 4 en 6, deze gaan we zo bespreken. 
Deze les maken H6.2: 1 t/m 3 en 5 t/m 9.
timer
10:00

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Keuzewerk


Je kunt aan de slag met de volgende keuzes: 
  • Huiswerk maken H6.2: 1 t/m 3 en 5 t/m 9. 
  • Werken op eindexamensite (hiermee afronden mogelijk) 
  • Oefenen Quizlet
  • Maken eigen samenvatting + rekenopdrachten 
  • Eigen keuze: in overleg met Tobias
timer
10:00

Slide 14 - Tekstslide

Afronding van deze les 
  • Je weet hoe je het belastbaar inkomen kunt berekenen
  • Je weet hoe de tarieven van de inkomstenbelasting zijn opgebouwd. 
  • Je kent de termen loonheffing en inkomstenbelasting en het verband hiertussen. 
  • Je kunt het eigenwoningforfait berekenen

Slide 15 - Tekstslide

Tot later!

Slide 16 - Tekstslide