Tekstsoort en schrijfdoel (Nederlands havo), les 2: Examentraining

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Examentraining

Tekstsoort en schrijfdoel: zo pak je examenvragen aan

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining tekstsoort en schrijfdoel voor havo met drie eigen leesteksten. Leerlingen oefenen drie vraagtypen: de tekstsoort bepalen, het schrijfdoel vaststellen en het belangrijkste doel bij een combinatie kiezen. Modelantwoorden staan in de notities.

Onderdelen in deze les

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Examentraining

Tekstsoort en schrijfdoel: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag de tekstsoort en het schrijfdoel van een tekstgedeelte vaststellen en mijn antwoord met de tekst onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de vraag: gaat het om een hele tekst of om één alinea of tekstgedeelte?

  • 2. Lees het gedeelte: wat doet de schrijver hier: uitleggen, afwegen of overtuigen?

  • 3. Zoek de signalen: feiten en uitleg, voor en tegen zonder keuze, of een standpunt met argumenten

  • 4. Koppel het doel: informeren, ter overweging aanbieden, of overtuigen en tot actie aanzetten

  • 5. Bij een combinatie: kies het belangrijkste schrijfdoel en onderbouw met een zin uit de tekst

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Vraagtype 1: de tekstsoort bepalen

  • Je krijgt een alinea of een groep alinea's en kiest uit uiteenzettend, beschouwend of betogend

  • Een tekst kan per gedeelte verschillen: kijk alleen naar de alinea's uit de vraag

  • Uiteenzettend: uitleg of beschrijving. Beschouwend: afweging zonder keuze. Betogend: beargumenteerd standpunt

  • Let op de term: de vraag vraagt naar de tekstsoort, niet naar het onderwerp

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Tekst 1: Deelscooters in Hoogwerf

(1) Sinds maart staan er in het centrum van Hoogwerf honderd elektrische deelscooters. Inwoners kunnen ze met een app openen, voor een paar cent per minuut huren en overal in de stad weer neerzetten. Het bedrijf dat de scooters beheert, haalt ze 's avonds op om de accu's op te laden.

(2) De gemeente stelde het proefproject in na klachten over de drukte in de binnenstad. Eerst geldt een proefperiode van een jaar; daarna beslist de gemeenteraad of de scooters blijven. Tijdens die periode houdt de gemeente bij hoeveel ritten er worden gemaakt en hoeveel meldingen er binnenkomen.

(3) Of het project een succes is, valt moeilijk te zeggen. Voorstanders wijzen erop dat de scooters handig zijn voor mensen zonder auto en dat een scooter een kort ritje met de auto kan vervangen. Tegenstanders wijzen erop dat de scooters vaak midden op de stoep blijven staan, waardoor mensen met een rolstoel of kinderwagen er niet langs komen.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 1 en 2 zijn uiteenzettend, alinea 3 en 4 beschouwend, alinea 5 en 6 betogend. Hoogwerf en het project zijn fictief.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Tekst 1 (vervolg)

(4) Er zijn dus goede redenen om de scooters te verwelkomen, maar ook om voorzichtig te zijn. Wie vooral kijkt naar het gemak, komt tot een andere afweging dan wie vooral kijkt naar de veiligheid op straat. Misschien blijkt pas na een jaar welke zorgen terecht waren.

(5) Wat mij betreft hoort er na afloop van de proef geen deelscooter meer in de binnenstad. De gemeente moet de proef daarom niet verlengen. Het centrum is voor voetgangers, en elke scooter op de stoep is er één te veel.

(6) Zolang bedrijven hun scooters kunnen laten staan waar ze willen, blijft het probleem bestaan. Laat de gemeenteraad dus nee zeggen tegen een vervolg.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 4 sluit de afweging af zonder te kiezen. In alinea 5 begint het betoog: 'Wat mij betreft ...' is een standpunt, met argumenten.

Welke tekstsoort is alinea 2?

De gemeente stelde het proefproject in na klachten over de drukte in de binnenstad.

A

Beschouwend

B

Uiteenzettend

C

Betogend

D

Beschouwend én betogend

De schrijver beschrijft hoe het proefproject is ingesteld en wat de gemeente bijhoudt: uitleggen en meedelen. Verwachte fout: beschouwend, omdat het project in de tekst een discussiepunt wordt.

Welke tekstsoort zijn alinea 3 en 4 samen?

Wie vooral kijkt naar het gemak, komt tot een andere afweging dan wie vooral kijkt naar de veiligheid.

A

Uiteenzettend

B

Betogend

C

Beschouwend

D

Uiteenzettend én betogend

Voor- en nadelen worden afgewogen en de slotzin laat de keuze open. De schrijver wil niet winnen voor een kant. Verwachte fout: betogend, omdat er argumenten voor en tegen staan.

Citeer de eerste zin van het betogende deel.

Modelantwoord (1 punt): het betoog begint in alinea 5, want daar neemt de schrijver een standpunt in: 'Wat mij betreft hoort er na afloop van de proef geen deelscooter meer in de binnenstad.' Verwachte fout: alinea 3, omdat daar tegenstanders worden genoemd; de schrijver kiest daar nog niet.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Vraagtype 2: het schrijfdoel vaststellen

  • Bij tekstsoort hoort een schrijfdoel: uiteenzettend informeren, beschouwend ter overweging aanbieden, betogend overtuigen of tot actie aanzetten

  • Gebruik de termen uit de syllabus, geen eigen woorden als 'vertellen'

  • Open vragen: noem het doel en onderbouw met een zin of signaal uit de tekst

  • Citeervraag: schrijf letterlijk over wat gevraagd wordt, niet meer

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Tekst 2: Een week van vier dagen?

(1) Af en toe duikt het idee op om de schoolweek in te korten tot vier lesdagen. Het is een voorstel dat veel leerlingen aanspreekt, maar scholen en ouders reageren verdeeld.

(2) Voor een vierdaagse week valt veel te zeggen. Leerlingen zouden een extra dag hebben om bij te komen, huiswerk in te halen of te werken in een bijbaantje. Docenten zouden die dag kunnen gebruiken om lessen voor te bereiden. Het is denkbaar dat een rustiger rooster ook minder stress oplevert.

(3) Daar staat tegenover dat de lesdagen dan langer worden, want de lesstof verdwijnt niet. Een langere schooldag kan juist vermoeiender zijn, vooral voor jongere leerlingen. Ouders met een volle werkweek moeten bovendien een dag extra opvang regelen.

(4) Er is ook een derde invalshoek: wat leerlingen met de vrije dag zouden doen. De ene leerling gebruikt die dag om te sporten of te leren, de andere zit alleen thuis achter een scherm. Of zo'n dag winst is, hangt dus voor een deel van de leerling af.

(5) Wie de vierdaagse schoolweek wil beoordelen, moet verschillende zaken tegen elkaar afwegen: rust tegenover langere dagen, vrijheid tegenover opvang. Wat de beste keuze is, kan de lezer dus alleen zelf bepalen.

Eigen tekst voor Examenstof

Tekst 2 is als geheel beschouwend: voor- en nadelen, een derde invalshoek, en een slot dat de keuze bij de lezer laat. Er is geen standpunt.

Wat is het belangrijkste schrijfdoel van tekst 2?

A

De lezer een kwestie ter overweging aanbieden

B

De lezer informeren over een stand van zaken

C

De lezer overtuigen van een standpunt

D

De lezer tot actie aanzetten

De schrijver zet voor- en nadelen naast elkaar en laat de keuze aan de lezer. Verwachte fout: informeren, omdat er veel uitleg in staat.

Leg uit waarom tekst 2 geen betoog is.

Modelantwoord (2 punten): de schrijver neemt geen standpunt in en wil de lezer niet voor een kant winnen. In alinea 5 staat dat de lezer zelf moet bepalen wat de beste keuze is. Verwachte fout: alleen zeggen 'er staan geen argumenten in'; er staan wel argumenten voor en tegen.

Citeer de zin die de keuze bij de lezer legt.

Modelantwoord (1 punt): 'Wat de beste keuze is, kan de lezer dus alleen zelf bepalen.' Verwachte fout: de eerste zin van alinea 5, die gaat over afwegen maar niet over de keuze van de lezer.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Vraagtype 3: combinaties en belangrijkste doel

  • Een tekst kan uitleggen en toch overtuigen: dan telt het belangrijkste schrijfdoel

  • Zoek een standpunt, een oproep of een sterke slotalinea: dat wijst op overtuigen of tot actie aanzetten

  • Bij een gedeelte met alleen uitleg is de tekstsoort van dat gedeelte uiteenzettend

  • Beantwoord de vraag voor het deel dat gevraagd wordt: soms een alinea, soms de hele tekst

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Tekst 3: Buurtmaatjes gezocht

(1) In veel wijken wonen ouderen die zelden bezoek krijgen. Uit gesprekken met bewoners blijkt dat ze vooral 's avonds en in het weekend alleen zijn. In de wijk Kerkdorp bestaat daarom al twee jaar het project Buurtmaatje, waarbij vrijwilligers een of twee keer per week langsgaan voor een kop koffie of een wandeling.

(2) Meedoen is eenvoudig. Wie zich aanmeldt, krijgt een kennismakingsgesprek en wordt gekoppeld aan één oudere uit de eigen straat. Het project betaalt de reiskosten en organiseert elke maand een bijeenkomst voor vrijwilligers.

(3) Toch zijn er te weinig vrijwilligers. Op dit moment staan twaalf ouderen op de wachtlijst, en elke maand komen er nieuwe aanmeldingen bij.

(4) Ik vind dat elke jongere minstens één keer maatje moet zijn. Een bezoekje kost weinig tijd, maar betekent voor een eenzame oudere veel. Bovendien leer je er zelf van: je hoort verhalen die je nergens anders hoort en je ontdekt hoe waardevol aandacht is.

(5) Meld je daarom vandaag nog aan via de website van het project. Jouw uurtje maakt het verschil.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 1 tot en met 3 zijn uiteenzettend, alinea 4 is het betoog (standpunt met argumenten), alinea 5 zet aan tot actie. Project, wijk en aantallen zijn fictief.

Wat is het belangrijkste schrijfdoel van tekst 3?

A

De lezer informeren over een stand van zaken

B

Overtuigen en tot actie aanzetten

C

De lezer iets ter overweging aanbieden

D

De lezer waarschuwen voor een gevaar

Het standpunt in alinea 4 en de oproep in alinea 5 bepalen de tekst; de uitleg in alinea 1 tot en met 3 bereidt dat voor. Verwachte fout: informeren, omdat drie van de vijf alinea's uitleg geven.

Welke tekstsoort is alinea 3?

Op dit moment staan twaalf ouderen op de wachtlijst, en elke maand komen er nieuwe aanmeldingen bij.

A

Beschouwend

B

Betogend

C

Betogend én beschouwend

D

Uiteenzettend

Er wordt meegedeeld hoe het ervoor staat: te weinig vrijwilligers en een wachtlijst. Er is geen standpunt en geen afweging. Verwachte fout: betogend, omdat de tekst in zijn geheel betogend is.

Citeer de zin die tot actie aanzet.

Modelantwoord (1 punt): 'Meld je daarom vandaag nog aan via de website van het project.' Verwachte fout: 'Ik vind dat elke jongere minstens één keer maatje moet zijn', dat is het standpunt, geen oproep om nu iets te doen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De tekstsoort bepalen

2

Het schrijfdoel vaststellen

3

Het belangrijkste doel kiezen

4

Geen van drieën

Kies zelf een vraagtype om extra te oefenen met de tekst uit les 1.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag: gaat het om een alinea of om de hele tekst?

  • Gebruik de termen uit de syllabus: uiteenzettend, beschouwend, betogend, en informeren, ter overweging aanbieden, overtuigen

  • Een standpunt met argumenten betekent betoog; voor en tegen zonder keuze betekent beschouwing

  • Een tekst met veel uitleg kan toch betogend zijn: kijk wat de uitleg dient

  • Bij citeren: schrijf de zin letterlijk over, of de eerste en laatste woorden als dat gevraagd wordt

Deze slide heeft geen instructies