1. nw onderzoek en hoe stel je een goede vraag?

Wetenschap op Werenfridus 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
WoWMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Wetenschap op Werenfridus 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat er op het programma staat 
  • introductie Wetenschap op Werenfridus
-> doel
-> wat je altijd meeneemt
-> 'is het voor een cijfer?'
-> organisatie 
  • leerdoelen dit blokuur
  • huiswerk 

Slide 2 - Tekstslide

doel: 
  • leren doen van natuurwetenschappelijk onderzoek 
  • gaat over het de vakken biologie, scheikunde, natuurkunde
  • experiment uitvoeren is onderdeel van nw onderzoek
wat je meeneemt:
  • schrift, etui (met (kleur)potloden, geo, rekenmachine, puntenslijper, pen, gum), iPad, plakstift oid 
Is het voor een cijfer?
  • uiteindelijk wel: O, V, G
organisatie:
  • je maakt aantekeningen in je schrift, plakt documenten in je schrift 
  • voorin je schrift aantekeningen, achterin je schrift je onderzoek. 
  • je werkt soms alleen, soms in duo's  maar meestal met je groepje. 
  • je krijgt allerlei documenten die je in je schrift plakt. 
  • door samen te werken leer je samen. 
  • in de lessen wordt er geoefend met de onderdelen van nw onderzoek, het huiswerk gaat steeds over je eigen onderzoek. 
  • steeds blokuur. Je kunt in principe je huiswerk afkrijgen. 


Leerdoelen: 'wat ik ga leren'
Ik kan... 

  • 3 verschillende soorten practicum opnoemen en kan uitleggen wat het doel is van elke soort practicum 
  • de onderzoekscyclus uitleggen 
  • een onderzoeksvraag bedenken die geschikt is om nw onderzoek te doen 
Nieuwe termen: 
  • onderzoekscyclus
  • onderzoekspracticum
  • onderzoeksvraag 


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

practicum doen ... waarom eigenlijk? 

Slide 4 - Tekstslide

Waarom doe je practicum?
(laat leerlingen in stilte bedenken en vingers opsteken op basis van de hoeveelheid reden die ze kunnen bedenken) 
  1. om apparaten en gereedschappen te leren gebruiken bijvoorbeeld de microscoop bij biologie
  2. een iets wat je in de les uitgelegd hebt gekregen, kan toepassen.  Bij voorbeeld bij scheikunde kun je vooraf berekenen hoeveel van een je nodig hebt om een zuur te neurtraliseren. Met het practicum ga je dat aantonen. 
  3. een eigen onderzoek doen op basis van iets wat je gezien, gehoord of gelezen hebt (= observatie) --> je hebt een onderzoeksvraag .

Bij WoW: eigen onderzoek doen! 

Slide 5 - Tekstslide

Dit is de onderzoekscyclus:
Loop even langs de 7 fasen maar ga er niet al te uitgebreid op in
Ga hierna naar de volgende dia en laat die overnemen. 
Daarna volgt een video over goed onderzoek doen. 
  • neem de cyclus over, 
     inclusief de symbolen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

02:22
Hoort deze vraag bij natuurwetenschappelijk onderzoek?
A
ja
B
nee

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

02:34
Hoeveel verkeer rijdt er door de stad? Deze vraag is
A
niet afgebakend
B
niet te beantwoorden in de tijd
C
niet afgebakend en niet te beantwoorden in de tijd

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

08:32
Bij welk onderdeel van de onderzoekscyclus hoort 'evalueren en beoordelen?'
A
conclusie
B
presentatie
C
verwonderen en verkennen
D
geen van deze drie

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

wat is nu een goede onderzoeksvraag?
  • past bij je verkenning 
  • het is een (open) vraag
  • het is één vraag
  • je kunt er iets van leren
  • de vraag is niet opzoekbaar (te 'googlen')
  • je kunt de vraag met een experiment beantwoorden

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

is de vraag door ons uit te voeren:
--> koppelen aan de video --> = het moet binnen de gestelde tijd passen 

Geef de uitleg van het vragenmachientje: pas als je bij 'UIT bent, is het een goede vraag. 

opdracht 
  1. pak per groep een willekeurig voorwerp van de tafel
  2. ieder groepslid bedenkt een onderzoeksvraag (laat 'm niet zien aan je klasgenoten!) en schrijf deze in het schrift
  3. geef je schrift door naar rechts 
  4. beoordeel de onderzoeksvraag in het schrift met behulp van het vragenmachientje                         --> verbeter de vraag 
  5. geef het schrift door                          naar rechts 

Slide 13 - Tekstslide

Iedere leerling krijgt een vel met het onderzoeksmachientje en plakt deze in zijn/haar schrift
extra opdracht: verander je vraag
onafhankelijke variabele: wat je meet ...
afhankelijke variabele : wat je weet ... 

--> verander je vraag in 
Wat is de invloed van .... op .... bij (organisme) (wanneer, waar) ?

Slide 14 - Tekstslide

De hoofdvraag / probleemstelling in een hypothesetestend onderzoek wordt door deze manier van formuleren altijd specifiek en afgebakend
hoe makkelijk/moeilijk was deze opdracht? 

Slide 15 - Tekstslide

Waarom doe je practicum?
(laat leerlingen in stilte bedenken en vingers opsteken op basis van de hoeveelheid reden die ze kunnen bedenken) 
  1. om apparaten en gereedschappen te leren gebruiken bijvoorbeeld de microscoop bij biologie
  2. een iets wat je in de les uitgelegd hebt gekregen, kan toepassen.  Bij voorbeeld bij scheikunde kun je vooraf berekenen hoeveel van een je nodig hebt om een zuur te neurtraliseren. Met het practicum ga je dat aantonen. 
  3. een eigen onderzoek doen op basis van iets wat je gezien, gehoord of gelezen hebt (= observatie) --> je hebt een onderzoeksvraag .

Bij WoW: eigen onderzoek doen! 
verschil hoofdvraag en deelvraag 
- de hoofdvraag is onderzoekbaar 
- de hoofdvraag kun je opsplitsen in deelvragen
- deelvragen kun je beantwoorden via:
  • bronnenonderzoek en/of
  • enquête of interview en/of 
  • experiment : meten, tellen, wegen 
- door de combinatie van antwoorden op de deelvragen kun je de hoofdvraag beantwoorden 
HOOFDVRAAG = ONDERZOEKSVRAAG = PROBLEEMSTELLING 
neem dit over in je schrift

Slide 16 - Tekstslide

het experiment hoort bij het natuurwetenschappelijk onderzoek
nu je eigen onderzoek ...
met je tafelgenoten ga je een onderzoek doen ... 
.. bedenk een onderwerp (= verkennen, verwonderen) 
.. bedenk een geschikte onderzoeksvraag  (= stel een vraag) 
.. je checkt steeds met de vragenmachientje
.. bedenk deelvragen (waarvan je er één via een experiment moet beantwoorden) en de manier waarop je ze gaat beantwoorden 
.. een taakverdeling 
-> rolverdeling: voorzitter - notulist - tijdsbewaker - vragenmachientjebediener 
-> in een gedeeld document (Google docs) 




Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

huiswerk
--> voor de volgende les heb je een document geupload in de Google Classroom (lesgroepcode: pxnnctn) met 
- een geschikte onderzoeksvraag 
- antwoorden op de deelvragen via bronnenonderzoek 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies