Voedermiddelen les 1

Voedermiddelen les 1
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Voedermiddelen les 1

Slide 1 - Tekstslide

Wat is belangrijkste voertype voor varkens?
A
Ruwvoer
B
Hooi
C
Gras
D
Krachtvoer

Slide 2 - Quizvraag

Hoeveel procent ruwvoer in rundveerantsoen?
A
90%
B
20%
C
74%
D
50%

Slide 3 - Quizvraag

Wat is brijvoer?
A
Mengsel van water en diverse voermiddelen
B
Een soort ruwvoer
C
Alleen mengvoer in brokvorm
D
Gedroogd krachtvoer

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een voordeel van pelleteren?
A
Zetmeel wordt beter verteerbaar
B
Lagere energiewaarde
C
Hogere structuurwaarde
D
Lagere verteerbaarheid

Slide 5 - Quizvraag

Wat is premix?
A
Mengsel van mineralen en vitaminen
B
Bijproduct van oliepersing
C
Soort ruwvoer
D
Mengsel van granen

Slide 6 - Quizvraag

Waarom is dierlijk eiwit verboden in rundveevoer?
A
A. Het bederft te snel
B
B. Het is te duur
C
D. Vanwege BSE-risico’s
D
C. Het veroorzaakt pensverzuring

Slide 7 - Quizvraag

Waarom moet je voorzichtig zijn met fruit als veevoer?
A
B. Bederven snel door hoog vochtgehalte
B
A. Slecht verteerbaar
C
C. Te veel eiwit
D
D. Te veel mineralen

Slide 8 - Quizvraag

Wat blijft er over na het persen van olie?
A
C. Vinasse
B
D. Premix
C
A. Schroot of schilfers
D
B. Melasse

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een knolgewas?
A
D. Tarwe
B
A. Soja
C
B. Luzerne
D
C. Voederbiet

Slide 10 - Quizvraag

Welke grondstof hoort bij de vlinderbloemigen?
A
B. Tarwe
B
C. Erwten
C
D. Gerst
D
A. Rogge

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een normale drogestofwaarde van graskuil?
A
D. 35–50%
B
B. 10–20%
C
A. 80–90%
D
C. 25–30%

Slide 12 - Quizvraag

Waarom hebben hoogproductieve koeien krachtvoer nodig?
A
D. Gras bevat te veel zetmeel
B
B. Gras bevat te weinig voedingsstoffen
C
C. Gras bevat te weinig water
D
A. Gras is slecht verteerbaar

Slide 13 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van krachtvoer?
A
B. Hoog ruwe celstofgehalte
B
D. Hoge structuurwaarde
C
A. Lage structuurwaarde
D
C. Grote deeltjesgrootte

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de minimale structuurwaarde om pensverzuring te voorkomen?
A
B. 0,3
B
A. 1,0
C
C. 1,5
D
D. 2,0

Slide 15 - Quizvraag

Welk kenmerk hoort bij ruwvoer?
A
A. Hoge structuurwaarde door ruwe celstof
B
B. Hoge passagesnelheid
C
C. Structuurwaarde lager dan 1,5
D
D. Deeltjesgrootte kleiner dan 6 mm

Slide 16 - Quizvraag

Waar staat VEM voor?
A
Voeder Eenheid Melk
B
Voedings Energie Maatstaf
C
Voederwaarde Eenheid Melk
D
Verteerbare Energie Melkvee

Slide 17 - Quizvraag

Welke eigenschap hoort bij snijmaïs?
A
Wordt vooral gedroogd gevoerd
B
Laag zetmeelgehalte
C
Hoge ruwe celstof en veel energie
D
Minder geschikt voor koeien

Slide 18 - Quizvraag

Wat is CCM?
A
Gedorste maïskorrels met spil, gemalen
B
Gehele plantensilage
C
De hele kolf met schutbladeren
D
Mengsel van gras en maïs

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een voordeel van triticale?
A
Weinig droge stof
B
Lage opbrengst
C
Groeit goed op droge grond
D
Slecht verteerbaar

Slide 20 - Quizvraag

Welke eigenschap hoort bij luzerne?
A
Lage kalkwaarde
B
Grove vezelstructuur
C
Weinig mineralen
D
Laag eiwitgehalte

Slide 21 - Quizvraag