Media en Onderzoek (Talent 1.9 en 2.9)

Media en Onderzoek
Lesdoelen:
  • je leert wat informatiebronnen zijn
  • je leert hoe je zoekt op internet
  • je leert hoe een zoekmachine jou kan helpen met zoeken
  • je leert hoe je betrouwbare informatie over een onderwerp vindt
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Media en Onderzoek
Lesdoelen:
  • je leert wat informatiebronnen zijn
  • je leert hoe je zoekt op internet
  • je leert hoe een zoekmachine jou kan helpen met zoeken
  • je leert hoe je betrouwbare informatie over een onderwerp vindt

Slide 1 - Tekstslide

Welke informatiebronnen zijn er?

Slide 2 - Woordweb

Waarom is het belangrijk om goed naar informatie te kunnen zoeken?
A
Dan weet je meer en word je slimmer.
B
Dan verdwaal je niet op internet.
C
Dan hoef je het niet te vragen aan de docent.
D
Zodat je dan snel de juiste bronnen kunt vinden.

Slide 3 - Quizvraag

Informatiebronnen
Een informatiebron is een plek waar je informatie vindt over een onderwerp. 

Je kunt informatiebronnen indelen in verschillende groepen:
• websites en apps op het internet, bijvoorbeeld Wikipedia en nu.nl
• boeken, bijvoorbeeld schoolboeken en woordenboeken;
• media, bijvoorbeeld kranten- en tijdschriftartikelen en tv-programma’s;
• personen, bijvoorbeeld jouw leraar Nederlands.

Slide 4 - Tekstslide

Welke informatiebron gebruik jij als je iets moet opzoeken?

Slide 5 - Woordweb

Zoeken op internet
Websites op internet zijn belangrijke informatiebronnen. Om te zoeken naar websites kun je een zoekmachine als Google gebruiken, maar je kunt ook meteen de adresbalk in je browser gebruiken. In de zoekbalk of in de adresbalk vul je zoekwoorden in. Zoekwoorden zijn woorden die jouw onderwerp het best omschrijven. De resultaten van jouw zoekactie op internet heten ook wel hits.

Slide 6 - Tekstslide

Zoeken op internet
Drie tips voor zoeken op internet:

1. Gebruik het liefst twee of meer zoekwoorden.
2. Lees de eerste regel onder een hit en vraag je af of je iets aan deze informatie hebt.
3. Kies niet meteen het bovenste resultaat. Kijk ook naar de volgende hits.

Slide 7 - Tekstslide

Je zoekt informatie over FIFA voor de spelcomputer. Welk(e) zoekwoord(en) gebruik je?
A
FIFA
B
FIFA game
C
FIFA computerspel
D
FIFA voetbal

Slide 8 - Quizvraag

Zoekopdracht: 
Op de volgende bladzijde staat een vraag. Open een nieuwe pagina in je browser en zoek je antwoord door de juiste zoekwoorden in te voeren. 

Slide 9 - Tekstslide

Hoeveel kilocalorieën zitten er een witte Magnum?

Slide 10 - Open vraag

Welke vier Nederlanders zijn in de ruimte geweest?

Slide 11 - Open vraag

Slim zoeken met Google
Met de zoekmachine van Google kun je snel informatie vinden op internet. Als je de juiste zoekwoorden in de zoekbalk gebruikt, vind je sneller de informatie die je zoekt. Maar er zijn nog meer manieren om slim te zoeken met Google.



Slide 12 - Tekstslide

Onder de zoekbalk:

1. Onder de zoekbalk kun je kiezen wat voor soort resultaten je wilt zien, bijvoorbeeld: Afbeeldingen, Video’s, Nieuws of Shopping.
2. Je kunt onder de zoekbalk ook kiezen voor Tools. Daar kun je bijvoorbeeld kiezen in welke taal en uit welke periode jouw resultaten moet komen.
In de zoekbalk:

Zet je zoekwoorden tussen dubbele aanhalingstekens. Google laat dan alleen resultaten zien met precies die tekst, bijvoorbeeld: “de dag die je wist dat zou komen."

Slide 13 - Tekstslide

Waarom is het handig om 'slim te zoeken' in een zoekmachine?

Slide 14 - Woordweb

Online betrouwbare informatie vinden
Als je informatie hebt gevonden, kijk je of de informatie begrijpelijk en bruikbaar is. Je kijkt ook of de informatie betrouwbaar is. Betrouwbaar betekent dat de informatie klopt en waar is. 
Vier tips om betrouwbare websites te vinden volgend op de volgende pagina's. 

Slide 15 - Tekstslide

1. Als je via Google zoekt, is het eerste zoekresultaat vaak een advertentie (herkenbaar aan het blokje waarin Adv. staat). De maker van die website probeert je iets te verkopen, dus de informatie is afhankelijk en minder betrouwbaar.
2. Websites van officiële organisaties en instanties zijn meestal betrouwbaar. Denk bijvoorbeeld aan de website van thuisarts.nl of een ministerie. De informatie is onafhankelijk.
  

Slide 16 - Tekstslide

3. Vaak krijg je een link naar Wikipedia. Een pagina op Wikipedia wordt meestal geschreven door deskundigen. Andere deskundigen controleren deze informatie. De informatie op Wikipedia is daarom meestal betrouwbaar.
4. Op forums en in vlogs gaat het meestal om de persoonlijke mening van de schrijver of vlogger. Soms worden vloggers ook gesponsord om een product aan te prijzen. De informatie is dan niet zo betrouwbaar.

Slide 17 - Tekstslide

Wanneer is een website onbetrouwbaar als informatiebron?
A
Als een deskundige het geschreven heeft
B
Als het van een officiële instantie is
C
Als de informatie niet onafhankelijk is

Slide 18 - Quizvraag

Een nieuw parfum van Chanel komt op de markt. Verschillende media doen hiervan verslag. Welke media is in de berichtgeving het meest betrouwbaar? 
Betrouwbaar
Minder/niet betrouwbaar
Een recensie in de Consumentengids.
Een  reactie op straat van een willekeurige voorbijganger. 
Een reclameposter op het metrostation.
Een commercial van Chanel op de televisie.
Een vlog van Nikki Tutorial. 
Een prijsvergelijking op  bestekoop.nl. 
De mening van Gordon in RTL Boulevard.

Slide 19 - Sleepvraag

Welke informatie was nieuw voor jou?

Slide 20 - Woordweb

Kijk terug op de leerdoelen. Hoeveel leerdoelen heb je deze les behaald?
* je leert wat informatiebronnen zijn
* je leert hoe je zoekt op internet
* je leert hoe een zoekmachine jou kan helpen met zoeken
* je leert hoe je betrouwbare informatie over een onderwerp vindt
Alle
3 van de 4
2 van de 4
1 van de 4
geen

Slide 21 - Poll