<div>verdere toekomst</div>toekomende tijd<div>ik zal spelen</div>
voorwaardelijke wijs<div>ik zou spelen</div>
passé composé
futur proche
Imparfait
Présent
Conditionnel
futur simple
Slide 3 - Sleepvraag
Vervoegen in présent
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Nog meer uitleg nodig?
Hierna volgen 3 filmpjes die de alle tijden nogmaals uitleggen. Handig als de uitleg van hierboven niet duidelijk genoeg was of je alles even wilt opfrissen.
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Video
Slide 12 - Video
Slide 13 - Video
Slide 14 - Video
Slide 15 - Video
Slide 16 - Video
Onregelmatige werkwoorden
De regels die hierboven staan beschreven gelden ook voor de onregelmatige werkwoorden maar :
de présent van deze werkwoorden is altijd anders dus leer ze uit het hoofd
voor de p.c. leer je het voltooid deelwoord uit het hoofd en of het avoir/être moet zijn als hulpwerkwoord
-->
Slide 17 - Tekstslide
Onregelmatige werkwoorden
De imparfait vervoegt zich zoals de regel aangeeft, enige uitzondering is être : nous sommes --> j'étais
futur simple en conditionnel hebben een eigen basis waarna je dan de uitgangen aanvult zoals ze al stonden aangegeven. Deze basis moet je uit je hoofd leren!
Slide 18 - Tekstslide
Basis futur simple/conditionnel
verr-
fer-
voudr-
pourr-
saur-
ir-
ser-
aur-
avoir -hebben
être - zijn
savoir - weten
voir-zien
vouloir -willen
faire - maken/doen
aller - gaan
pouvoir - kunnen
Slide 19 - Sleepvraag
Hoe vertaal je : Tu as été vous avez eu
A
jij bent gegaan
zij hebben gehad
B
jij bent geweest
u heeft gehad
C
jij hebt gehad
u bent geweest
D
jij bent geweest
U heeft gemaakt
Slide 20 - Quizvraag
Hoe vertaal je: Il pouvait Nous voulions
A
hij zal kunnen
wij zullen willen
B
hij zal kunnen
wij willen
C
hij kon
wij wilden
D
hij kon
wij zullen willen
Slide 21 - Quizvraag
Hoe vertaal je: Ils peuvent je sais
A
zij kunnen
ik doe
B
zij willen
ik weet
C
zij willen
ik doe
D
zij kunnen
ik weet
Slide 22 - Quizvraag
Vertaal: Ik ben in Parijs geweest en ik heb het Louvre bezocht
Slide 23 - Open vraag
Vertaal: Wij zullen de sportschoenen stelen
Slide 24 - Open vraag
Vertaal: Zij zou om 17 uur bij de Notre Dame zijn en we gaan het samen bekijken