Week 7: Conserveren

1. Leg in eigen woorden uit wat er gebeurt bij het conserveren van voedsel.
1 / 6
volgende
Slide 1: Open vraag

In deze les zitten 6 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

1. Leg in eigen woorden uit wat er gebeurt bij het conserveren van voedsel.

Slide 1 - Open vraag

2. Vlees wordt soms vacuüm verpakt. Zoek op internet op wat dit betekent en schrijf het op.

Slide 2 - Open vraag

3. Hoe kan het dat door het vacuüm verpakken van bijvoorbeeld een stuk vlees, het langer houdbaar is?

Slide 3 - Open vraag

4. Hieronder staan zes verschillende producten. Sommige producten behoren bij THT (ten minste houdbaar tot) en andere producten horen bij TGT (te gebruiken tot). Versleep de producten naar het juiste begrip.
THT (tenminste houdbaar tot)
TGT (te gebruiken tot)
Halfvolle melk
Sla
Vis
Gedroogde pasta
Harde kaas
Cola
Versgeperste jus

Slide 4 - Sleepvraag

5. Noem 3 voorbeelden van additieven.

Slide 5 - Open vraag

6. Noem twee functies die zout in voedsel heeft:

Slide 6 - Open vraag