In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 15 min
Onderdelen in deze les
Koolstofchemie
basis
alkanen, alkenen, alkylgroepen, telwoorden,
(on)verzadigd, (on)vertakt, isomerie
Slide 1 - Tekstslide
Voorkennis voor H15 (biochemie)
- systematische naamgeving
- additiereactie, kraakreactie,substitutieractie
-condensatiereactie, hydrolyse
- structuurformules+bouwstenen koolhydraten, vetten en eiwitten (BINAS tabel 67 F,G en H)
Slide 2 - Tekstslide
Wat is de naam van het soort reactie waartoe deze behoord?
A
Polymerisatie reactie
B
Verbrandingsreactie
C
Additiereactie
D
Kraken / kraakreactie
Slide 3 - Quizvraag
Zonder licht heb je geen ...
A
vorming van een ester
B
substitutiereactie
C
additiereactie
D
hydrolysereactie
Slide 4 - Quizvraag
De afbeelding hiernaast geeft een ... weer.
A
additiereactie
B
substitutiereactie
Slide 5 - Quizvraag
waaraan herken je een additiereactie?
A
er wordt een C=C gevormd
B
er worden twee stoffen samengevoegd
C
de C=C verdwijnt
D
het reactieproduct heeft meer atomen dan de beginstof
Slide 6 - Quizvraag
wat wordt bedoeld met kraken van aardoliefracties?
A
kleine moleculen worden gekoppeld tot lange moleculen
B
aardoliefractie wordt ontzwaveld
C
aardolie wordt gedestilleerd
D
lange moleculen worden afgebroken in kleinere moleculen
Slide 7 - Quizvraag
Wat voor soort ontledingsreactie is het kraken?
A
Elektrolyse
B
Thermolyse
C
Fotolyse
Slide 8 - Quizvraag
Wat is hier de systematische naam?
A
4-methylhexaan
B
3-methylhexaan
C
1,2,4-dimethylbutaan
D
heptaan
Slide 9 - Quizvraag
Wat is de systematische naam voor H2O2
Wat is de systematische naam voor H2O2
A
Water
B
Waterstof
C
waterstofperoxide
D
di-waterstof-di-oxide
Slide 10 - Quizvraag
Bij het kraken van een koolwaterstoffractie ontstaan...
A
alleen verzadigde koolwaterstoffen
B
koolstofdioxide en water
C
een mengsel van verzadigde en onverzadigde koolwaterstoffen
D
alleen onverzadigde koolwaterstoffen
Slide 11 - Quizvraag
Wat is de correcte naamgeving?
A
Hydroxyethaan
B
Ethanol
C
Ethaan-1-ol
D
Ethaan-2-ol
Slide 12 - Quizvraag
Wat is de correcte naamgeving?
A
pent-1-een-4-ol
B
pentanol
C
penteen-2-ol
D
pent-4-een-2-ol
Slide 13 - Quizvraag
Wat is de correcte naamgeving?
A
ethaanchloride
B
trichloorethaan
C
1,1,1-trichloorethaan
D
1,1,1-chloorethaan
Slide 14 - Quizvraag
WEET JE HET NOG?
nitrietion
acetaation
ammoniumion
hydroxide‑ion
fosfaation
carbonaation
CO32-
PO43-
OH-
NH4+
CH3COO-
NO2-
Slide 15 - Sleepvraag
Zet de structuren in het juiste vakje.
Aldehyde
Aminozuur
Carbonzuur
Ester
Slide 16 - Sleepvraag
Micro vs Macro
Geef aan of hier een begrip/omschrijving op micro of macro niveau gegeven wordt, door ze naar de juiste plek te slepen.
Micro
Macro
H2O
Moleculen
vloeibaar
stroomgeleiding
suiker
Reactie-vergelijking
waterstofbrug
Oplosbaar
Slide 17 - Sleepvraag
Vraag 9) Sleep de formule naar de juiste naam.
hydroxide
oxide
ammoniak
carbonaat
waterstofcarbonaat
koolzuur
ammonium
natronloog
kaliloog
kalkwater
Na+ (aq) + OH-(aq)
K+ (aq) + OH-(aq)
Ca2+ (aq) + 2 OH- (aq)
Slide 18 - Sleepvraag
In bloed wordt een concentratie glucose gemeten van 140 mg / liter. De molaire massa van glucose is 180 gram / mol. Wat is de molariteit van de glucose-oplossing?
A
0,778 M
B
25,2 mM
C
0,778 mM
D
2,52 M
Slide 19 - Quizvraag
Wat is de molariteit van de oplossing als je 9,42 gram glucose oplost tot 2,5 L
A
45,5 M
B
0,073 M
C
0,021 M
D
Ik heb geen idee!!
Slide 20 - Quizvraag
Welke stof heeft de hoogste energieinhoud per mol?
A
Methaan
B
ethanol
C
propaan
D
glucose
Slide 21 - Quizvraag
Welke stof heeft de hoogste energieinhoud per gram?
A
Methaan
B
ethanol
C
propaan
D
glucose
Slide 22 - Quizvraag
MgO + 2 H⁺ → Mg²⁺ + H₂O
A
= redoxreactie
B
= zuur-basereactie
C
= hydrolysereactie
D
= condensatiereactie
Slide 23 - Quizvraag
Waarom is de vorming van een ester een voorbeeld van een condensatiereactie?
A
De reactie is heel warm
B
De reactie is heel koud
C
De reactie wordt gedaan in water
D
Er ontstaat water
Slide 24 - Quizvraag
Na de hydrolyse van sacharose ontstaan twee monosachariden. b) Welke twee monosachariden ontstaan uit de hydrolyse van sacharose?
A
glucose en fructose
B
glucose en ribose
C
galactose en fructose
D
ribose en fructose
Slide 25 - Quizvraag
Met wat voor reactie wordt een disacharide gevormd uit 2 monosachariden?
A
Fotosynthese
B
Hydrolyse
C
Condensatie
D
Additie
Slide 26 - Quizvraag
Hydrolyse is een belangrijke stap in het metabolisme van voedingsstoffen, omdat hydrolyse...
A
de eerste stap van de afbraak van eiwitten is.
B
de eerste stap is van de afbraak van vetten.
C
de eerste stap is in de afbraak van vetten, eiwitten en koolhydraten.
D
de eerste stap is in de afbraak van suikers
Slide 27 - Quizvraag
Wat gebeurt er bij "hydrolyse"
A
Een H2O molecuul maakt zich vrij van een molecuul, waardoor het molecuul zich splitst.
B
Een H2O molecuul maakt zich vrij van twee moleculen, waardoor de twee moleculen zich samenvoegen.
C
Een H2O molecuul maakt een binding aan tussen twee moleculen, waardoor de twee moleculen zich samenvoegen.
D
Een H2O molecuul maakt een binding aan met een molecuul, waardoor het molecuul zich splitst.
Slide 28 - Quizvraag
De reactie die hiernaast in een reactievergelijking is weergegeven is een voorbeeld van een....