Hoofdstuk 5 Procenten en promille en verhoudingen 53 tm 78

Wat weten we nog van vorige week?
- Je kunt kleine en grote getallen omzetten in de wetenschappelijke notatie.
- Je kunt getallen in wetenschappelijke notatie omzetten in gewone getallen.
- Je kunt een wortelverband herkennen
- Je kunt snelheden van m/s omrekenen naar km/uur
- Je kunt snelheden omrekenen van km/uur  naar m/s



1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat weten we nog van vorige week?
- Je kunt kleine en grote getallen omzetten in de wetenschappelijke notatie.
- Je kunt getallen in wetenschappelijke notatie omzetten in gewone getallen.
- Je kunt een wortelverband herkennen
- Je kunt snelheden van m/s omrekenen naar km/uur
- Je kunt snelheden omrekenen van km/uur  naar m/s



Slide 1 - Tekstslide

Wat leren we deze week?
- Je kunt rekenen met procenten:
  • Geheel berekenen
  • Deel berekenen
  • Percentage berekenen
- Je kunt rekenen met promille
- Je kunt rekenen met verhoudingen

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk deze week (26 opgaven)
Hoofdstuk 5
Opgaven 53 t/m 78

Slide 3 - Tekstslide

Hoe reken je met procenten?




Klas T4B bestaat uit 25 leerlingen.  Van de leerlingen dragen 4  een bril. Hoeveel procent van de leerlingen draagt een bril?  

Slide 4 - Tekstslide

Hoe reken je met procenten?




Klas T4c bestaat uit 30 leerlingen. In de klas draagt 23,3 % vandaag Nike schoenen. Hoeveel leerlingen dragen vandaag Nike schoenen?

Slide 5 - Tekstslide

Hoe reken je met procenten?




Tristan koopt schoenen in de uitverkoop en hoeft slechts 65% van de nieuwprijs te betalen. Hij betaalt 68,31 euro. Wat was de nieuwprijs?

Slide 6 - Tekstslide

Promille (‰)
Promille werkt hetzelfde als procenten, maar dan alles met 1000 in plaats van 100.

Sparta Nijkerk heeft op 1 januari 2018 1088 leden. 
Op 1 december 2018 is het aantal leden met 3 toegenomen. 
Hoeveel is de toename in promille?


Slide 7 - Tekstslide

Promille (‰)
Promille werkt hetzelfde als procenten, maar dan alles met 1000 in plaats van 100.

Henk zijn lichaamsvocht bevat momenteel 1,8 ‰ alcohol. Zijn lichaamsvocht bedraagt 50 liter. Hoeveel ml alcohol heeft Henk in zijn lichaam?


Slide 8 - Tekstslide

Procenten berekenen met toename
PSV had in 2017 in de Eredivisie 29 punten na 12 wedstrijden.
In 2018 hadden ze maar liefst 36 punten na 12 wedstrijden. 
Hoeveel is de toename in procenten als je 2018 met 2017 vergelijkt?  

36 - 29 = 7, dus 7 punten meer.
Deel : geheel x 100, dus 7 : 29 x 100 = 24,1 %

Slide 9 - Tekstslide

Oefenvraag
Klas T4D (6,9) had voor hoofdstuk 4 gemiddeld hoger dan T4E (6,7). Hoeveel procent scoorde T4D hoger dan T4E? Schrijf je  berekening op en rond af op 1 decimaal.

Slide 10 - Tekstslide

Berekening + Antwoord
T4D had 6,9 - 6,7 = 0,2 punt hoger.
Deel : geheel x 100, dus 0,2 : 6,7 x 100 = 3,0 %

Slide 11 - Tekstslide

stel je voor:

Je hebt een recept voor 4
personen maar moet iets maken voor 9 personen

  

Slide 12 - Tekstslide

berekening:
aantal personen:      4                      1                       9
aantal grammen:    500                   125                  1.125
wat is hier gebeurd?

Slide 13 - Tekstslide

wat is er gebeurd?
je hebt eerst voor 1 persoon uitgerekend hoeveel bloem er nodig is, dus 500 : 4 = 125
daarna dit getal x 9 omdat je voor 9 personen moet rekenen

Slide 14 - Tekstslide

Tom wil voor 3 personen een ovenschotel maken.
Volgens het recept voor 4 personen heeft hij hier 800 gram geraspte kaas nodig. Hoeveel geraspte kaas heeft hij voor 3 personen nodig?
A
2.400
B
500
C
600
D
1.200

Slide 15 - Quizvraag

Maken Hoofdstuk 5
Aan de slag met opgave 53 tm 78

Slide 16 - Tekstslide