Les 5 Debatteren - Labelen

Les 5 Debatteren - Labelen
Les 5 Debatteren
Labelen
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les 5 Debatteren - Labelen
Les 5 Debatteren
Labelen

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel

Na deze les

  • weet je wat labelen is
  • hoe je je eigen argumenten kunt labelen


Na de theorie gaan we oefenen met een ballondebat.

Slide 2 - Tekstslide

Waar staat AUB voor?

Slide 3 - Open vraag

Een handige manier om je argumenten te structureren, is door ze te labelen: je geeft ze een (korte) naam

Deze labels kun je bijvoorbeeld op een spiekbriefje schrijven. Als je de naam ziet, weet je wel weer wat je wil vertellen.

Ook gebruik je labels om de argumenten van de tegenpartij te noteren.

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld

Stelling: Dierentuinen moeten verboden worden.

(A) Een dierentuin is zielig voor de dieren
(U) Dieren in dierentuinen hebben weinig ruimte, omdat ze opgesloten zitten. Dat is erg, want daardoor worden ze ongelukkig.
(B) Een voorbeeld van gedrag dat ongelukkige dieren laten zien, is het eindeloos heen en weer lopen in hun hok; dat doen dieren alleen als ze zich niet prettig voelen.

Label: zielig (voor dieren)



Slide 5 - Tekstslide

Kijk naar het volgende filmpje en noteer de drie labels die gebruikt worden door de spreker.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Welke drie labels heb je gevonden?

Slide 8 - Open vraag

Werkboekje

Maak oefening 4.

Je krijgt 15 minuten de tijd.
timer
15:00

Slide 9 - Tekstslide

Ballondebat



Stel je voor: je zit met z'n vijven in 
een luchtballon die te zwaar is en
op het punt staat neer te storten.
Alle spullen die gemist kunnen worden zijn al overboord gegooid, maar dit is niet voldoende. Er zullen vier personen uit de ballon moeten springen. Maar wie? 

Slide 10 - Tekstslide

Ronde 1

Kies een (bekend) personage en bedenk waarom deze persoon onmisbaar zou kunnen zijn voor de wereld. 
Schrijf je eigen naam + de naam van het personage op een briefje. Ik selecteer vijf briefjes.

De geselecteerde deelnemers krijgen vijf minuten om zich voor te bereiden (je mag overleggen). 
Daarna krijgen ze ieder een minuut de tijd om te vertellen waarom zij onmisbaar zijn en dus in de ballon moeten blijven. 




Iedereen in het publiek krijgt twee stemmen. Aan het eind van de speeches wordt gestemd en moeten twee personen de ballon verlaten. 

Slide 11 - Tekstslide

Ronde 2

De drie overgebleven personen krijgen drie minuten om zich voor te bereiden: waarom moeten de andere personen uit de ballon? Waarom kan de wereld best zonder hen?

Dit keer krijgt het publiek één stem: wie het verdient het volgens jullie om als laatste in de ballon te blijven?
Deze persoon is de winnaar van het ballondebat.

Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld: Donald Trump

Geweldig, te gek, fantastisch - 
dat ben ik: The Donald. 
Het zou verschrikkelijk zijn als ik er niet meer ben. 
Met deze twee handen heb ik hotels gebouwd die nooit meer zullen vergaan. Iedereen wil in mijn hotels slapen en er voor altijd blijven, omdat het zó geweldig is. Bovendien ben ik de allerbeste president die Amerika ooit heeft gehad, want onder mij was iedereen gelukkig, had iedereen werk en verdiende iedereen genoeg geld. Daarom is het duidelijk dat de wereld onmogelijk zonder mij zou kunnen: wees wijs en stem voor Donald Trump! 

Slide 13 - Tekstslide

Inspiratie

  • Wereldleiders 
  • Politici
  • Zangers
  • Sporters
  • Acteurs
  • Influencers
  • Stripfiguren

Slide 14 - Tekstslide

Je hebt geleerd

  • wat labelen is
  • hoe je je eigen argumenten kunt labelen




Volgende les:
Weerleggen

Slide 15 - Tekstslide