HV2 - L'adjectif (2)

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Le programme
- Révision: L'adjectif (bijv.nw)
- Explication: L'Adjectif dans une phrase
- Les devoirs: Unité 4 - ex. 11 + apprendre 3 & Vocabulaire

Les objectifs d'apprentissage
- Ik kan een bijvoeglijknaamwoord op de juiste plek in een zin gebruiken
- Ik kan de onregelmatige vormen van het bijvoeglijk naamwoord goed toepassen

Slide 2 - Tekstslide

Kies de juiste vorm:
Les voitures (groen)
A
vertes
B
verte
C
vert
D
verts

Slide 3 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
Olivier et Marc sont (frans)
A
français
B
française
C
françaiss
D
françaises

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

Les exceptions
De volgende woorden komen voor het zelfstandig naamwoord
> Houd een pen/document bij de hand en schrijf/typ mee!
"La fille blonde" --> maar "La petite fille"

Slide 6 - Tekstslide

NL
Mnl.ev
Vrl.ev
Mnl.mv
Vrl.mv
Jong*
Jeune
Jeune
Jeunes
Jeunes
Leuk,mooi
Joli
Jolie
Jolis
Jolies
Oud*
Vieux
Vieille
Vieux
Vieilles
Klein
Petit
Petite
Petits
Petites
Dik*
Gros
Grosse
Gros
Grosses
Eerste*
Premier
Première
Premiers
Premières
Mooi*
Beau
Belle
Beaux
Belles

Slide 7 - Sleepvraag

NL
Mnl.ev
Vrl.ev
Mnl.mv
Vrl.mv
Groot
Grand
Grande
Grands
Grandes
Lang*
Long
Longue
Longs
Longues
Nieuw*
Nouveau
Nouvelle
Nouveaux
Nouvelles
Goed,
lekker
Bon
Bonne
Bons
Bonnes
Slecht
Mauvais
Mauvaise
Mauvais
Mauvaises
Hoog
Haut
Haute
Hauts
Hautes
Laatste
Dernier
Dernière
Derniers
Dernières

Slide 8 - Sleepvraag

NL
Mnl.ev.
Vrl.ev.
Mnl.mv
Vrl.mv
Mooi

Oud

Nieuw
Beau
Vieilles
Nouveaux
Belles
Vieille

Slide 9 - Sleepvraag

L'adjectif dans une phrase
Stap 1 - Zoek het zelfst.nw in de zin, waar het bijv.nw bijhoort
Stap 2 - Is het zelfst.nw mnl,vrl,ev,mv ? (-,-e,-s,-es)
Stap 3 - Vertaal het bijv.nw naar het Frans
Stap 4 - Bepaal of het een standaard/uitzondering bijv.nw is
< zie p.100 tekstboek>
Stap 5 - Beslis of het bijv.nw vóór of àchter het zelfst.nw moet
> uitzonderingen komen vóór het zelfstandig naamwoord

Slide 10 - Tekstslide

Kies de juiste vorm:
Les .........sacs (nieuw)
A
nouveau
B
nouvelles
C
nouvelle
D
nouveaux

Slide 11 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
Mon ...........grand-père (oude)
A
vieux
B
vieille
C
vieilles
D
vieu

Slide 12 - Quizvraag

Exercice 11A -1
"Ce n'est pas une ________(1) idée _____(2) - (slecht)
A
(1) mauvais
B
(2) mauvais
C
(1) mauvaise
D
(2)mauvaise

Slide 13 - Quizvraag

Les devoirs
  • Unité 4 - exercice 11
  • Unité 4 - apprendre 3 --> let op onregelmatige vormen!
  • Unité 4 - Vocabulaire R191-210 (Fier-Le mec)

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video