treizième cours (les verbes en -er partie 3)

Focusleren
Français en classe
Werkwoorden op -er  (lesson up)
Au travail
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Focusleren
Français en classe
Werkwoorden op -er  (lesson up)
Au travail

Slide 1 - Tekstslide

Focusleren
Chapitre 3
                                            voca F + être 

1. Hij is aardig.  
2. Tim is aardig.  
3. Tom en Tim zijn aardig. 

timer
5:00
Klik hier voor de uitspraak van F

Slide 2 - Tekstslide

Overhoring
Chapitre 3
Overhoring vocabulaire F + werkwoord être (blz. 131).

Slide 3 - Tekstslide

Français en classe
1. Tu as quel âge ?

2. Tu as un chien* ?


3. Quelle heure est-il ?
4. Tu as quelles matières le mercredi ?     Le mercredi, j'ai .......

Je ne sais pas                 
[zju nuh sè pa]
timer
5:00
  •  J'ai douze ans .....  [zjee doeze an]
  • Oui, j'ai un chien. [wie zjee un sjèhn]
  • Non, j'ai un chat.
  • Non, je n'ai pas d'animal. 

Slide 4 - Tekstslide

Welke Franse werkwoorden -er ken je al?
(min. 4)

Slide 5 - Woordweb

Stappenplan-er

(parler) = praten > ik praat

Slide 6 - Open vraag

Wat is de stam van:
danser, nager?

Slide 7 - Open vraag

e
ons
e
es
ez
ent
Nous + stam-
Vous + stam-
Ils + stam-
Je + stam-
Tu + stam-
Il + stam-

Slide 8 - Sleepvraag

Je (regarder) la télé.
A
regardons
B
regardes
C
regarde
D
regardent

Slide 9 - Quizvraag

Nathalie (aimer) son chien.
timer
0:15

Slide 10 - Open vraag

jij houdt van =
A
tu aimer
B
tu aime
C
tu aimes
D
tu aimons

Slide 11 - Quizvraag

jullie geven =
A
nous donnons
B
vous donner
C
on donne
D
vous donnez

Slide 12 - Quizvraag

Is het werkwoord goed vervoegd?
Elle habitent aux Pays-Bas.
A
B

Slide 13 - Quizvraag

Is het werkwoord goed vervoegd?
Tu chantes une chanson.
A
B

Slide 14 - Quizvraag

Is het werkwoord goed vervoegd?
J'aime le tennis.
A
B

Slide 15 - Quizvraag

Les garçons ... le foot.
A
préférez
B
préfère
C
préfèrent
D
préférons

Slide 16 - Quizvraag

Je ... les maths.
A
détestes
B
détestez
C
détestent
D
déteste

Slide 17 - Quizvraag

Au travail
page: 72
16a  - maak de zin compleet. Bekijk het voorbeeld.
16b - lees nog een keer de grammatica rustig door.
16d - vul de werkwoorden 'parler' en 'chercher' in, noteer de juiste uitgangen.

17a - Omcirkel het goede antwoord. Kijk goed naar het persoonlijk voornaamw.
17b - Bekijk het voorbeeld. Vul de juiste uitgang in.
17c - Bekijk het werkwoord tussenhaakjes, haal -er eraf en noteer de juiste uitgang.
17d - vertaal de werkwoorden naar het Frans. Haal -er eraf en noteer de juiste uitgang.


Slide 18 - Tekstslide