quiz deel 1 de arbeidsovereenkomst

Quiz: de arbeidsovereenkomst
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
bedrijfseconomieSecundair onderwijs

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Quiz: de arbeidsovereenkomst

Slide 1 - Tekstslide

Probeer de volgende vragen te beantwoorden 
zonder gebruik te maken van de cursus!

Slide 2 - Tekstslide

Een document waarin de regels staan beschreven die gelden binnen het bedrijf.
A
arbeidsovereenkomst
B
arbeidsreglement
C
vervangingsovereenkomst
D
arbeidscontract

Slide 3 - Quizvraag

Ben je verplicht om akkoord te gaan met het arbeidsreglement?
A
ja
B
neen

Slide 4 - Quizvraag

Op welk moment moet het arbeidsreglement ondertekend worden?
A
na de proefperiode
B
na de eerste werkdag
C
vóór aanvang van de job
D
tijdens het sollicitatiegesprek

Slide 5 - Quizvraag

Wat wordt er NIET vermeld in een arbeidsreglement?
A
jaarlijkse vakantie
B
straffen en boetes
C
loon
D
namen van de vakbonden

Slide 6 - Quizvraag

Wettelijke feestdag
Allerheiligen
Onze LIeve Vrouw Hemelvaart
Dag van de Vlaamse Gemeenschap
nationale feestdag
Allerzielen

Wapenstilstand
Kerstmis
tweede kerstdag

Slide 7 - Sleepvraag

Wettelijke feestdag
pinkstermaandag
Pinksteren
Hemelvaartsdag
Dag van de arbeid
paasmaandag
Pasen
Carnaval
Nieuwjaar

Slide 8 - Sleepvraag

Wat is een AO?
A
een overeenkomst waarbij een persoon zich ertoe verbindt om arbeid te verrichten voor een andere persoon. Deze persoon is hierbij ondergeschikt aan de andere persoon.
B
een overeenkomst waarbij een persoon loon ontvangt van een andere persoon. Deze persoon is hierbij ondergeschikt aan de andere persoon.
C
Een overeenkomst waarbij een persoon zich ertoe verbindt, tegen loon, arbeid te verrichten voor een andere persoon.
D
een overeenkomst waarbij een persoon zich ertoe verbindt om arbeids te verrichten voor een andere persoon, tegen loon. De persoon is hierbij ondergeschikt ten aanzien van de andere persoon.

Slide 9 - Quizvraag

Duid het statuut van een werknemer aan in een arbeidsovereenkomst.
A
bediende
B
voltijds
C
onbepaalde duur
D
student

Slide 10 - Quizvraag

Welke voorwaarde moet vervuld zijn zodat een AO geldig is?
A
vrijwillige toestemming van beide partijen
B
contract moet een voorwerp hebben
C
werknemer moet bekwaam zijn
D
de oorzaak van de AO moet legaal zijn

Slide 11 - Quizvraag

verplichtingen werknemer
verplichtingen werkgever
zorgvuldig, eerlijk en nauwkeurig werken
behoorlijke werkomstandigheden voorzien
zorg dragen voor persoonlijke spullen
geheimen respecteren
materiaal ter beschikking stellen
zich onthouden van schade berokkenen

Slide 12 - Sleepvraag