Mens en omgeving H4 Baliewerkzaamheden

Representatief =...
A
Bewust moeite doen om iemand te horen en te begrijpen.
B
Taal waarbij woorden en begrippen worden uitgebeeld met je handen.
C
Er verzorgd uitzien, schone en nette kleding dragen, vriendelijk en netjes in gedrag zijn.
D
Het verzorgen van je eigen lichaam.
1 / 23
volgende
Slide 1: Quizvraag
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Representatief =...
A
Bewust moeite doen om iemand te horen en te begrijpen.
B
Taal waarbij woorden en begrippen worden uitgebeeld met je handen.
C
Er verzorgd uitzien, schone en nette kleding dragen, vriendelijk en netjes in gedrag zijn.
D
Het verzorgen van je eigen lichaam.

Slide 1 - Quizvraag

Wat kan een reden voor een bedrijf zijn om te kiezen voor het dragen van bedrijfskleding.
A
Personeel ruikt dan lekkerder.
B
Personeel is herkenbaar.
C
Personeel heeft dan zelfvertrouwen.
D
Personeel heeft dan schone kleding aan.

Slide 2 - Quizvraag

Welke zin heeft te maken met persoonlijke hygiëne?
A
Je bent vriendelijk naar de klant.
B
Je draagt een korte broek.
C
Je bent in staat goed te communiceren.
D
Je lichaam is schoon en gezond.

Slide 3 - Quizvraag

Dit is een voorbeeld
van:
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie
C
Informele taal
D
Formele taal

Slide 4 - Quizvraag

Wil je meehelpen?

Dit is een:
A
Open vraag
B
Gesloten vraag

Slide 5 - Quizvraag

Leg eens uit wat je geleerd hebt?

Dit is een:
A
Open vraag
B
Gesloten vraag

Slide 6 - Quizvraag

Kun je aan mij uitleggen wat er is gebeurd?

Dit is een:
A
Open vraag
B
Gesloten vraag

Slide 7 - Quizvraag

Hopelijk heb ik u voldoende geïnformeerd?

Dit is:
A
Formele taal
B
Informele taal

Slide 8 - Quizvraag

Wat kan ik voor u betekenen?

Dit is:
A
Formele taal
B
Informele taal

Slide 9 - Quizvraag

Ik ga die opdracht echt niet maken!
A
Formele taal
B
Informele taal

Slide 10 - Quizvraag

Baliewerkzaamheden:
Telefoneren en schriftelijk rapporteren
Doelstellingen
Aan het einde van het hoofdstuk weet je:
  • hoe je een telefoongesprek voert;
  • waar je op moet letten als je brief of e-mail schrijft;
  • hoe je een agenda kunt beheren.


Slide 11 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
Telefoneren
Twee soorten gesprekken:
  1. Uitgaand gesprek: Dit gesprek begin jezelf
  2. Binnenkomend gesprek: Dit gesprek neem je aan.

Slide 12 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
Een uitgaand zakelijk gesprek voeren

Voorbereiding: 
  • wie?
  • welke vragen stel je?
  • aantekeningen maken
  • heb informatie die jij moet geven bij de hand


Slide 13 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
Een binnenkomend zakelijk gesprek voeren

Het gesprek: 
  1. Inleiding
    - naam, organisatie, vragen naar een persoon, waarom je belt
  2. Kern
    - vragen stellen, informatie geven, afspraken herhalen
  3. slot
    - gesprek afronden, bedanken en groeten


Slide 14 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
Een binnenkomend zakelijk gesprek voeren

Voorbereiding: 
  • Zorg dat je alijd aantekeningen kan maken. Gebruik een telefoonmemo

Het gesprek
  • Neem zo snel mogelijk op. 
  • Stel je voor. 
  • Luister aandachtig en stel vragen wanneer het niet duidelijk is.  
  • Noteer en herhaal eventuele afspraken.  


Slide 15 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
Het voeren van een zakelijk uitgaand en binnenkomend gesprek

Leg het gesprek vast:
  • Noteer de datum en de tijd van het gesprek. 
  • Noteer de naam van degene die je gesproken hebt. 
  • Noteer gemaakte afspraken.  
  • Indien nodig, geef informatie door (aan je leidinggevende).

Slide 16 - Tekstslide

Wat noteer je in een
telefoonmemo?

Slide 17 - Woordweb

Baliewerkzaamheden

Slide 18 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
rapporteren

rapporteren= mondeling of schriftelijk verslag uitbrengen van je
                             bevindingen

  • notulen van een vergadering
  • gesprek aan de balie
  • telefoongesprek

Slide 19 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
Schriftelijk rapporteren

objectief= feitelijk, wat er werkelijk gebeurt of gezegd wordt
                               Ik was gisteren op een feest.
subjectief= het meespelen van je eigen gevoel
                               Ik was gisteren op een geweldig feest.

Slide 20 - Tekstslide

objectief
subjectief
Lekkere boerenkool
rode kool
Een mooie glijbaan van 100 meter
Het gewicht is 63 kg.
Zij heeft mooie nagels.
Zij heeft kunstnagels.
Een spannende tv-serie.
Voor het recept cupcakes heb je bloem nodig.

Slide 21 - Sleepvraag

Baliewerkzaamheden
Maken opdrachten bij hoofdstuk 4.

Brief schrijven
opdracht 4.10 blz. 251 overslaan.

Slide 22 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
E-mail

Aan :  Het mailadres voor wie de mail bestemd is.
CC   :  Deze personen kunnen het bericht lezen maar hoeven niet te reageren
BCC:  Het bericht kan worden gelezen door mensen waarvan het mailadres
            niet zichtbaar mag zijn.

Slide 23 - Tekstslide