Theorie hoofdstuk 2

Theorie hoofdstuk 2
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 17 videos.

Onderdelen in deze les

Theorie hoofdstuk 2

Slide 1 - Tekstslide

Welke gebruik je niet bij improviseren?
A
Spelaanbod
B
Accepteren
C
Blokkeren
D
Associëren

Slide 2 - Quizvraag

Slide 3 - Video

Welke speelstijl was dit?
A
Absurdistisch
B
Fysiek
C
Realistisch

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Video

Dit was een verbaal filmpje
waar
niet waar

Slide 6 - Poll

Welke nonverbale elementen waren aanwezig in deze video?

Slide 7 - Woordweb

Op welke manier wordt hier verwezen naar de werkelijkheid?
A
Nabootsing
B
Metafoor
C
Typering
D
Oefensituatie

Slide 8 - Quizvraag

Hoort de muziek van deze clip bij de spelwerkelijkheid?
ja
nee

Slide 9 - Poll

Ik wil een rol
Ik zoek een acteur
Verschillende scènes achter elkaar zetten
Hele stuk spelen zonder pubiek
casting
doorloop
montage
auditie

Slide 10 - Sleepvraag

Hoe heet het als een acteur wisselt van emotie?

Slide 11 - Woordweb

Slide 12 - Video

Welke speltechniek wordt hier gebruikt?

Slide 13 - Woordweb

Slide 14 - Video

Welke werkelijkheden zag je in dit filmpje?

Slide 15 - Open vraag

Slide 16 - Video

Een trainingsacteur verwijst naar de werkelijkheid door middel van een .....

Slide 17 - Woordweb

Het spreekwoord: "Als het kalf verdronken is dempt men de put" gaat over:
A
De gevaren op de boerderij
B
Kalveren die niet kunnen zwemmen
C
Te laat in actie komen
D
Een put waar geen deksel op zit

Slide 18 - Quizvraag

Een metafoor:
A
is een letterlijke betekenis
B
gebruikt symbolen om iets duidelijk te maken
C
is ergens enorm voor zijn
D
is beeldspraak

Slide 19 - Quizvraag

Verzin een metafoor voor:
Een leerling die zakt omdat hij nooit huiswerk maakt

Slide 20 - Open vraag

Slide 21 - Video

Wat werd er nagebootst in deze clip?

Slide 22 - Woordweb

Verzin een scène met een omkering die je kunt spelen

Slide 23 - Open vraag

Welke metafoor wordt in deze scène gebruikt?
A
De vissen zijn eigenlijk mensen
B
De mensen zijn eigenlijk vissen
C
Het aquarium staat voor onvrijheid
D
De geluiden zijn luchtbellen

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Video

Vertel iets over de mise-en-scène van dit filmpje

Slide 26 - Woordweb

Hoe eindigt deze clip?
A
Met open doekje
B
Als tableau-vivant
C
Met doorbreken van de 4e wand
D
Als spiegel

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Video

Deze manier van spelen is:
A
Realistisch en verbaal
B
Absurdistisch en non-verbaal
C
Fysiek met sub-tekst
D
Fysiek zonder sub-tekst

Slide 29 - Quizvraag

Welke subtekst heb je gezien?

Slide 30 - Woordweb

Slide 31 - Video

Welke transformatie zag je in dit filmpje?
A
Het schrikeffect met de andere muziek
B
De kaas blijft liggen
C
Van dood naar levend
D
De muis verandert van onschuldig naar stoer

Slide 32 - Quizvraag

Hoe wordt de transformatie van het karakter van de muis duidelijk gemaakt?
A
Door de muziek en de bewegingen van de muis
B
Door de muziek en de muizenval
C
Door de bewegingen van de muis en de muizenval
D
Door de muziek en het licht

Slide 33 - Quizvraag

Slide 34 - Video

Wie is hier de hoofdpersoon en wie zijn de figuranten?
A
Kapitein is hoofdpersoon, kist is figurant
B
Kapitein is hoofdpersoon, rest is figurant
C
Scheepslui zijn hoofdpersonen, vervoerders zijn figurant
D
Kist is hoofdpersoon, mensen zijn figuranten

Slide 35 - Quizvraag

Slide 36 - Video


Slide 37 - Open vraag

Slide 38 - Video

Slide 39 - Video

Slide 40 - Video

Slide 41 - Video

Slide 42 - Video

Slide 43 - Video