,

Doelen 5 t/m 7

Rekenbingo
Rekenen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Rekenbingo
Rekenen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Som, verschil, product en quotiënt.
Sleep de woorden en de tekens naar het juiste vak.
Som
product
verschil
quotiënt
+
-
x
:
plus
min
keer
delen

Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

?
?
?
exponent
macht
grondtal

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Haakjes
Machten
Vermenigvuldigen en Delen
Optellen en Aftrekken

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0,01 x 10 =
A
0,01
B
0,1
C
1
D
10

Slide 8 - Quizvraag

We zagen net dat de komma één plekje opschoof toen we keer 10 deden. Wat is 0,01 x 10 dan?
1 : 10 =
A
1
B
0,1
C
0,01
D
0,2

Slide 9 - Quizvraag

Net als bij keer 10 waar er een 10 bij komt, of de komma 1 plekje verschuift, gebeurt hetzelfde bij gedeeld door 10 maar dan de andere kant op. Je haalt een 0 weg of je verschuift de komma. Dit is hetzelfde want als je bij 10,0 de komma verschuift krijg je ook 1,00.
[?][?]
Breuk =
Teller
Noemer

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer mag je twee breuken optellen of aftrekken?
A
Wanneer de tellers gelijk zijn.
B
Wanneer de noemers gelijk zijn.
C
Er is geen eis.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij breuken optellen moet je
de breuken gelijknamig maken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Breuken optellen:

51+162=
A
51+81=408+405=4013
B
5+161+2=213=71

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Haal de hele uit de volgende breuk:
512
A
157
B
252

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

32
Bereken van 120

Slide 19 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij breuken vermenigvuldigen doe je
A
144
B
453
C
151

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zet de hele in de breuk:
2
43
A
46
B
411
C
45

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Breuken op de rekenmachine
43=
543=

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Breuken op de rekenmachine
43=
543=

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





  • Ga aan de slag met je doelen.
  • Op eigen tempo aan het werk 
  • Elke paragraaf start met een inleidende opdracht - deze staat ook in je boek op de eerste bladzijde van de paragraaf.
  • Elke paragraaf eindigt met een afsluitende opdracht - deze staat ook in je boek, zie afronding.
  • Bij elk doel horen O-opdracht als je het doel nog niet gehaald hebt, U-opdrachten als je het doel gehaald hebt en E-opdrachten als afsluiting van het doel.
  • Zelf je werk serieus nakijken en verbeteren en leren van je fouten!!!








1) Wat is een som, een verschil, een product en een quotiënt?

2) Wat is de juiste volgorde van berekenen?
3) Wat zijn kwadraten en machten?
4) Wat is de juiste volgorde van berekenen bij machten?
5) Hoe werkt bij elkaar optellen, van elkaar halen en vermenigvuldig van decimale getallen?
6) Hoe tel je breuken bij elkaar op en hoe haal je breuken van elkaar af?
7) Hoe vermenigvuldig je breuken?
8) Hoe schrijf je een percentage als breuk en andersom?
9) Hoe schrijf je een percentage als decimaal getal en andersom?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Donderdag 12 april af

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies