Bliksem boven Dallas, 2015 (foto: NOAA, publiek domein)
EXAMENSTOF · D2 · ELEKTRISCH VELD
Quiz
Terugblik: Elektrisch veld
Bliksem boven Dallas, 2015 (foto: NOAA, publiek domein)
EXAMENSTOF · D2 · ELEKTRISCH VELD
Quiz
Terugblik: Elektrisch veld
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: NOAA Photo Library / Wikimedia Commons, publiek domein
Vul in
Een elektronvolt is de energie die een elektron wint bij 1 V spanning. De eV is een eenheid van energie, en 1 eV = 1,602·10⁻¹⁹ J, dus veel kleiner dan een joule.
Syllabus D2.2: eenheid elektronvolt. Fout: eV opvatten als spanning.
Beide ladingen in de wet van Coulomb worden 2 keer zo groot, r blijft gelijk. Fel?
Fel wordt 2 keer zo groot
Fel wordt 8 keer zo groot
Fel wordt 4 keer zo groot
Fel blijft gelijk
Fel ~ q·Q: 2 · 2 = 4. Fouten: maar één lading tellen (2), de macht 3 (8) en denken dat alleen r telt (gelijk). Syllabus D2.1.
Twee protonen zitten 1,0·10⁻¹⁵ m uit elkaar. f = 8,99·10⁹ N·m²/C², e = 1,602·10⁻¹⁹ C. Fel?
2,3·10² N
2,3·10⁻¹³ N
2,6·10⁻⁸ N
4,6·10² N
Fel = f·e²/r² = 8,99·10⁹ · 2,566·10⁻³⁸ / 1,0·10⁻³⁰ = 2,3·10² N (controle: f·(e/r)² = 8,99·10⁹ · (1,602·10⁻⁴)² = 2,31·10² N). Fouten: r niet kwadrateren (2,3·10⁻¹³), f vergeten (2,6·10⁻⁸) en de lading verdubbelen (4,6·10²). Syllabus D2.1.
Een elektron en een proton zitten in hetzelfde veld E. Wie krijgt de grootste versnelling?
Proton: Fel gelijk, massa veel groter
Even groot: Fel is voor beide gelijk
Proton: het heeft de grotere lading
Elektron: Fel gelijk, massa veel kleiner
Fel = q·E is voor beide even groot; a = Fel/m is groter bij de kleinere massa. Fouten: m vergeten (even groot), de massa verkeerd gebruiken en lading en massa verwarren. Syllabus D2.1.
Een ion met lading 2e doorloopt 3,0·10³ V. Hoeveel Ek wint het in eV?
3,0·10³ eV
6,0·10³ eV
1,5·10³ eV
1,2·10⁴ eV
ΔEk = q·U = 2e · 3,0·10³ V = 6,0·10³ eV. Fouten: de lading vergeten (3,0·10³), delen door 2 (1,5·10³) en de lading kwadrateren (1,2·10⁴). Syllabus D2.2.
Zet op volgorde: van spanning naar snelheid
Syllabus D2.2: verband tussen spanning en kinetische energie.
Geef één verschil tussen radiaal en homogeen.
Goed antwoord: bij een radiaal veld lopen de veldlijnen straalsgewijs en neemt de sterkte af met de afstand; bij een homogeen veld zijn ze evenwijdig en is E overal gelijk. Verwachte fout: een voorbeeld noemen zonder verschil. Syllabus D2.1.
Waarom heeft een lineaire versneller meerdere spleten?
Bij elke spleet wint het deeltje q·U erbij
Bij elke spleet verliest het deeltje Ek
De lading van het deeltje groeit bij elke spleet
Eén spleet kan het deeltje niet versnellen
Elke spleet geeft ΔEk = q·U; de winsten tellen op. Fouten: energie verlies zien als versnellen, de lading laten groeien en één spleet onmogelijk achten. Syllabus D2.2.
Een negatief stofdeeltje hangt in rust tussen horizontale platen. Welke plaat is positief?
De onderste: Fel wijst omlaag, langs E
De bovenste: Fel wijst omlaag, tegen E in
De bovenste: Fel wijst omhoog, tegen E in
Geen van beide, in rust is er geen veld
Fel moet de zwaartekracht opheffen en dus omhoog wijzen. Bij een negatieve lading is Fel tegen E in, dus E wijst omlaag: de bovenste plaat is positief. Fouten: de richting van Fel en E omdraaien en denken dat in rust geen veld bestaat. Syllabus D2.1.
Een elektron heeft Ek = 8,0·10⁻¹⁶ J. e = 1,602·10⁻¹⁹ C. Hoeveel eV is dat?
5,0 eV
5,0·10³ eV
1,3·10⁻³⁴ eV
8,0·10⁻¹⁶ eV
Van J naar eV: delen door 1,602·10⁻¹⁹. 8,0·10⁻¹⁶ / 1,602·10⁻¹⁹ = 4,99·10³, op twee cijfers 5,0·10³ eV = 5,0 keV (controle: 5,0·10³ · 1,602·10⁻¹⁹ = 8,0·10⁻¹⁶ J). Fouten: eV en keV verwisselen (5,0), vermenigvuldigen in plaats van delen (1,3·10⁻³⁴) en de waarde overnemen (8,0·10⁻¹⁶). Syllabus D2.2.
Waar is Ek van een elektron in een röntgenbuis maximaal?
Vlak na het verlaten van de kathode
Precies halverwege kathode en anode
Overal gelijk, want U is constant
Vlak voor het botsen op de anode
Het elektron wint onderweg steeds meer Ek: maximaal vlak voor de anode, met ΔEk = e·U. Fouten: begin of midden kiezen en U als constante energie zien. Syllabus D2.2.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · D2 · ELEKTRISCH VELD
Goed gedaan!
Elektrisch veld: Fel = q·E in het veld, ΔEk = q·U over de spanning.
Deze slide heeft geen instructies