Poollicht boven Flakstad, Lofoten, 2017 (foto: Johannes Groll, CC0)
EXAMENSTOF · D2 · MAGNETISME
Quiz
Terugblik: Magnetisme en lorentzkracht
Poollicht boven Flakstad, Lofoten, 2017 (foto: Johannes Groll, CC0)
EXAMENSTOF · D2 · MAGNETISME
Quiz
Terugblik: Magnetisme en lorentzkracht
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Johannes Groll / Wikimedia Commons, CC0
Wat is kenmerkend voor een homogeen magnetisch veld?
Veldlijnen die in één punt samenkomen
Veldlijnen evenwijdig en op gelijke afstand
Veldlijnen die steeds dichter bij elkaar komen
Een veld dat overal van richting verandert
Evenwijdig en even ver uit elkaar betekent overal gelijke sterkte en richting. Fouten: een veld bij een punt, een veld dat sterker wordt en een veld dat draait. Syllabus D2.3.
Je kijkt in een spoel. De stroom loopt met de klok mee. Waar zit de noordpool?
Aan de kant van de spoel die naar je toe ligt
Midden in de spoel, tussen de windingen
Aan beide kanten van de spoel tegelijk
Aan de kant van de spoel die van je af ligt
Gekromde vingers met de klok mee, de duim wijst van je af: daar zit de noordpool. Fouten: de kant naar je toe (linkerhand), het midden en beide kanten. Syllabus D2.3.
Vul in
De lorentzkracht staat loodrecht op de veldrichting en op de stroomrichting. FL = B·I·ℓ geldt als de draad loodrecht in het veld ligt.
FL staat loodrecht op B en op I; de formule zonder hoek geldt bij loodrechte stand. Fout: denken dat FL langs B of langs de draad wijst. Syllabus D2.4.
Een proton ondervindt 4,0·10⁻¹⁴ N in B = 0,25 T, v loodrecht op B. Bereken v (e = 1,602·10⁻¹⁹ C).
1,0·10⁶ m/s
2,5·10⁵ m/s
6,2·10⁴ m/s
4,0·10⁶ m/s
v = FL/(B·q) = 4,0·10⁻¹⁴ / (0,25 · 1,602·10⁻¹⁹) = 4,0·10⁻¹⁴ / 4,005·10⁻²⁰ = 1,0·10⁶ m/s (controle: FL = 0,25 · 1,602·10⁻¹⁹ · 9,99·10⁵ = 4,0·10⁻¹⁴ N). Fouten: B vergeten (2,5·10⁵ m/s), met B vermenigvuldigen (6,2·10⁴ m/s) en B kwadrateren (4,0·10⁶ m/s). Twee significante cijfers. Syllabus D2.4.
Een proton gaat naar rechts, B wijst het papier in. Welke kant buigt het af?
Naar de onderkant van de figuur
Naar links, tegen de beweging in
Naar de bovenkant van de figuur
Naar rechts, met de beweging mee
Duim naar rechts (positieve lading), wijsvinger het papier in: middelvinger omhoog. Controle: (naar rechts) × (het papier in) = omhoog. Het deeltje draait tegen de klok in. Fouten: omlaag (elektron-regel) en langs v. Syllabus D2.4.
Deeltje B heeft bij gelijke q, v en B twee keer zo veel massa als A. Wat is rB/rA?
rB is 4 keer zo groot als rA
rB is gelijk aan rA
rB is 2 keer zo groot als rA
rB is 2 keer zo klein als rA
r = m·v/(B·q) is evenredig met m: 2 keer zo veel massa geeft 2 keer zo grote straal. Fouten: kwadratisch verband en geen invloed. Syllabus D2.4.
Elektron: v = 5,0·10⁶ m/s, r = 1,0 cm, me = 9,109·10⁻³¹ kg, e = 1,602·10⁻¹⁹ C. Bereken B.
2,8·10⁻³ T
1,4·10⁻³ T
5,7·10⁻³ T
2,8·10⁻⁵ T
B = m·v/(e·r) = 9,109·10⁻³¹ · 5,0·10⁶ / (1,602·10⁻¹⁹ · 1,0·10⁻²) = 4,555·10⁻²⁴ / 1,602·10⁻²¹ = 2,8·10⁻³ T (controle: r = m·v/(B·e) = 4,555·10⁻²⁴ / (2,843·10⁻³ · 1,602·10⁻¹⁹) = 1,0·10⁻² m). Constanten uit het informatieboek. Fouten: r als 2 cm (1,4·10⁻³ T), r als 0,5 cm (5,7·10⁻³ T) en cm niet omrekenen (2,8·10⁻⁵ T). Syllabus D2.4.
Waarom verandert FL de grootte van v niet?
Goed antwoord: FL staat steeds loodrecht op v, dus de kracht verandert alleen de richting van v en niet de grootte (geen arbeid). Verwachte fout: het deeltje versnelt in de richting van FL. Syllabus D2.4.
Waar gaan de veldlijnen van het aardveld de aarde in?
In de buurt van de geografische zuidpool
Alleen langs de evenaar van de aarde
Overal even sterk, over de hele aarde
In de buurt van de geografische noordpool
De veldlijnen komen uit bij het zuidelijk halfrond en gaan het noordelijk halfrond in. Fouten: de omgekeerde richting, alleen bij de evenaar en overal gelijk. Syllabus D2.3, context aardmagnetisch veld.
Waardoor gaat het raam van een elektromotor draaien?
De zwaartekracht trekt aan één zijde
De twee lorentzkrachten zijn tegengesteld
De magneet trekt het raam aan als ijzer
De commutator duwt het raam voort
De stroom loopt in de twee zijden in tegengestelde richting, dus de krachten zijn tegengesteld en vormen samen een draaimoment. Fouten: zwaartekracht, aantrekking als bij ijzer en de commutator als aandrijving. Syllabus D2.4, context elektromotor.
Zet de werking van een luidspreker op volgorde
Oorzaak, kracht, beweging, geluid. Fout: de kegel voor de lorentzkracht zetten. Syllabus D2.4, context luidspreker.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · D2 · MAGNETISME
Goed gedaan!
Magnetisme en lorentzkracht: het veld en de rechterhandregel geven de richting, B·I·ℓ en B·q·v de grootte.
Deze slide heeft geen instructies