vrije val

 § 1.8 Vrije val.

Leerdoelen:

- Je weet en begrijpt dat er een valversnelling g op Aarde en andere hemellichamen aanwezig is.

- Je begrijpt wat een vrije val is

- Je begrijpt dat de valversnelling een eenparige versnelling is


1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

 § 1.8 Vrije val.

Leerdoelen:

- Je weet en begrijpt dat er een valversnelling g op Aarde en andere hemellichamen aanwezig is.

- Je begrijpt wat een vrije val is

- Je begrijpt dat de valversnelling een eenparige versnelling is


Slide 1 - Tekstslide

Vrije val
Als je zonder enige vorm van wrijving valt noemen we dat een vrije val.

Tijdens een vrije val ben je gewichtloos

Slide 2 - Tekstslide

Verschil tussen theorie en praktijk op aarde:
Zwart: vrije val in theorie.
g = 9,81 m/s^2

Rood: is de praktijk.




Slide 3 - Tekstslide

WEL vrije val;

Slide 4 - Tekstslide

Vrije val
Een vrije val is een val zonder wrijving. 
a = g =  9,81 m s−2  is constant!
Dus: vgem = (vbegin + veind)/2
s =h= vgem * t
s = oppervlakte onder v,t-diagram
h=s=21gt2

Slide 5 - Tekstslide

geef de formules bij een vrij val

Slide 6 - Open vraag

opdracht
Een voorwerp maakt een vrij e val van een hoge toren naar benden zonder begin snelheid. Bereken de afgelgde afstand tussen t=3,0 s en t=5,0 s. 

Slide 7 - Tekstslide

formules bij vrij val
als er geen beginsnelheid is (vbegin=0) dan mag je de onderstaande formule gebruiken

s=vgem.t=21vmaxt=21(at)t=21at2

Slide 8 - Tekstslide

Bij een vrije val heb je geen last van ...
A
luchtweerstand
B
wind
C
zwaartekracht
D
tegenwerkende krachten

Slide 9 - Quizvraag

Bij een "vrije val" geldt:
A
Snelheid is constant
B
Versnelling is constant
C
Fres=0
D
Wrijving = 0

Slide 10 - Quizvraag

Wanneer is er sprake van een vrije val?
A
als de versnelling 0 m/s2 is
B
als de versnelling kleiner is dan 9,8 m/s2
C
als de versnelling 9,8 m/s2 is
D
als de versnelling groter dan 9,8 m/s2 is

Slide 11 - Quizvraag

Een stalen kogel maakt een vrije val van 1,0 m. Bereken de snelheid op de grond
A
4,4 m/s
B
9,8 m/s
C
4,9 m/s
D
Je hebt de massa nodig om dit te kunnen berekenen

Slide 12 - Quizvraag

Vrije val (neem g = 9,8 m/s2)
Hoe hard ga je na 5 seconde vallen?
Hoeveel meter ben je dan gevallen?
A
v = 49 m/s s = 122,5 m
B
v = 24,5 m/s s= 245 m
C
v= 49 m/s s= 245 m
D
v = 24,5 m/s s = 122,5 m/s

Slide 13 - Quizvraag

Wat is een vrije val?
A
Beweging met veel luchtweerstand
B
Beweging met een klein beetje luchtweerstand
C
Beweging zonder luchtweerstand
D
Beweging met negatieve luchtweerstand

Slide 14 - Quizvraag

Een voorwerp heeft een gewicht van 10 N. Hoe groot is de netto-kracht op dit voorwerp als het in vrije val is?
A
0 N
B
10 N
C
9,81 N

Slide 15 - Quizvraag