Les 2. Kunst Drama Theorie:tekst + spanningsopbouw

1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drama theorie Mavo 3
Periode 3: Drama en andere kunsten
Les 2: Stappenplan en spanningsopbouw

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 3
Week 1
Week 2
Week 3 
Week 4
Meivakantie
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Bespreken toets & introductie Drama en andere kunsten
Stappen plan + spanningsopbouw
Verwijzen naar de werkelijkheid
Dramatische technieken
21,28 april & 5 mei
Speltechnieken, improvisatie & rol opbouw
Drama theorie -> 30 seconds
Herhaling
Oefenen met examenvragen
Oefentoets
Laatste les voor de toets

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
1. Starter
2. HH functies theater
3. Begrippen
4. Stappenplan examenvragen
5. Spanningsboog
6. Afsluiting & Reflectie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Link

t/m 1:30
Serie Rotown
Beste vriendinnen Aisha en Farah wonen samen in Rotterdam. Hun zoektocht naar geld en hechte band worden op de proef gesteld in een klein appartement vol spanningen. Ze worstelen met huisregels maar overwinnen een gemeenschappelijke vijand. Hun vriend Orlando heeft grootse plannen voor zijn fusioncafé maar wanneer Aisha en Farah het café bezoeken, stuiten ze op een verrassing die ook de vriendschap met Orlando op scherp zet.



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je gezien?
Functie serie?
Spel serie?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
1. R - Ik kan vertellen wat de 3 functies van theater zijn en wat ze voor ons kunnen betekenen.
2. T1-Ik kan minstens drie delen van een spanningsboog noemen waar de spanning echt opbouwt en uitleggen waarom ze belangrijk zijn.
3. T2- Ik kan een stappenplan maken voor het maken van examenvragen. 


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem de drie functies van theater

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De 3 functies van theater zijn:
1. informeren / leren
2. amuseren
3. overtuigen

Uitleg
Huiswerk: Voorbeelden!

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst
  • Welke begrippen kennen we nog niet?
  • Pak je lijstje erbij
  • Van welke kunnen we samen al de betekenis bedenken?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen examen 2022
voorstelling
stemtechniek
tempo volume
mise-en-scene
regieaanwijzing
scene
personage
podium

vormgevingsmiddel
spelgegevens
citeren
handeling
non-verbale uitingsmogelijkheid
cue
speciaaltje
kunstdiscipline
speltechniek
identificeren
dubbelrol
schakelen



Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen examen 2022
denktekst
schakelen
dialoog
claus
motief
dramatische tijd
manieren van verwijzen naar werkelijkheid
doorbreken vierde wand
theatervorm
monoloog
werkelijkheid
spelwerkelijkheid
functies theater
rekwisiet
hoofdrol
regisseur
hoge status


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen examen 2022
fysiek kenmerk lage status
kijkrichting camera
innerlijk conflict
cliffhanger
open doekje
maatschappelijk onderwerp
metafoor
locatietheater
rolinterview


contrast
jabberen
expositie
spanningsboog
karaktereigenschap
poppenspel
absurd
(panto)mime
mimiek
emoties

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  1. Kies 1 begrip van het bord
  2. Zoek de betekenis op -> Zet om in je eigen woorden

Leg uit aan de klas

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht: analyse theatrale middelen

Bekijk de openingsscene van de voorsteling  Showponies 2

https://npo.nl/start/serie/de-alex-klaasen-revue-showponies 

Beschrijf de theatrale middelen
  • vul de 5 W’s in over de scene
  • vormgevingsmiddelen
  • en beschrijf de mise en scene
Test jullie stappenplan!



Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf de theatrale middelen
vul de 5 W’s in over de scene
vormgevingsmiddelen
en beschrijf de enscenering

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan
Maak in duo's een stappenplan voor het beantwoorden van examenvragen. Neem hierin de volgende dingen mee:

* Wat zie je
* Theater begrippen
* Uitleg

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht : oefenen examenvraag
Dit vragenblok gaat over de voorstelling De Alex Klaassen Revue, Showponies.
Showponies is een ‘identiteitsrevue’ met vrolijke sketches en liedjes over seksualiteit, gender en identiteit. Showponies is geschreven door Alex Klaassen. Hij speelt ook de meeste rollen.

Op de afbeelding zie je de flyer van de voorstelling. Voor de foto op deze flyer zijn materiele vormgevingsmiddelen gebruikt, die iets vertellen over wat je zou kunnen verwachten in de voorstelling.


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Examenvraag 1
1. (2p)
– Noem twee soorten vormgevingsmiddelen en geef van elk soort vormgevingsmiddel een voorbeeld dat je ziet op de foto.
- Leg daarna bij elk voorbeeld uit wat je erdoor verwacht van de voorstelling.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afb 1 - examenvraag 1

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. (2p)
– Noem twee soorten vormgevingsmiddelen en geef van elk soort vormgevingsmiddel een voorbeeld dat je ziet op de foto.
- Leg daarna bij elk voorbeeld uit wat je erdoor verwacht van de voorstelling.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

ANTW - examenvraag 1 (2p)
soort vormgevingsmiddel met voorbeeld en uitleg (twee van de volgende):
 attribuut/rekwisiet: bril. De voorstelling is grappig (bedoeld). / Alex
Klaasen speelt typetjes.
 kostuum: tutu. Alex Klaasen zal ook vrouwen spelen. / Er komt ook dans
in voor. / Hij speelt met man-vrouwbeelden. / Gender is een onderwerp.
 grime en hairstyling: pruik. De voorstelling is grappig (bedoeld). / Alex
Klaasen speelt typetjes.
ook goed: kostuum: bloot bovenlijf. De voorstelling is taboedoorbrekend. /
Seksualiteit is een onderwerp.
ook goed: kostuum: bril. De voorstelling is grappig (bedoeld). / Alex Klaasen
speelt typetjes.
per juist antwoord 1 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spanningsboog

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhaalopbouw
Om een stuk/scène spannend te houden, is het belangrijk om te weten hoe een verhaal is opgebouwd.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spanningsboog                                  

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spanningsboog
expositie; De 5 W’s worden duidelijk, behalve Wat: het conflict 

motorisch moment; Start conflict 
(mm-> belangrijkste moment vd voorstelling)

ontwikkeling; Hoe wordt het conflict aangepakt/ geprobeerd op te lossen? 

climax; Hoogtepunt van de spanning, het is duidelijk of/ hoe het conflict is opgelost. 

afloop; Hoe eindigt de scène 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhaalopbouw:
Vul de spanningsboog in
Climax
Expositie
Afloop
Motorisch moment
Opbouw

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Spanningsboog invullen
Zet in de volgende slide de foto's op de juiste plek in de spanningsboog.

Het zijn foto's uit het Disney sprookje Assepoester.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het motorisch moment in deze scène?

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maakopdracht 
Maak een MONOLOOG die begint met de zin, verwerk hierin een korte spanningsboog:

"Ik zie je wel kijken, ik wil dat je naar me kijkt..."
OF
"Ik mis je... Ik mis vooral de momenten dat..."
Laat je inspireren door de serie Rotown

Bedenk ook tegen wie je dit zegt en waarom je dit tegen die persoon zegt.
Denk ook aan de spelgegevens:
Wie, Wat, Waar, Waarom en Wanneer

timer
5:00

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Presenteer je tekst

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

 Tekst en regieaanwijzingen
Een script bestaat uit tekst en regieaanwijzingen over hoe/wat de spelers moeten doen bij of tussen de tekst. 
Elk script wordt geschreven in een bepaalde vorm. Die moet je kennen. 

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een dialoog?
A
Een tekst voor twee of meer personen
B
Een tekst voor één persoon

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een claus?
A
Hoogtepunt in het stuk
B
Het moment dat de souffleur de laatste cue geeft
C
Regieaanwijzing
D
Elk stuk tekst in een stuk, dat door 1 persoon achter elkaar wordt gezegd

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Regieaanwijzingen
Regieaanwijzingen staan altijd op de plek waar ze moeten worden uitgevoerd.

Regieaanwijzingen die gaan over hoe je een tekst uitspreekt, staan voor de uit te spreken tekst.
Regieaanwijzingen staan (schuin en tussen haakjes)

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A: Uit hoeveel clausen bestaat de dialoog?
B: Hoeveel clausen heeft Jimmy?
C: Hoeveel clausen heeft Roos?

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Tekst
Vaak worden toneelstukken gemoderniseerd en in een eigentijds jasje gestoken. Hier komt een uitgebreid proces bij kijken. Een toneelschrijver kan ook een nieuw toneelstuk schrijven. Of een bestaand toneelstuk of boek bewerken.


Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teksttoneel
Veel theatervoorstellingen starten vanuit een tekst die een toneelschrijver heeft geschreven. 

Soms wordt de tekst in samenwerking met de regisseur en de acteurs ontwikkeld. Vaak wordt ook een bestaande theatertekst gebruikt, bijvoorbeeld van een toneelschrijver uit het verleden wiens werk nog altijd relevant is.


Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conflict

Er is tussen die twee personages sprake van een conflict: dat hoeft niet direct een enorme ruzie te zijn maar kan ook een dilemma, misverstand, meningsverschil of probleem zijn...

Denk nog maar eens aan een sprookje ...wat is het conflict?




Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar is het conflict?
Expositie
Motorisch moment
Ontwikkeling
Climax
Afwikkeling

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf de spanningsboog van volgende scene

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Expositie
motorisch moment
ontwikkeling
Ontwikkeling 2
climax
afloop
De jongen pakt het kado uit
De jongen vraagt de man of ze mogen blijven
De jongen wordt boos.
De jongen moet terug naar Kiev en gaat naar de man
De jongen gaat verdrietig weg.
De man legt uit wat zijn werk is en hij niet anders kan.

Slide 48 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
1. R - Ik kan vertellen wat de 3 functies van theater zijn en wat ze voor ons kunnen betekenen.
2. T1-Ik kan minstens drie delen van een spanningsboog noemen waar de spanning echt opbouwt en uitleggen waarom ze belangrijk zijn.
3. T2- Ik kan een stappenplan maken voor het maken van examenvragen. 


Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende week
Non verbale en verbale expressie (HH)
Tekst
Dramatische technieken


Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies