1.1 To Be


To Be
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les


To Be

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies


  1. 'Te' zijn
  2. Ik ben
  3. Jij bent
  4. Hij is
  5. Zij is
  6. Het is
  7. Wij zijn
  8. Jullie zijn
  9. Zij zijn

  1. 'To' be
  2. I am
  3. You are
  4. He is
  5. She is
  6. It is
  7. We are
  8. You are
  9. They are
Aantekeningen: To be

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aantekeningen: To Be
I = am
You, We, They = are
He, She, It = Is

Afgekorte vormen:
I'm
You're, We're, They're
He's, She's, It's

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercise 1
(klassikaal)
Choose the correct answer

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.1) My best friend ___ a nice guy.
A
am
B
is
C
are

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.2) My cousins ___ twins.
A
am
B
is
C
are

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.3) Our teachers ___ not always interesting.
A
am
B
is
C
are

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.4) Our class ___ the best class.
A
am
B
is
C
are

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.5) My classmates ___ a bunch of weirdos.
A
am
B
is
C
are

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.6) I ___ the king of Five Nights At Freddy's.
A
am
B
is
C
are

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.7) Bob ___ the best guitar player in the world.
A
'm
B
's
C
're

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.8) Sarah and Dave __ a cute couple.
A
am
B
is
C
are

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Exercise 2
(zelfstandig)
Type the correct answer
Only type the verb (werkwoord) not the whole sentence
gebruik geen verkorte vormen!

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.1) My uncle ___ (to be) an employee at Nintendo.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2.2) We ___ (to be)all amazing.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2.3) Steve and Jeff ____ (to be) my best friends.

Slide 17 - Open vraag

Band names:
British English = Are

American English = Is / Are
2.4) My favourite sport ___ (to be)football.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2.5) My hobbies ___(to be) playing videogames and watching series.

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verkortingen
I am not --> I'm not
You are not --> You're not / You aren't
He is not --> He's not / He isn't
She is not --> She's not / She isn't
It is not --> It's not / It isn't
We are not --> We're not / We aren't
They are not --> Theyre not / They aren't

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ontkenningen
Ik ben niet/geen = I am not
Jij bent niet/geen = You are not
Hij is niet/geen = He is not
Zij is niet/geen = She is not
Het is niet/geen = It is not
Wij zijn niet/geen = We are not
Zij zijn niet/geen = They are not
Jullie zijn niet/geen = They are not

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercise 3
(klassikaal)
Choose the correct contraction (verkorting)

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

That is Tom.
___ my friend.
A
He's n't
B
He isn't
C
He's not
D
You're not

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

My parents don't like rap music.
___ are fans of techno either.
A
Their
B
They're not
C
Theren't
D
They aren't

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

___ not a fan of pizza.
A
I amn't
B
I'm not
C
I aren't
D
I isn't

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Jennifer and Joss ___ good at playing videogames.
A
're not
B
aren't
C
isn't
D
's not

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vragen
Ben ik? = Am I?
Ben jij? = Are you?
Is hij? = Is he?
Is zij? = Is she?
Is het? = Is it?
Zijn jullie? = Are you?
Zijn zij? = Are they?
Zijn wij? = Are we?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercise 4
(zelfstandig)
Turn the sentences into questions = verander de zinnen naar vragen

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

His friend is very nice.

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

You are the best at football.

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

She is thirteen this year.

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

I am good enough to be a professional.

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

They are very good at football.

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Joris and Tom are the best.

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Extra practice
Put the verb in the correct form and type the whole sentence
Don't use contractions (dus geen ' )

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

They (not - to be) very smart.

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(your mum - to be) a good cook?

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Timmy and Tommy (to be) shopkeepers.

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(you - to be) a fan of NAC?

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

He (not - to be) a rich man.

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(Johny Depp - to be) famous?

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

vragen ??

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies