B6 Het hormoonstelsel

6 het hormoonstelsel
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

6 het hormoonstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat doen hormonen?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

HORMONEN= Regelen de werking van bepaalde organen

Bewegingszenuwcellen geleiden impulsen naar spieren, maar ook naar klieren. 

Hormoonklieren scheiden hormonen uit. Deze stoffen regelen allerlei processen in je lichaam.

Slide 6 - Tekstslide

Hormoonklieren
Een klier is een orgaan dat een stof produceert en afgeeft. Voorbeelden speekselklieren / traanklieren. Veel klieren hebben afvoerbuizen.

Hormoonklieren zijn klieren die hormonen produceren en afgeven. Hormonen zijn stoffen die de werking van bepaalde organen regelen. Hormoonklieren geven hormonen direct af aan het bloed. Een hormoonklier heeft dus geen afvoerbuis.

Slide 7 - Tekstslide

Hormoonklieren
Via het bloed komen hormonen in het hele lichaam. Alleen de organen die gevoelig zijn voor het hormoon reageren erop. 

Hormoonklieren regelen vooral langzame, langdurige processen. Ze hebben bv invloed op je groei en ontwikkeling, op je stofwisseling en op de voortplanting. 

Alle hormoonklieren samen vormen het hormoonstelsel.

Slide 8 - Tekstslide

Verschil in werking van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Hypofyse
  1. De hypofyse is een hormoonklier in de hersenen.
  2. Het maakt het groeihormoon
  3. De hypofyse beïnvloedt andere hormoonklieren (zoals de geslachtsorganen)

Slide 11 - Tekstslide

Hypofyse

Slide 12 - Tekstslide

ontstaan secundaire geslachtskenmerken vrouw:
  • groei borsten
  • groei schaamhaar
  • ongesteld
hypofyse
geeft startsein 
maakt hypofyse-hormonen
zaadballen
geslachtsorgaan man reageert op hypofysehormonen en 
maken testosteron
eierstokken
geslachtsorgaan vrouw reageert op hypofysehormonen en maken oestrogeen
ontstaan secundaire geslachtskenmerken man:
  • penisgroei
  • baardgroei
  • lage stem etc...

Slide 13 - Tekstslide

Teelballen en eierstokken

maken geslachtshormonen

Slide 14 - Tekstslide

Schildklier
  • De schildklier maakt schildklierhormoon:

  • Schildklierhormoon regelt verbranding in de cellen (stofwisseling) en groei en ontwikkeling.

  • Te weinig schildklierhormoon: Je bent koud en moe en wordt dikker.
  • Te veel schildklierhormoon: Je hebt het warm, bent bewegelijk, valt af.

Slide 15 - Tekstslide

schildklier
schildklier regelt stofwisseling (verbranding), groei en ontwikkeling

schildklier maakt schildklierhormoon


Slide 16 - Tekstslide

De eilandjes van langerhans

Slide 17 - Tekstslide


De hormonen uit de eilandjes regelen de hoeveelheid suiker in je bloed
. Ook wel glucosegehalte of suikergehalte genoemd.

Bloed bevat gemiddeld 0,1% glucose.

De eilandjes van Langerhans produceren de hormonen insuline en glucagon





Slide 18 - Tekstslide

 
stel je eet; dunne darm haalt voedinsstoffen en dus ook suiker uit je maaltijd en je bloedsuikerspiegel stijgt; 

Onder invloed van insuline wordt glucose opgenomen in de cellen van de lever en in cellen van de spieren. Daar wordt de glucose omgezet in glycogeen en opgeslagen als reservestof. Het glucosegehalte van het bloed daalt dan weer naar ongeveer 0,1%.






Slide 19 - Tekstslide

Bij lichamelijke inspanning vindt in cellen veel verbranding plaats. Voor verbranding is glucose nodig. Deze glucose wordt uit het bloed gehaald.

 Als het glucosegehalte van het bloed dan lager wordt dan 0,1%, reageren de eilandjes van Langerhans daarop door veel glucagon te produceren. 

Onder invloed van glucagon wordt opgeslagen glycogeen in de lever en in de spieren omgezet in glucose. 

De glucose wordt opgenomen in het bloed. Hierdoor stijgt het glucosegehalte van het bloed weer.





Slide 20 - Tekstslide

Insuline en glucagon

Slide 21 - Tekstslide

Insuline
De organen maken suiker op door het te gebruiken
Onder invloed van insuline daalt het glucosegehalte 

Slide 22 - Tekstslide

Glucagon
Vult de gangen weer met suiker (en sluit de deuren)
Onder invloed van Glucagon stijgt het glucosegehalte 

Slide 23 - Tekstslide

Diabetes of suikerziekte
  • eilandjes van Langerhans produceren te weinig insuline
  • Een te hoog glucosegehalte in het bloed kan allerlei klachten veroorzaken, van vermoeidheid tot in coma raken.
  • glucosegehalte blijft daardoor boven 0,1%
  • insuline moet op andere manier in lichaam komen

Slide 24 - Tekstslide

Diabetes of suikerziekte
  • Er bestaan verschillende soorten diabetes. Een ongezonde leefstijl verhoogt de kans op diabetes type 2. Doordat steeds meer mensen een ongezonde leefstijl hebben, komt diabetes type 2 steeds vaker voor.

Mensen met diabetes kunnen hun insulinetekort aanvullen door extra insuline bij zichzelf in te spuiten of door een insulinepomp te gebruiken. Het glucosegehalte van het bloed kan een diabetespatiënt zelf checken. Bijvoorbeeld met een bloedglucosemeter of met een sensor gekoppeld aan een telefoon. Een diabetespatiënt kan verder een normaal leven leiden.

Slide 25 - Tekstslide

Bijnieren
Maken adrenaline 

Adrenaline versnelt de stofwisseling. Glycogeen in de lever en in de spieren wordt dan heel snel omgezet in glucose. 

De glucose wordt opgenomen in het bloed en het glucosegehalte van het bloed stijgt. Onder invloed van adrenaline gaat ook het hart sneller kloppen en versnelt de ademhaling.

Adrenaline is het enige hormoon met een snelle, kortdurende werking. Door adrenaline kan het lichaam in spannende situaties snel handelen.

Slide 26 - Tekstslide

De bijnieren
Maken adrenaline aan in nood en spanning. Net als glucagon breekt adrenaline glycogeen af, maar dan veeel sneller. Ook je hart gaat sneller kloppen.
Adrenaline

Slide 27 - Tekstslide

Hormonen
hypofyse - groeihormoon (en activeert andere  hormoonklieren)
schildklier - schildklierhormoon
bijnieren - adrenaline
eilandjes van Langerhans - gycogeen en insuline
teelballen - mannelijk geslachtshormoon
eierstokken - vrouwelijk geslachtshormoon
De hormoonklieren

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Slide 30 - Link

Leren 8.6
Hormoonklieren kunnen herkennen en benoemen
Beschrijven welke hormonen hormoonklieren aanmaken
Werking van hormonen beschrijven in het algemeen
Werking van de verschillende hormonen kunnen uitleggen
timer
20:00

Slide 31 - Tekstslide

Hormonen zijn:
A
Regelstoffen
B
Voedingsbestanddelen
C
Geslachtskenmerken
D
hormoonklieren

Slide 32 - Quizvraag

Welke maakt hormonen?
A
B

Slide 33 - Quizvraag

Benoem onderdeel 5
A
Eierstok
B
Bijnier
C
Testikel
D
Eilandjes van langerhans

Slide 34 - Quizvraag

Welke hormoonklier functioneert niet goed bij iemand met suikerziekte?

Slide 35 - Open vraag

Adrenaline wordt gemaakt in
A
alvleesklier
B
schildklier
C
hypofyse
D
bijnieren

Slide 36 - Quizvraag

Wat zijn de verschillen tussen hormonen en impulsen?

Slide 37 - Woordweb

Is P een hormoonklier? En Q?
A
alleen P
B
alleen Q
C
zowel P als Q
D
geen van beide

Slide 38 - Quizvraag

Wanneer gaat je hart sneller kloppen?
A
Bij inspanning (bijv. sport)
B
Als je slaapt
C
Als je schrikt en adrenaline aanmaakt
D
Je hartslag is altijd hetzelfde

Slide 39 - Quizvraag

Versnelt adrenaline de werking van je spieren?
A
ja
B
nee

Slide 40 - Quizvraag

Wat is de functie van glucagon?
A
Suiker opeten
B
Glycogeen maken
C
Glucose vrijmaken
D
Urine maken

Slide 41 - Quizvraag

Noem twee belangrijke verschillen tussen het hormoonstelsel en het zenuwstelsel.

Slide 42 - Open vraag

Aan de slag
Kader; 9.6 opdr  1 tm 7 + examenopgaven
Basis;8.6 1 tm 7 + examenopgave n



timer
30:00

Slide 43 - Tekstslide