Week 35 Deel 2

Welcome!
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welcome!

Slide 1 - Tekstslide

Maandag - Proefwerk Unit 3

Leer blauwe bladzijde 118 t/m 123 
  • Woorden  NL-EN & EN-NL (oefen schrijven!)
  • Expressions (zinnen gebruiken in een tekst)
  • Grammatica --> 3 onderwerpen.
  • Neem je laptop mee.


Slide 2 - Tekstslide

What are we going to do today?
  • Onderwerp 1 : Much, many & a lot of
  • Onderwerp 2: woordvolgorde
  • Onderwerp 3: Question tags
  • Zelfstandig werken

Slide 3 - Tekstslide

Today's goals
  • I am prepared for the test.



Slide 4 - Tekstslide

Onderwerp 1 : Much, many & a lot of

Slide 5 - Tekstslide

Met deze woorden zeg je hoe veel er van iets is:
much, many, a lot of
veel
a little
een beetje
a few
een paar
little, few
weinig

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen much & many?

Slide 7 - Open vraag

Telbare zelfstandige naamwoorden



  • many
  • few / a few
  • a lot of 

Slide 8 - Tekstslide

Niet-Telbare zelfstandige naamwoorden



  • many
  • a little / little 
  • a lot of

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeelden

Slide 10 - Tekstslide

1 Some plants need ____ (veel) water.
A
many
B
much
C
a lot of

Slide 11 - Quizvraag

2 Do you have ____ (veel) subjects at school?
A
many
B
much
C
a lot of

Slide 12 - Quizvraag

3 I'd like ____ (een beetje) rice with my fish, please.
A
a few
B
a little
C
few
D
little

Slide 13 - Quizvraag

Onderwerp 2: woordvolgorde

Slide 14 - Tekstslide

Wat komt er eerst in een zin: plaats of tijd?
A
Tijd
B
Plaats

Slide 15 - Quizvraag

Wie-doet-wat-waar-wanneer

He had a drink at the pub last night


Slide 16 - Tekstslide

Vertaal de zin:
1 Wij waren twee uur geleden thuis.
We ____.

Slide 17 - Open vraag

Vertaal de zin:
2 Ik loop elke dag naar school.
I ____.

Slide 18 - Open vraag

Onderwerp 3:
QUESTION TAGS

Slide 19 - Tekstslide

Question Tags
  1. Je herhaalt de eerste 2 woorden van de zin in omgekeerde volgorde
He isn't very clever, is he ?
Tom isn't very clever, is he ?
Tom and Jane aren't very clever, are they ?

Slide 20 - Tekstslide

         +  wordt -    /   - wordt  +

Slide 21 - Tekstslide

You are happy to see me, ....
timer
0:30
A
are you
B
aren't you
C
is you
D
isn't you

Slide 22 - Quizvraag

He is very cool, ....
timer
0:30
A
isn't he
B
aren't he
C
is he
D
are he

Slide 23 - Quizvraag

Zelfstandig werken
Maak: Unit 3 Paragraaf 6 Opdracht 1 t/m 3



Klaar? --> Leren voor proefwerk op 28 Juni

Slide 24 - Tekstslide