Procentuele afname en toename les 3

Procenten en procentuele toename 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Praktische economieMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Procenten en procentuele toename 

Slide 1 - Tekstslide

Hoe zit iedereen erbij? 

Zijn er dingen die gedeeld/besproken moeten worden?

Slide 2 - Tekstslide

Rekenen in 4 domeinen
Getallen: les 2
Verhoudingen: les 3 en 4
Meten en meetkunde: les 5 en6
Verbanden: les 7 en 8
Toets: les 9

Slide 3 - Tekstslide

vorige les?

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

4 op de 5 flessen zijn leeg.
Dit is een verhouding tussen het aantal lege flessen (4) en het totaal aantal flessen (5).
Je kunt dit ook anders opschrijven:
4 van de 5 flessen zijn leeg.
 van de flessen is leeg.
Lege flessen : totaal aantal flessen = 4 : 5.




54

Slide 6 - Tekstslide

Procenten, breuken en verhoudingen

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kan aan het einde van de les:
  • Rekenen met procenten
  • Een procentuele afname of toename berekenen
  • Meervoudige procentuele toename berekenen

Slide 8 - Tekstslide

3 soorten sommen
  • Sommen waarbij je 2 getallen weet en je het percentage moet uitrekenen.

  • Sommen waarbij je het geheel, de 100%, weet en waarbij je een deel (percentage) daarvan moet uitrekenen;

  • Sommen waarbij je het deel weet en je het geheel (100%) moet uitrekenen;

Slide 9 - Tekstslide

Een percentage uitrekenen
Formule




geheeldeelx100=percentage

Slide 10 - Tekstslide

Een deel uitrekenen
Formule




 
100geheelxdeel=deelvanhetgeheel

Slide 11 - Tekstslide

Het totaal uitrekenen
Formule




gedeelteaantalx100=geheel

Slide 12 - Tekstslide

Procentuele toe- afname
Procenten worden ook vaak gebruikt om een toename aan te geven. Een toename betekent dat een hoeveelheid groter wordt. Een toename in procenten noem je een procentuele toename. 

Natuurlijk kan de hoeveelheid kleiner worden en is er sprake van een afname.


Slide 13 - Tekstslide

Procentuele toe- /afname 
Toename of afname kun je berekenen met de volgende formule:
  
(nieuw - oud) : oud x 100 =toe- /afname in procenten

Slide 14 - Tekstslide

Vraag
Vorig jaar waren er 25 konijnen bij kinderboerderij 'De beestenboel' en dit jaar zijn er nieuwe konijnen bijgekomen, zodat het totaal aantal konijnen nu op 41 ligt. 

Je kunt nu berekenen met hoeveel procent de groep konijnen is gegroeid?

Slide 15 - Tekstslide

Antwoord
In de kinderboerderij is de procentuele toename
25(4125)x100=64

Slide 16 - Tekstslide

Meervoudige procentuele afname of toename
Als een bedrag of hoeveelheid meer dan één keer met een percentage afneemt of toeneemt, noem je dat meervoudige afname of toename.


Bij meervoudige afname of toename is er na iedere afname of toename een nieuw totaal. Je kunt de percentages niet bij elkaar optellen om het nieuwe totaal uit te rekenen.

Slide 17 - Tekstslide

Meervoudige afname
In een webshop kost een bankstel 10% minder dan in de winkel. Petra koopt in de webshop een bankstel die in de winkel €2.550 kost. Ze gebruikt een kortingscode waarmee ze 5% korting krijgt.


Hoeveel moet Petra betalen?


Slide 18 - Tekstslide

Stap 1:
In de winkel kost het bankstel €2.550.
In de webshop kost het bankstel 10% minder.
100% – 10% = 90%
Prijs na korting = €2.295


Stap 2:
In de webshop kost het bankstel €2.295.
Petra krijgt 5% korting.
100% – 5% = 95%
Prijs na korting = €2.180,25
Petra moet €2.180,25 betalen voor het bankstel.



Slide 19 - Tekstslide

Een nieuwe Mazda CX5 kost dit jaar € 35.990.
Dat is flink duurder dan vorig jaar. Toen kostte dezelfde auto nog € 30.990. Afronden op één decimaal.

Slide 20 - Open vraag

Vraag?
Een nieuwe Mazda CX5 kost dit jaar € 35.990.
Dat is flink duurder dan vorig jaar. Toen kostte dezelfde auto nog € 30.990.  

Hoeveel procent is de auto in 1 jaar duurder geworden, rond je antwoord af op één decimaal?

Slide 21 - Tekstslide

Antwoord
De procentuele toename is:




Dus afgerond 16,1%
30.990(35.99030.990)x100=16,13

Slide 22 - Tekstslide

Vraag
Je koopt een TV met 30 % korting.
Je krijg nog eens eens 10% extra korting op de actieprijs.

Hoeveel procent korting heb je in totaal gekregen?

Slide 23 - Tekstslide

Vind je deze vraag lastig? Werk dan met een prijs van € 100,-
Stap 1: 30% korting op € 100,- = € 30 korting
Betaalt €100- €30 = €70

Stap 2: 10% extra korting op € 70 = € 7 korting

Stap 3: €30 +€ 7= € 37 korting

Stap 4: € 37 korting op een prijs van € 100 = 37%

Slide 24 - Tekstslide

Zelf aan de slag
Aan de slag met:
Zelftest H 6 en H 7
Al gemaakt? 
Examentraining domein 1-2  vanaf opdracht 13

Vragen? Stel ze dan kom ik je helpen!


Slide 25 - Tekstslide