A2 - vr 16 dec (wederkerend en wederkerig voornaamwoord)

Lezen
Vrijdag 10 november toets grammatica!
timer
10:00
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Lezen
Vrijdag 10 november toets grammatica!
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Persoonlijk voornaamwoord

Een persoonlijk voornaamwoord (pers. vnw.) duidt een persoon, dier of ding aan. 

Voorbeelden:
Zij verloren de wedstrijd.
Pas op, hij bijt!
Ik heb het op tafel gelegd.

Slide 2 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord

Een bezittelijk voornaamwoord (bez. vnw.) geeft aan van wie iets is, een bezit. Het staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. 

Voorbeelden:
jullie tuin, ons feest, jouw vriend

Maar: de tuin is van jullie > in dit geval is 'jullie' een pers. vnw.

Tip: twijfel je? Vul Henk in.
Klopt dit? dan pers.vnw
Klopt dit niet? dan bez.vnw 

Slide 3 - Tekstslide

Vul aan:
Ik bemoei ... niet met deze opdracht.

Slide 4 - Open vraag

Vul aan:
Hij verwond ... aan de roestige spijker.

Slide 5 - Open vraag

Bij wederkerende werkwoorden zie je het onderwerp wederkeren (terugkomen) in een wederkerend voornaamwoord. Het hangt dus van het onderwerp af welk wederkerend voornaamwoord je moet gebruiken. 

Wederkerend voornaamwoord (wed. vnw)

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeelden wed. vnw
Ik vergis me
Jij vergist je
Hij/zij/ze vergist zich
U vergist zich
Wij/we vergissen ons
Jullie vergissen je
Zij/ze vergissen zich 

Slide 7 - Tekstslide

Verplicht wederkerend voornaamwoord
Als je het wederkerend voornaamwoord niet door iets of iemand kan vervangen dan is het een verplicht wederkerend voornaamwoord. 

Voorbeeld: 
Ik schaam me diep voor het onjuiste antwoord. 
Me kun je niet vervangen, dus is me hier een verplicht wed vnw. 

Slide 8 - Tekstslide

Toevallig wederkerend voornaamwoord
Soms kun je het wederkerend voornaamwoord wel vervangen door iets of iemand. Dan is het een toevallig wederkerend voornaamwoord.

Voorbeeld: 
Hij scheert zich iedere ochtend. 
Hij scheert de hond elke week. 

Zich is hier een toevallig wederkerend voornaamwoord. 

Slide 9 - Tekstslide

Wederkerig voornaamwoord (wedig.vnw)
In het Nederlands kennen we maar één wederkerig voornaamwoord en dat is 'elkaar'. 
Soms zie je ook mekaar (spreektaal) en elkander (ouderwets Nederlands). 

Voorbeelden:
 ‘Sem en Indy groeten elkaar
‘We hebben elkaar gisteren nog gezien.’

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het wederkerend vnw in onderstaande zin?

Ik was me iedere morgen met koud water om goed wakker te worden.

Slide 11 - Open vraag

Toevallig of vast wederkerend voornaamwoord?

Ik was me iedere morgen met koud water om goed wakker te worden.
A
toevallig
B
vast

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het wederkerend vnw in onderstaande zin?

Zij heeft zich ontzettend geërgerd aan haar kleine zusje.

Slide 13 - Open vraag

Toevallig of vast wederkerend voornaamwoord?

Zij heeft zich ontzettend geërgerd aan haar kleine zusje.
A
toevallig
B
vast

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het wederkerend vnw in onderstaande zin?

Er was niemand om mee te spelen, dus we hebben ons ontzettend verveeld vandaag.

Slide 15 - Open vraag

Toevallig of vast wederkerend voornaamwoord?

Er was niemand om mee te spelen, dus we hebben ons ontzettend verveeld vandaag.
A
toevallig
B
vast

Slide 16 - Quizvraag

Wat is het wederkerend vnw in onderstaande zin?

Jullie herkennen je niet in het beeld dat geschetst wordt.

Slide 17 - Open vraag

Toevallig of vast wederkerend voornaamwoord?

Jullie herkennen je niet in het beeld dat geschetst wordt.
A
toevallig
B
vast

Slide 18 - Quizvraag

Aan de slag
§4: Wederkerig en wederkerend voornaamwoord
Opdracht 1, 2 + 4 (bladzijde 212/213)

Klaar?
- Nakijken
- Oefen de woordsoorten op www.cambiumned.nl 

Slide 19 - Tekstslide