Luister naar de audio via de website (link op de volgende slide). Probeer de dialoog daarna te vertalen. De dialoog kun je lezen op pagina 71 in je boek.
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
https:
Slide 4 - Link
Slide 5 - Tekstslide
pluralis (meervoud)
De meeste zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud op -en.
raam – ramen
vis – vissen
brief – brieven
huis – huizen
Slide 6 - Tekstslide
pluralis (meervoud)
Woorden die een meervoud met -s krijgen zijn: kopje – kopjes
koerier – koeriers
secretaresse – secretaresses
verpleegster – verpleegsters
Daarnaast zijn er nog enkele (mannelijke) persoonsaanduidingen die in het meervoud een -s krijgen.
Slide 7 - Tekstslide
zoon – zoons (zonen komt alleen in formeel taalgebruik voor)
kok – koks
bruidegom – bruidegoms
Daarnaast krijgen woorden die uit andere talen zijn geleend meervoud op -s.
film – films
computer – computers
Slide 8 - Tekstslide
Ook woorden die eindigen op een van de volgende onbeklemtoonde lettergrepen hebben meestal een meervoud op -s (maar soms komen beide vormen voor).
-el: tafels
-en: gegevens
-er: komkommer
-em: bezems
-erd: lieverds
Slide 9 - Tekstslide
Bij woorden op -e komen vaak beide vormen voor: ziekten – ziektes, gemeente – gemeenten.
Woorden die eindigen op een klinker krijgen ook een meervoud op -s. Vanwege de spellingsregels komt hier een apostrof voor:
oma – oma’s foto – foto’s taxi – taxi’s menu – menu’s
baby – baby’s
Slide 10 - Tekstslide
Tot slot zijn er enkele onregelmatige meervouden. In sommige gevallen is de klinker in het enkelvoud kort en in het meervoud lang.
dag – dagen
weg – wegen
slot – sloten
Soms verandert de klinker.
lid – leden stad – steden
Slide 11 - Tekstslide
In sommige gevallen krijgt het meervoud de uitgang -eren.