F&A 2.1

1 / 39
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies

F&A lesweek 2.1

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

3

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?

4

Deze slide heeft geen instructies

Plaats bepalende uitdrukkingen

5

Hierbij wordt er altijd uitgegaan van de anatomische stand van het lichaam.


Mediaal

Dichtbij het midden (richting het midden)


Lateraal

Van het midden af gelegen (richting de zijkant)


Proximaal

Naar de romp toe gelegen (richting de aanhechting)


Distaal

Van de romp af gelegen (richting uiteinde)


Deze slide heeft geen instructies

Anatomische stand

6

  • De anatomische stand is een opgerichte houding met het gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen naar voren, en wordt gebruikt als referentie voor het beschrijven van lichaamsstructuren

Deze slide heeft geen instructies

Anatomische stand

A

Gezicht naar beneden, armen langs het lichaam.

B

Gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen naar voren,

C

Gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen langs zij

D

Gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen naar beneden

Deze slide heeft geen instructies

Lesson title

Learning objective

Deze slide heeft geen instructies

7


Distaal

Proximaal

Elleboog ligt proximaal ten opzichte van de pols (dus dichter bij de romp).


De bovenarm is proximaal ten opzichte van de onderarm.

De knie ligt … ten op zichten van de voet

A

Proximaal

B

Distaal

C

Lateraal

D

Mediaal

Deze slide heeft geen instructies

De hand ligt …. ten op zichten van de elleboog

A

Lateraal

B

Mediaal

C

Distaal

D

Proximaal

Deze slide heeft geen instructies

7


Distaal

Proximaal

Deze slide heeft geen instructies

8


Mediaal

Lateraal

Lateraal

De duim ligt lateraal ten opzichte van de pink (in anatomische houding).


De oren liggen lateraal van de neus.


De schouders liggen lateraal ten opzichte van de borstkas.


Mediaal

De knieën liggen mediaal ten opzichte van de heupen.


De grote teen ligt mediaal ten opzichte van de kleine teen.


De neus ligt mediaal ten opzichte van de ogen.

De kleine teen ligt ….. ten op zichten van de grote teen

A

Proximaal

B

Mediaal

C

Distaal

D

Lateraal

Deze slide heeft geen instructies

De binnenzijde van de knie ligt ….

A

Mediaal

B

Proximaal

C

Lateraal

D

Distaal

Deze slide heeft geen instructies

8


Mediaal

Lateraal

Deze slide heeft geen instructies

Plaats bepalende uitdrukkingen

9

Ventraal

Aan de voorzijde van het lichaam gelegen.


Dorsaal

Aan de rugzijde van het lichaam gelegen.


Palmair

Aan de palmzijde van de hand gelegen


Plantair

Aan de voetzoolzijde van de voet gelegen.



Deze slide heeft geen instructies

10

Ventraal (Anterior)

Dorsaal (Posterior)

Deze slide heeft geen instructies

Als iets aan de rug zijde ligt, dan ligt dit aan de … zijde

A

Dorsaal

B

Palmair

C

Ventraal

D

Plantair

Deze slide heeft geen instructies

10

Ventraal (Anterior)

Dorsaal (Posterior)

Deze slide heeft geen instructies

11

Palmair

Dorsaal

Plantair

Dorsaal

Deze slide heeft geen instructies

De onderkant van de voet is

A

Palmair

B

Plantair

C

Dorsaal

D

Mediaal

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er in je lichaam als je sport?

13

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er in je lichaam als je sport?

Deze slide heeft geen instructies

Cardiovasculaire systeem

= het circulatie systeem = hart, bloedvaten en longen  transport van zuurstof, voedingsstoffen, antilichamen en hormonen.


Het hart

  • Holle spier

  • Zo groot als een vuist.

  • Pompt het bloed door je lichaam (4-5 liter).

  • 2 kamers, 2 boezems, 4 kleppen.


Deze slide heeft geen instructies

Slide titel

Slide tekst

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van het hart

15

De boezem = atrium (2x)

Bloed vanuit de holle aders komen in de rechter boezem en de longaders in de linkerboezem.


De kamer = ventrikel (2x)

Bloed vanuit de boezems komen in de kamers en verlaten de kamers via de longslagader of de aorta.


Aorta

Holle ader

longader

longslagader

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van het hart

16

Onderste & bovenste holle ader

Bloed komt terug vanaf de organen en weefsel naar de rechter boezem.


Linker & rechter longslagader

Bloed gaat vanuit de rechter kamer naar de longen toe.

Vena cava = Holle ader

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van het hart

17


Linker- en rechter longader

Bloed komt terug van de longen naar de linker boezem.


Aorta

Het bloed verlaat het hart via de aorta en gaat naar de hersenen, de organen en weefsel toe.

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van het hart

18

AV-kleppen

Zitten tussen de boezems en kamers. Deze kleppen voorkomen dat het bloed vanuit de kamer weer terugstroomt naar de boezem.


Aorta & longslagader klep

Deze kleppen voorkomen dat het bloed terug naar het hart stroomt.

Deze slide heeft geen instructies


Slide tekst

Deze slide heeft geen instructies

Werking van het hart

19

  • Het autonome zenuwstelsel stuurt o.a. het hartritme aan. Dit gebeurd automatisch door middel van prikkels.

  • In het hart zit een prikkelgeleidingssysteem.

  • Deze prikkel begint bij de sinusknoop op de rechterboezem. Hierdoor blijft de hartspier ritmisch samentrekken.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Functie van het hart?

20

1. Transport van zuurstof en voedingsstoffen

Het hart pompt zuurstofrijk bloed vanuit de longen naar alle organen en spieren, zodat deze kunnen functioneren.

2. Afvoer van afvalstoffen

Zuurstofarm bloed met afvalstoffen (zoals CO₂) wordt teruggepompt naar de longen en nieren, waar deze worden verwijderd.

3. Handhaven van de bloeddruk

Door het pompritme houdt het hart de bloeddruk op peil, zodat het bloed effectief door de bloedvaten kan stromen.

4. Warmteregulatie

De bloedcirculatie helpt bij het verspreiden van warmte door het lichaam, wat belangrijk is voor temperatuurregulatie.

5. Hormoontransport

Via het bloed worden hormonen vervoerd naar verschillende delen van het lichaam om processen te reguleren.

Wat is de functie van het hart?

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht het hart

22

Deze slide heeft geen instructies


24

Deze slide heeft geen instructies


25

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van de lesstof?

Deze slide heeft geen instructies

Exit - ticket

23


Deze slide heeft geen instructies