MTH, leerjaar 2, blok 6, les 5 Tetanus

Tetanus
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
MTHMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Tetanus

Slide 1 - Tekstslide

Tetanus.

  • Tetanus krijg je door de bacterie Clostridium tetani.
  • De bacterie heeft de vorm van een staaf.
  • Hij kan overleven in een omgeving waar weinig zuurstof is. Daarom noem je hem anaeroob.
  • De tetanusbacterie gaat zelf dood wanneer te veel zuurstof in de omgeving zit.  

Slide 2 - Tekstslide

  • De tetanusbacterie kan sporen maken.
  • Sporen zijn bacteriën die ‘slapen’.
  • Dit doen ze als de omgeving niet fijn is om in te leven. Wanneer de omgeving wel weer fijn is om in te leven, komen de sporen weer tot leven.
  • Op die manier kunnen sporen bijvoorbeeld overleven in een omgeving met grote verschillen in temperatuur.

Slide 3 - Tekstslide

  • De sporen van de tetanusbacterie zitten in de bovenste lagen van de grond, vooral op vuile straten. 
  • Daarnaast kunnen de sporen in het maag-darmkanaal van zoogdieren zitten. 

Slide 4 - Tekstslide

Diagnostiek.

  • Tetanus is een klinische diagnose: d.w.z. dat een arts de diagnose tetanus kan stellen zonder aanvullend onderzoek te doen.
  • Alleen een anamnese, waarbij de arts vraagt naar typische symptomen en lichamelijk onderzoek zijn genoeg om de ziekte vast te stellen. 
  • Het is belangrijk om te vragen of de patiënt eerder is gevaccineerd.

Slide 5 - Tekstslide

  • Gifstoffen heten ook wel toxinen.
  • Een andere naam voor de gifstoffen van de tetanusbacterie is tetanospasminen.



Slide 6 - Tekstslide

Behandeling.

Zonder behandeling is er kans op overlijden.
De behandeling bij besmetting bestaat uit de volgende onderdelen:
  • het schoonmaken van de wond zodat de bacteriën die in de wond zitten worden verwijderd en gedood.
  • het onschadelijk maken van de toxinen die de bacterie maakt door vaccineren.
  • het geven van ondersteunende zorg en medicatie. 

Slide 7 - Tekstslide

Het onschadelijk maken van de toxinen die de bacterie maakt. 
  • Er wordt een injectie met een hoge dosis antistoffen in de spier gegeven. 
       Deze antistoffen heten ook wel tetanus-immunoglobuline (TIG). 
  • Soms wordt de injectie in het ruggenmerg gegeven. Dit noem je intrathecaal

Slide 8 - Tekstslide

Immunisatie
Primaire preventie: voorkomen dat gezonde mensen een bepaalde ziekte krijgen. 
Bij de primaire preventie van tetanus is immunisatie belangrijk. 

Immunisatie: zorgen dat iemand niet vatbaar is voor een ziekte. Die persoon is dan immuun. 
Immunisatie kan actief of passief gebeuren. 

Slide 9 - Tekstslide

Passieve immunisatie 
  • bij besmetting of kans op besmetting.
  • injectie met ‘kant-en-klare’ antistoffen. 
  • deze antistoffen beschermen je meteen. 
  • kortdurende bescherming.
  • Tetanusimmunoglobuline (TIG).

Slide 10 - Tekstslide

Actieve immunisatie
  • kan preventief worden gegeven of na een besmetting.
  • injectie met verzwakte of dode ziekteverwekkers, delen van ziekteverwekkers of onschadelijk gemaakte gifstoffen. 
  • lichaam reageert door zelf antistoffen aan te maken. 
  • langdurige bescherming.
  • Tetanustoxoïd.



Slide 11 - Tekstslide

Vaccinatie met Tetanustoxoïd.

  • alle kinderen sinds 1950.
  • zit in het Rijksvaccinatieprogramma.
  • basisimmunisatie: tot eind eerste levensjaar 4 vaccinaties met Tetanustoxoïd.
  • op 4e en 9e levensjaar nogmaals een vaccinatie met Tetanustoxoïd.
  • Bescherming tot 19e levensjaar.

Slide 12 - Tekstslide

  • als iemand niet heeft meegedaan aan vaccinatieprogramma dan krijgt hij de vaccinaties in een bepaald schema.
  • tussen de eerste en de tweede vaccinatie zit een periode van ongeveer een maand (vier tot vijf weken).
  • de derde injectie wordt minstens een half jaar na de tweede vaccinatie gegeven. 
     Dit schema heet het 0-1-7-schema.
  • bij een mogelijke besmetting na 10 jaar: weer een vaccinatie.


Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Immuundeficiëntie:
een niet of niet goed functionerend immuunsysteem (afweersysteem), veroorzaakt door een ziekte of door medicijnen die een patiënt gebruikt.

Immuungecompromitteerd:
een patiënt met een immuundeficiëntie.

Slide 15 - Tekstslide

Immuungecompromitteerde patiënten:

  • meestal verworven afweerstoornissen die onder andere bij gebruik van immuunsuppressiva (onderdrukkers van het afweersysteem) kunnen optreden.

     Denk hierbij aan reumatoïde artritis, de ziekte van
     Crohn, colitis ulcerosa etc.


Slide 16 - Tekstslide

Zo snel mogelijk na verwonding toedienen.

• De incubatieperiode van tetanus is 24 uur tot 3 weken.
• TIG en tetanusvaccinatie daarom zo snel mogelijk na
  de verwonding toedienen.
• Bij latere presentatie is het nog zinvol om dit tot 21
  dagen na de verwonding te doen.

Slide 17 - Tekstslide

Risicogroepen:

  • Personen met diepe, uitgebreide en/of verontreinigde wonden, bijtwonden, in het bijzonder ook grotere tweede- en derdegraads brandwonden
  • Drugsgebruikers.

Slide 18 - Tekstslide

  • personen die door hun activiteiten een verhoogde kans hebben op verwondingen én contact met tetanussporen: tuinieren, veldsporten, mensen die veel met dieren omgaan;
  • personen die naar bepaalde landen reizen.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video