De geschiedenis van de verzorgingsstaat in Nederland

De geschiedenis van de verzorgingsstaat in Nederland
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

De geschiedenis van de verzorgingsstaat in Nederland

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het einde van de les ken je de geschiedenis van de verzorgingsstaat in Nederland.

Slide 2 - Tekstslide

Introduceer het leerdoel van de les.
Wat weet je al over de verzorgingsstaat in Nederland?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de verzorgingsstaat?
De verzorgingsstaat is een maatschappelijk systeem waarin de overheid zorgt voor het welzijn van haar burgers. Dit houdt in dat de overheid verantwoordelijk is voor zaken als gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid.

Slide 4 - Tekstslide

Geef een korte uitleg over wat de verzorgingsstaat is.
Ontstaan van de verzorgingsstaat
De verzorgingsstaat is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Door de wederopbouw van Nederland was er behoefte aan een betere sociale zekerheid voor burgers.

Slide 5 - Tekstslide

Beschrijf hoe de verzorgingsstaat is ontstaan.
Sociale wetten
In de jaren '50 en '60 werden er verschillende sociale wetten ingevoerd, zoals de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Hierdoor kregen ouderen en nabestaanden een basisinkomen.

Slide 6 - Tekstslide

Beschrijf welke sociale wetten er werden ingevoerd.
Solidariteit
De verzorgingsstaat is gebaseerd op solidariteit. Dit betekent dat gezonde en werkende mensen via belastingen bijdragen aan de zorg voor zieke en zwakke mensen.

Slide 7 - Tekstslide

Beschrijf wat solidariteit betekent binnen de verzorgingsstaat.
Kritiek op de verzorgingsstaat
Er is ook kritiek op de verzorgingsstaat. Zo zou het mensen afhankelijk maken van de overheid en zou het te duur zijn.

Slide 8 - Tekstslide

Beschrijf welke kritiek er is op de verzorgingsstaat.
Veranderingen in de verzorgingsstaat
In de jaren '80 en '90 werden er bezuinigd op de verzorgingsstaat. Er kwam meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid.

Slide 9 - Tekstslide

Beschrijf welke veranderingen er hebben plaatsgevonden binnen de verzorgingsstaat.
Huidige verzorgingsstaat
De huidige verzorgingsstaat is nog steeds gebaseerd op solidariteit, maar er is meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid. De overheid zorgt nog steeds voor zaken als gezondheidszorg en sociale zekerheid, maar mensen worden gestimuleerd om zelf ook iets bij te dragen.

Slide 10 - Tekstslide

Geef een korte beschrijving van de huidige verzorgingsstaat.
Opdracht: debat
Verdeel de klas in twee groepen. De ene groep verdedigt de stelling 'De verzorgingsstaat moet worden afgeschaft', de andere groep verdedigt de stelling 'De verzorgingsstaat is nog steeds nodig'. Laat de groepen argumenten bedenken en met elkaar in debat gaan.

Slide 11 - Tekstslide

Geef de opdracht voor het debat en geef instructies over hoe de opdracht uitgevoerd kan worden.
Afsluiting
We hebben vandaag geleerd over de geschiedenis van de verzorgingsstaat in Nederland. We hebben gezien hoe de verzorgingsstaat is ontstaan, welke sociale wetten er zijn ingevoerd en welke kritiek er is op de verzorgingsstaat. Ook hebben we gekeken naar de huidige verzorgingsstaat en hebben we een debat gevoerd over de toekomst van de verzorgingsstaat. Zijn er nog vragen?

Slide 12 - Tekstslide

Sluit de les af door het leerdoel te herhalen en eventuele vragen te beantwoorden.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 13 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 14 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 15 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.