Hoe verloren vorsten hun macht 3.2

Herhaling
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Noem een misdrijf en daarna een overtreding.

Slide 2 - Open vraag

Wat is gedogen?

Slide 3 - Open vraag

Wie probeert in de rechtbank te bewijzen dat de verdachte schuldig is?
A
advocaat
B
rechter
C
officier van justitie
D
griffier

Slide 4 - Quizvraag

Wat heb je geleerd in 3.1 Wetten en regels?

Slide 5 - Woordweb

Hoe verloren koningen hun macht?
In deze cursus leer je hoe vorsten in de tijd van pruiken en revoluties hun macht verloren.

Slide 6 - Tekstslide

De koning heeft geld nodig
  • Lodewijk XVI regeerde in de tijd van de pruiken en revoluties.
  • Hij nam alle belangrijk beslissingen zelf (absolutisme).
  • Koning had geld nodig voor Frankrijk, het geld was opgegan aan oorlogen en de dure hofhouding.
  • Koning wilde belastingverhoging.
  • Alleen de burgers betaalden tot die tijd belasting.
  • Geestelijken en adel betaalden geen belasting.

Slide 7 - Tekstslide

Koning heeft geld nodig
  • Koning riep de Staten-Generaal bij elkaar.
  • Lodewijk XVI wilde dat de Staten-Generaal beloofden meer belasting te gaan betalen, maar de burgers zagen dat niet zitten.
  • Burgers wilden in ruil voor belastingverhoging medezeggenschap in het bestuur van het land.
  • Toen de koning dat weigerde, kwamen ze in opstand.

Slide 8 - Tekstslide

De Franse Revolutie
14 juli 1789 bevolking kwam in opstand tegen de Franse koning.
Bestorming Bastille, Middeleeuws kasteel dat de koning als gevangenis gebruikte.
Op het platteland kwamen boeren in opstand tegen de adel.
De Franse Revolutie was uitgebroken.
De Revolutionairen namen het bestuur over.
Lodewijk mocht eerst nog wel koning blijven, maar raakte zijn macht kwijt.

Slide 9 - Tekstslide

De Franse Revolutie
  • In 1792 wilde de koning naar het buitenland vluchten.
  • Dit werd ontdekt en Lodewijk XVI werd afgezet als koning.
  • FRankrijk werd een republiek.
  • Lodewijk XVI werd onthoofd onder de guillotine

Slide 10 - Tekstslide

Terreur in Frankrijk.

Slide 11 - Tekstslide

Napoleon
  • Na de revolutie lange tijd onrustig in Frankrijk.
  • Veel mensen waren het niet eens wie het land moest besturen.
  • Veel geweld en terreur in het land. Veel mensen stierven onder de guillotine.
  • Napoleon Bonaparte populaire generaal.
  • Napoleon zette de regering af en pleegde een staatsgreep.
Napoleon eerst consul, een soort koning.
Later kroonde hij zich tot keizer.

Slide 12 - Tekstslide

Napoleon
  • Nadat Napoleon de macht kreeg veroverde hij grote delen van Europa

Slide 13 - Tekstslide

Nederland patriottentijd
  • Eind achttiende eeuw ook in Nederland burgers die meer macht wilden.
  • Zij noemden zich patriotten en waren tegen de prins stadhouder Willem V.
  • Patriotten kwamen op voor hun vaderland. Zij wilden dat de burgers zelf hun bestuurders konden kiezen.
  • In Nederland was de stadhouder met een aantal regentenfamilies de baas.
  • De patriotten kwamen hiertegen in opstand. Het was een democratische revolutie, want zij wlden dat de burgers zelf hun bestuur konden kiezen.

Slide 14 - Tekstslide

Bataafse revolutie
  • Patriotten kwamen in veel steden in opstand tegen de machthebbers.
  • De patriotten streden tegen de aanhangers van prins Willem V de stadhouder.
  • De aanhangers van de stadhouder werden prinsgezinden of Orangisten genoemd.
  • Willem kreeg hulp van zijn schoonvader de koning van Pruisen die een leger stuurde, Willem leek het te winnen.
  • Veel patriotten vluchten naar Frankrijk

Slide 15 - Tekstslide

Patriotten krijgen steun in Frankrijk
  • Patriotten zochten steun in Frankrijk bij de revolutionairen die dezelfde ideeën over democratie hadden.
  • In 1795 versloeg het Franse leger samen met de patriotten het leger van Willem V
  • Willem V vluchtte naar Engeland.
  • De patriotten noemden Nederland toen de Bataafse republiek.
Door middel van de Bataafse revolutie, een democratische revolutie waren ze met hulp van de Fransen aan de macht gekomen.

Slide 16 - Tekstslide

De verlichting
  • In de tijd van pruiken en revoluties gingen mensen steeds meer nadenken over de wereld om hen heen.
  • Ze wilden onder andere weten hoe het sterrenstelsel in elkaar zat.
  • Eise Eisinga bestudeerde de sterren en planeten.
  • Hij bouwde het sterrrenstelsel  in het klein na, het planetarium.
  • Verder kwamen er in de periode van de verlichting veel nieuwe uitvindingen
  • Men ging meer wetenschappelijk denken in deze periode.

Slide 17 - Tekstslide

Napoleon
Tussen 1806-1810 Napoleon de baas over Nederland.
Belangrijke veranderingen van Napoleon:
  • Vrijheid van godsdienst
  • Kerk en staat gescheiden
  • Voor het eerst gelijke wetten voor alle Nederlanders.
  • Nederland werd een eenheidsstaat

Slide 18 - Tekstslide

Waarmee begon de Franse Revolutie?
A
Belastingverhoging van de koning
B
Bestorming Bastille
C
onthoofding van de koning
D
vlucht Willem V

Slide 19 - Quizvraag

Waarom werd Lodewijk XVI onthoofd?

Slide 20 - Open vraag

Wie greep de macht in Frankrijk door een staatsgreep?
A
Napoleon
B
Willem V
C
Lodewijk XVI
D
De patriotten

Slide 21 - Quizvraag

Hoe werden de aanhangers van de stadhouder genoemd?
A
Patriotten
B
Pruisen
C
Democraten
D
Prinsgezinden

Slide 22 - Quizvraag

Waarom droeg men in de tijd van Lodewijk XVI een pruik?

Slide 23 - Open vraag