LUISTEREN · UITVOERING
UITVOERINGSPRAKTIJK
Examenstof muziek vwo
LUISTEREN · UITVOERING
UITVOERINGSPRAKTIJK
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 h. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
♪ LUISTEREN · UITVOERING
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan uitvoeringen beluisteren, vergelijken en beoordelen, en een partituur volgen, ook met transponerende instrumenten.
Deze slide heeft geen instructies
Waarin kunnen twee uitvoeringen van hetzelfde stuk verschillen?
Verwachte woorden: tempo, snelheid, volume, instrumenten, stemming, sfeer, vibrato, tokkelen, strijken, losjes, strak, versiering. Zet de woorden op het bord en vraag welke je kunt horen en welke je moet interpreteren. Dat is de rode draad: bij het vwo-examen benoem je kenmerken van een uitvoering, vergelijk je uitvoeringen en volg je een partituur.
Een celliste speelt tijdens een concert in Moskou
♪ LUISTEREN · UITVOERING
ARTICULATIE, ACCENT EN FRASERING
Articulatie is hoe je noten bindt of scheidt: legato gebonden, staccato kort en los.
Portato ligt ertussen: licht losgemaakt, stippen onder een boog.
Een accent is extra nadruk op één noot, aangegeven met een teken boven of onder de noot.
Frasering is het indelen van een melodie in zinnen en hoe je elke zin opbouwt en afrondt.
Syllabus A1/A2 h vwo: articulatie legato, portato, staccato en accent, plus frasering. Veelgemaakte fout: accent en staccato door elkaar halen. Een accent gaat over nadruk (luider op één noot), staccato over de lengte van de noot. Frasering is bij vwo ook een beoordelingspunt: twee uitvoeringen kunnen dezelfde noten anders in zinnen verdelen. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
♪ LUISTEREN · UITVOERING
STRIJKERS, BLAZERS EN ARPEGGIO
Strijken (arco) is spelen met de strijkstok, pizzicato is tokkelen. In een partituur staat 'arco' of 'pizz.'
Een glissando glijdt in één beweging van de ene toon naar de andere.
Een demper in een trompet of ander koperblaasinstrument maakt de klank dunner en zachter.
Een arpeggio is een gebroken akkoord: de tonen van het akkoord klinken na elkaar in plaats van tegelijk.
Syllabus: strijken/arco, pizzicato, glissando, demper en arpeggio. Veelgemaakte fout: arpeggio en glissando verwarren. Bij een arpeggio klinken losse tonen van een akkoord na elkaar, bij een glissando glijdt de toon continu. Bij pizzicato en arco gaat het om strijkinstrumenten.
Video: Bach: Prelude in C groot, BWV 846, Kimiko Ishizaka (piano) (kanaal: OpenGoldberg). Wat hoor je? De pianist speelt in elke maat dezelfde reeks gebroken akkoorden: de tonen van een akkoord klinken na elkaar van laag naar hoog. Dat is een arpeggio. De linkerhand en de rechterhand spelen samen één doorlopend patroon. Laat leerlingen de gebroken akkoorden met hun vinger in de lucht volgen.
Een gitarist speelt elektrische gitaar op het podium
♪ LUISTEREN · UITVOERING
GITAAR EN BASGITAAR
Op de gitaar tokkel je of sla je aan. Bij slide glijd je met een metalen buisje over de snaren.
Slaggitaar (rhythm guitar): akkoorden en ritme. Sologitaar (leadgitaar): melodie en solo's.
Distortion is een vervormde, ruwe gitaarklank door een versterker of pedaal.
Slappen (slapping) is slaan op de snaren van de basgitaar: een klapperende klank.
Syllabus: aanslaan, tokkelen en slide (gitaar), slaggitaar en sologitaar, distortion en slappen. Slide komt terug in een luistervraag in de examentraining. Veelgemaakte fout: slide en glissando verwarren. Slide is een gitaartechniek met een buisje, glissando is het algemene glijden tussen twee tonen. Image credit: PattayaPatrol / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een trompettist zet een demper in de beker. Wat verandert er in de klank?
De klank wordt dunner en zachter
De klank wordt een octaaf lager
De klank wordt vervormd, zoals bij distortion
De klank wordt langer aangehouden
Een demper maakt de klank dunner en zachter. Wie distortion kiest, verwart een effect van de versterker met een dempend voorwerp in de trompet.
Een dj beweegt een plaat op de draaitafel, 2010
♪ LUISTEREN · UITVOERING
SLAGWERK EN DE DJ
Slagwerk aanslaan, raspen of schudden. Met brushes strijk je zacht over de snaredrum.
Een roffel is heel snel achter elkaar slaan, zodat de slagen in elkaar overlopen.
Scratchen: een dj beweegt een plaat met de hand heen en weer op de draaitafel.
Een deejaymix mengt platen; turntablism is draaitafels bespelen als instrument.
Syllabus: aanslaan/raspen/schudden, brushes, roffel, scratchen, deejaymix en turntablism. Veelgemaakte fout: scratchen en slappen verwarren. Scratchen doet een dj met een plaat, slappen een bassist op de snaren. Deejaymix en turntablism komen terug in een luistervraag in de examentraining. Image credit: 黃 zero / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Het koor Olympia's Daughters zingt a capella
♪ LUISTEREN · UITVOERING
STEMGEBRUIK
A capella: zingen zonder instrumenten. Leadzang is de hoofdmelodie, ad libs zijn improvisaties daaromheen.
Human beatbox: ritmes met alleen de mond. Rappen: ritmisch praten op een beat.
Scatten: zingen op klanken zonder betekenis, vooral in jazz. Vibrato: lichte schommeling in toonhoogte.
Syllabus: stemgebruik (human) beatbox, rappen, scatten en vibrato, plus a capella, leadzang en ad libs. Veelgemaakte fout: ad libs zien als fouten. Het zijn bewuste improvisaties van de zanger rond de hoofdmelodie. Image credit: Tomwsulcer / Wikimedia Commons, CC0
♪ LUISTEREN · UITVOERING
TEKST OP NOTEN, VERSIERING EN RITME
Melismatisch (melisme): meerdere tonen op één lettergreep. Syllabisch: precies één toon per lettergreep.
Een versiering is een korte extra noot of een paar snelle noten rond een melodietoon, zoals een triller of voorslag.
Een blue note is een verlaagde toon in blues en jazz. Bij dirty intonation speel of zing je bewust ruw, iets te hoog of te laag.
Double time: het ritme klinkt twee keer zo snel, terwijl de akkoorden even lang duren. Generale pauze: het hele ensemble zwijgt even.
Syllabus: melismatisch/melisme, syllabisch, versiering, blue note, dirty intonation, double time en generale pauze. Veelgemaakte fout: double time zien als een tempowijziging. De akkoorden wisselen niet sneller, alleen het ritme voelt tweemaal zo snel. Dirty intonation is een bewuste expressieve keuze, geen onzuiverheid uit onkunde.
In een partituur krijgt elke lettergreep van de tekst precies één noot. Welk woord past?
Melismatisch
Syllabisch
Scatten
Ad libs
Eén toon per lettergreep is syllabisch. Wie melismatisch kiest, draait het om: dat zijn juist meerdere tonen op één lettergreep.
♪ LUISTEREN · UITVOERING
BEZETTING, BEWERKING EN SAMENSPEL
Akoestisch: gewone instrumenten zonder versterking. Elektronisch: klank uit synthesizers of computers.
Unplugged: een akoestische uitvoering van een nummer dat normaal elektrisch klinkt.
Instrumentatie: de keuze van instrumenten en stemmen. Arrangement: een bewerking met nieuwe akkoorden, instrumenten of opbouw.
Een cover is een nieuwe uitvoering van het nummer van een ander. Tutti: alle spelers samen; solo: één speler.
Call-and-response (vraag-en-antwoord): een groep of instrument antwoordt op de regel van een solist.
Syllabus: akoestisch, elektronisch, unplugged, instrumentatie, arrangement, cover, tutti en solo, call-and-response. Cover en unplugged worden alleen herkend. Veelgemaakte fout: denken dat solo betekent dat er geen begeleiding is. Volgens de syllabus mag een solo met begeleiding.
Het Liepāja Symphony Orchestra speelt samen met een pianist, Letland
♪ LUISTEREN · UITVOERING
UITVOERINGEN VERGELIJKEN EN BEOORDELEN
Twee uitvoeringen van hetzelfde stuk kunnen verschillen in tempo, articulatie, bezetting en klank.
Vergelijk eerst wat je kunt horen: tempo, vibrato, instrumenten, gebonden of losse noten.
Beoordeel daarna: welke keuze past bij het karakter van het stuk, en waarom?
Luister hierna naar twee uitvoeringen van het begin van Vivaldi's Lente.
Syllabus vwo: verschillende uitvoeringen vergelijken en beoordelen. Veelgemaakte fout: oordelen zonder argument ('ik vind deze mooier'). Een goed antwoord noemt eerst een hoorbaar verschil (feit) en koppelt daar daarna een oordeel aan. Na de dia volgen twee fragmenten van hetzelfde stuk. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0
♪ LUISTEREN · UITVOERING
PARTITUUR, SLEUTEL EN TRANSPONEREN
In een (grafische) partituur staan alle partijen onder elkaar; een grafische partituur gebruikt tekens in plaats van noten.
8va boven de sleutel: een octaaf hoger klinken. 8va basso eronder: een octaaf lager klinken.
Herhalingstekens, da capo al fine, dal segno en coda bepalen de route; een fermate houdt langer aan.
Transponerende blaasinstrumenten klinken anders dan genoteerd: in Bes een grote secunde lager, in Es (alt) een grote sext lager.
Klinkend noteren: een Bes-instrument noteer je een grote secunde hoger dan het klinkt, een Es-alt een grote sext hoger.
Syllabus vwo: partituur volgen, (grafische) partituur, 8va en 8va basso, herhalingstekens, da capo al fine, dal segno, coda, fermate, transponerende blaasinstrumenten in Bes en Es en de partij klinkend noteren. Veelgemaakte fout: de transpositie in de verkeerde richting rekenen. Een klarinet in Bes leest een C maar laat een Bes klinken; om een klinkende C te krijgen moet er dus een D genoteerd staan.
Video: Vivaldi: De vier jaargetijden, Lente, Allegro, Nigel Kennedy en het English Chamber Orchestra (kanaal: Nigel Kennedy - Topic). Eerste uitvoering. Wat hoor je? Een solist en orkest op moderne instrumenten. De klank is vol en rond. Vraag leerlingen te letten op tempo, klankkleur en hoe strak of losjes de noten klinken, en schrijf de waarnemingen op voor de vergelijking.
Video: Vivaldi: De vier jaargetijden, Lente, Allegro, Il Giardino Armonico (kanaal: Il Giardino Armonico - Topic). Tweede uitvoering van hetzelfde begin. Wat hoor je? Een ensemble dat op barokinstrumenten speelt, met een scherpere, rauwere klank, minder vibrato en een continuo met onder meer een klavecimbel. De contrasten tussen hard en zacht zijn groter. Laat leerlingen drie verschillen met de eerste uitvoering noemen.
Midden in een stuk zwijgt de hele band even. Daarna gaat iedereen samen verder. Welk begrip past?
Call-and-response
Arpeggio
Double time
Generale pauze
Een gezamenlijke stilte van het hele ensemble is een generale pauze. Wie call-and-response kiest, denkt aan om de beurt spelen.
Noem één verschil tussen twee uitvoeringen.
Goed: een hoorbaar verschil in tempo, vibrato, instrumenten, articulatie of klank, bijvoorbeeld 'de ene uitvoering klinkt scherper en gebruikt minder vibrato'. Veelgemaakte fout: alleen een oordeel geven zoals 'mooier'.
Wat vond je het lastigst om te onthouden?
Speeltechnieken en effecten
Stemgebruik en tekst op noten
Uitvoeringen vergelijken
Partituur en transponeren
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Welke uitvoering van een nummer vind jij het mooist?
Goed: een antwoord waarin de leerling twee uitvoeringen vergelijkt en minstens één hoorbaar verschil noemt (tempo, vibrato, bezetting) voordat hij of zij een oordeel geeft. Vraag door: wat hoor je precies dat jou aanspreekt?
♪ LUISTEREN · UITVOERING
BEGRIPPEN (1/2)
legato, staccato en portato: gebonden, kort en los, of licht losgemaakt
frasering: een melodie in zinnen indelen
pizzicato: de snaren van een strijkinstrument tokkelen
a capella: zingen zonder instrumenten
call-and-response: een groep antwoordt op een solist
Deze slide heeft geen instructies
♪ LUISTEREN · UITVOERING
BEGRIPPEN (2/2)
melisme: meerdere tonen op één lettergreep
tutti en solo: allemaal samen of één speler alleen
vibrato: lichte schommeling in toonhoogte
scat: zingen op klanken zonder betekenis
transponeren: klinken anders dan genoteerd, zoals Bes en Es
Deze slide heeft geen instructies