Uitvoeringspraktijk (Muziek vwo), les 2: Examentraining

LUISTEREN · UITVOERING

EXAMENTRAINING

Uitvoeringspraktijk: zo pak je examenvragen aan

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining uitvoeringspraktijk: speeltechniek, slagwerk, stemgebruik en partituur met transponeren, met acht vragen waarvan vier luistervragen.

Onderdelen in deze les

LUISTEREN · UITVOERING

EXAMENTRAINING

Uitvoeringspraktijk: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

♪ LUISTEREN · UITVOERING

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan bij een fragment of een partituur het goede begrip kiezen en een uitvoering onderbouwd beoordelen.

Deze slide heeft geen instructies

♪ LUISTEREN · UITVOERING

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: wat wordt gevraagd: een techniek, een bezetting, een stemgebruik of een partituurteken?

  • 2. Luister: let eerst op één ding, zoals klank, articulatie of bezetting.

  • 3. Volg: beweeg in de partituur of het beeld mee en controleer je eerste idee.

  • 4. Beargumenteer: noem eerst wat je hoort, kies daarna het antwoord.

Deze slide heeft geen instructies

Een dj beweegt een plaat op de draaitafel, 2010

♪ LUISTEREN · UITVOERING

VRAAGTYPE 1: SPEELTECHNIEK EN EFFECT

  • Je hoort welke techniek of welk effect de spelers gebruiken.

  • Let op de klank van gitaar, draaitafels en versterking.

Image credit: 黃 zero / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: Grandmaster Flash: The Adventures of Grandmaster Flash on the Wheels of Steel (kanaal: Grandmaster Flash). Wat hoor je? Een dj mengt delen van bestaande platen door tussen twee draaitafels te wisselen en scratcht ritmisch op de platen. Er speelt geen band en er wordt niet gezongen. Goede antwoord: een dj mengt en scratcht op draaitafels (deejaymix en turntablism).

Hoe ontstaat de muziek in dit fragment?

A

Een band speelt live op akoestische instrumenten

B

Een dj mengt en scratcht platen op draaitafels

C

Een koor zingt de melodie zonder instrumenten

D

Een orkest speelt een uitgeschreven partituur

De muziek ontstaat op draaitafels: deejaymix en turntablism. Wie een band kiest, hoort het ritmische krassen als drumpartij.

Video: The Allman Brothers Band: Statesboro Blues, live in Fillmore East 1971 (kanaal: Allman Brothers Band). Wat hoor je? De gitarist glijdt met een metalen buisje over de snaren. Daardoor ontstaat een zingende, glijdende klank met een rauw randje. Dat is slide. Goede antwoord: slide.

Welke gitaartechniek hoor je in dit fragment?

A

Slappen: slaan op de snaren

B

Pizzicato: tokkelen met de vingers

C

Scratchen: een plaat heen en weer bewegen

D

Slide: glijden met een buisje over de snaren

De glijdende gitaarklank komt van een metalen buisje: slide. Wie slappen kiest, denkt aan een klapperend geluid.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

VRAAGTYPE 2: SLAGWERK EN RITME

  • Je benoemt een slagwerktechniek of een ritmisch effect.

  • Let op hoe snel en hoe zacht of hard er geslagen wordt.

Deze slide heeft geen instructies

Video: Grieg: Pianoconcert in a klein, eerste deel, Berliner Philharmoniker (kanaal: Berliner Philharmoniker). Wat hoor je? Het stuk begint met een roffel op de pauken, die aanzwelt, gevolgd door een stortvloed van akkoorden op de piano. Goede antwoord: een roffel op de pauken.

Welke speeltechniek klinkt aan het begin van het fragment?

A

Een roffel op de pauken

B

Pizzicato op de contrabas

C

Slappen op de basgitaar

D

Scratchen op een draaitafel

De pauken spelen een aanzwellende roffel. Wie pizzicato kiest, hoort de lage klank als getokkelde bas.

In een jazzballad strijkt de drummer met brushes over de snaredrum. Wat hoor je?

A

Een harde, droge klap

B

Een lange, vervormde toon

C

Een zacht, ruisend geluid

D

Een krassend ritme van een plaat

Brushes geven een zacht, ruisend geluid. Wie een krassend ritme kiest, verwart brushes met scratchen.

Een beatboxer maakt ritmes met een microfoon voor de mond

♪ LUISTEREN · UITVOERING

VRAAGTYPE 3: STEMGEBRUIK

  • Je benoemt hoe een stem wordt gebruikt.

  • Let op lange tonen, tekst en improvisatie.

Image credit: Csnation240 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Video: Puccini: Nessun dorma uit Turandot, Luciano Pavarotti (kanaal: Warner Classics). Wat hoor je? Een tenor zingt lange tonen die licht en regelmatig schommelen in toonhoogte. Dat is vibrato. Goede antwoord: vibrato.

Welk kenmerk hoor je op de lange tonen van de zanger?

A

Scat: klanken zonder betekenis

B

Beatbox: ritmes met de mond

C

Vibrato: een lichte schommeling in toonhoogte

D

Rappen: ritmisch praten op woorden

De lange tonen schommelen licht: vibrato. Wie scat kiest, hoort de woorden niet; hier zingt de tenor een tekst.

Een zangeres zingt de melodie. Een tweede stem improviseert erboven en eromheen. Wat doet die stem?

A

Ad libs zingen

B

Syllabisch zingen

C

Een fermate zingen

D

A capella zingen

Improvisaties rond de leadzang zijn ad libs. Wie syllabisch kiest, let op de tekstzetting in plaats van op de improvisatie.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

VRAAGTYPE 4: PARTITUUR EN TRANSPONEREN

  • Je leest een partituur en rekent met transponerende instrumenten.

  • Let op de aanwijzingen boven de regel en op het instrument.

Deze slide heeft geen instructies

In een strijkkwartetpartituur staat in maat 1 bij de cello 'pizz.' en in maat 9 'arco'. Wat hoor je in maat 9?

A

De cello tokkelt nog steeds de snaren

B

De cello zwijgt vanaf maat 9

C

De cello speelt een glissando

D

De cello speelt weer met de strijkstok

Arco betekent weer met de strijkstok spelen. Wie pizzicato kiest, vergeet dat 'arco' de terugkeer aangeeft.

Een klarinettist in Bes leest een geschreven C. Welke toon klinkt?

A

D

B

Bes

C

Es

D

A

Een Bes-instrument klinkt een grote secunde lager dan genoteerd: de C klinkt als Bes. Wie D kiest, rekent omhoog in plaats van omlaag.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Speeltechniek en effect

2

Slagwerk en ritme

3

Stemgebruik

4

Partituur en transponeren

Bespreek de uitslag en laat leerlingen die iets lastig vinden het fragment nog een keer beluisteren.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Benoem eerst wat je hoort en kies daarna pas het begrip.

  • Een Bes-instrument klinkt een grote secunde lager, een Es-alt een grote sext lager.

  • Bij een vergelijking noem je eerst een hoorbaar verschil en daarna je oordeel.

  • Lees 'arco' en 'pizz.' in de partituur als aanwijzing voor de speeltechniek.

Deze slide heeft geen instructies