H11.1 Procenten en verhoudingen

Startrekenen 
H11 Rekenen met procenten





1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Startrekenen 
H11 Rekenen met procenten





Slide 1 - Tekstslide

Herhaling:10.3 Percentages uitrekenen
Een hoeveelheid uitrekenen

Als je een hoeveelheid (hoeveel peren, appels, fietsen) uit moeten rekenen, is de verhoudingstabel een prima hulpmiddel.

Met het volgende stappenplan kun je alle sommen waarbij je een hoeveelheid uit moet rekenen maken.


Slide 2 - Tekstslide

Stappenplan
Stap 1: vul de woorden in. Bovenste regel altijd voor de "hoeveelheid" (peren, appels, fietsen). 
De onderste regel voor de procenten. 
Je raakt zo nooit in de war!
Hoeveelheid
Procent

Slide 3 - Tekstslide

Stap 2
Vul in wat je weet. Dat doe je door de som goed te lezen.
Voorbeeld: Er liggen 30 peren in een schaal. 10% is nog niet rijp.
Hoeveel peren zijn niet rijp?
30 is het totaal. Het totaal is altijd 100%.
Hoeveelheid
30
Procent
100
10

Slide 4 - Tekstslide

Stap 3
Reken uit. Wat is er gebeurd? Wat je boven doet, doe je onder ook!



100 : 10 = 10
30 : 10 = 3
Hoeveelheid
30
3
Procent
100
10

Slide 5 - Tekstslide

Stap 4
Geef het antwoord:




3 peren zijn nog niet rijp.
Hoeveelheid
30
3
Procent
100
10

Slide 6 - Tekstslide

Samenvatten
Stap 1: Maak een verhoudingstabel. 
vul de woorden in. Boven de hoeveelheid. Onder de procenten.

Stap 2: Vul in wat je weet. Dat doe je door de som te lezen.

Stap 3: Reken de som uit. Wat is er gebeurd?
Stap 4: Schrijf het antwoord op. 

Slide 7 - Tekstslide

Doelen
Aan het einde van deze les:

 -Kun je rekenen met procenten.





 

Slide 8 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Een percentage geeft een verhouding aan tussen een totaal en een gedeelte daarvan.
  • Je kunt een verhouding tussen een totaal en een gedeelte daarvan opschrijven als percentage.

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld:
50 van de 100 auto`s zijn rood.
Hoeveel procent is dat?

Slide 10 - Tekstslide


Van de 100 kinderen zijn 5 kinderen buiten Hoeveel procent is dat?
Procenten!
A
50 %
B
5 %
C
1 %
D
10 %

Slide 11 - Quizvraag


Van de 100 kinderen zijn 25 kinderen buiten Hoeveel procent is dat?
Procenten!
A
50 %
B
25 %
C
1 %
D
10 %

Slide 12 - Quizvraag


Van de 100 kinderen zijn 10 kinderen buiten Hoeveel procent is dat?
Procenten!
A
50 %
B
25 %
C
1 %
D
10 %

Slide 13 - Quizvraag

Theorie
  • Je kunt een verhouding waarvan het totaal geen 100 is, ook opschrijven als percentage (is %)
  • Reken dan het totaal om naar 100.

Slide 14 - Tekstslide

De verhoudingstabel
Een percentage uitrekenen

Als je een percentage (hoeveel procent) uit moeten rekenen, is de verhoudingstabel ook een prima hulpmiddel

Met het volgende stappenplan kun je alle sommen waarbij je een percentage uit moet rekenen oplossen.


Slide 15 - Tekstslide

Stappenplan
Stap 1: vul de woorden in. Bovenste regel altijd voor de "hoeveelheid" (peren, appels, fietsen). 
De onderste regel voor de procenten. 
Je raakt zo nooit in de war!
Hoeveelheid
Procent

Slide 16 - Tekstslide

Stap 2
Vul in wat je weet. Dat doe je door de som goed te lezen.
Voorbeeld: Er zitten 25 leerlingen in een klas. 5 komen met de fiets
Hoeveel procent komt met de fiets?
25 is het totaal. Het totaal is altijd 100%
Hoeveelheid
25
5
Procent
100

Slide 17 - Tekstslide

Stap 3
Reken uit. Wat is er gebeurd? Wat je boven doet, doe je onder ook!



25 : 5 = 5
100 : 5 = 20
Hoeveelheid
25
5
Procent
100
20

Slide 18 - Tekstslide

Stap 4
Geef het antwoord:




20% komt met de fiets
Hoeveelheid
25
5
Procent
100
20

Slide 19 - Tekstslide

Reken om naar 100
10 van de 25 leerlingen hebben een onvoldoende gehaald.
Hoeveel procent is dat?


onvoldoendes
10
totaal aantal leerlingen
25
100

Slide 20 - Tekstslide

Reken om naar breuk
4 op de 20 bomen zijn eiken.
Hoeveel procent van de bomen is een eik?

stap 1: Schrijf de verhouding op als een breuk
4 op de 20 = 4/20

Slide 21 - Tekstslide

Reken om naar breuk
4 op de 20 bomen zijn eiken.
Hoeveel procent van de bomen is een eik?

Stap 2: Reken de noemer om naar 100

Stap 3:  Lees het percentage af
                 20/100= 20%

Slide 22 - Tekstslide

Een voetbalteam heeft 30 spelers.
3 zijn keeper. Hoeveel % is keeper?

Slide 23 - Open vraag

Op een schaal liggen 60 broodjes.
15 zijn met kip belegd.
Hoeveel % is met kip belegd?

Slide 24 - Open vraag

Zijn er andere manieren?

Ja, op blz. 215, 216 en 217 in je boek staat een andere manieren.
Die mag je ook gebruiken als je dat fijner vind.

Gaan we die bespreken?
Nee, want met de manier die is uitgelegd, kun je alles al oplossen.



Slide 25 - Tekstslide

Belangrijke informatie

Slide 26 - Tekstslide

Voorlezen

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Antwoord:
40 van de 100 = 40%
Josje stort 40% op haar spaarrekening

Slide 29 - Tekstslide

Alle apen
Gorilla's

Slide 30 - Tekstslide

Alle apen
Gorilla's
5
50
100
x2
Antwoord: 10% van de gorilla's zijn apen.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

800
200
100
25
:8
25

Slide 33 - Tekstslide

Maak opdracht 4 en 5 blz 227

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Theorie
Je kunt ook eerst uitrekenen het percentage dat je nog moet betalen.
Daarna reken je het bedrag uit dat bij dat percentage hoort.

kijk de theorie en het voorbeeld op blz 236 en blz 239

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

maak nu opdracht  11, 12, 13 t/m 19

Slide 43 - Tekstslide