Les 6 Lever bouw en functie

Klinische Chemie
Les 6  lever (bouw en functie)
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Klinische Chemie
Les 6  lever (bouw en functie)

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Leverfuncties
  • Bouw van de lever
  • Bilirubine
  • Bilirubine metabolisme
  • Leverinsufficiëntie
  • Hepatitis
  • HBV
  • Levercirrose


Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Na deze les:

  • kun je 4 functies noemen van de lever
  • kun je uitleggen hoe de lever is opgebouwd
  • kan je uitleggen wat bilirubine is
  • kun je de entero-hepatische kringloop weergeven
  • kan je uitleggen wat er misgaat bij een leverinsufficiëntie
  • kun je enkele leverziekten benoemen
  • weet je wat een icterie en cholestase is. 

Slide 3 - Tekstslide

De lever 
  • Koolhydraatstofwisseling
        *  glucosesyntheses (gluconeogenese)
        *  glycogeensynthese (opslag van glucose)
  • eiwitstofwisseling 
        * synthese van plasma-eiwitten als albumine en stollingsfactoren 
  • Vetstofwisseling
        * synthese van vetzuren, cholesterol en gal 
        * afbraak van vetten
  • Ontgiften
       * ontgiften van toxische stoffen zoals alcohol, medicijnen
       * oplosbaar maken van afvalstoffen zoals de conjugatie (koppeling) van bilirubine
       * omzetting van ammoniak in ureum 
  • overige opslag
      * vitamines (A, D, E, K en B12)
      
      * mineralen (o.a. Fe en Cu)









Slide 4 - Tekstslide

De lever 
Bloedaanvoer via poortader en 
slagader

Per minuut wordt 1.5 L bloed verwerkt.

Leverlobjes bestaan uit leverparenchym-
cellen en bloedvaten/galgangen. 
In het leverparenchym vinden alle synthese- en
afbraakprocessen plaats. De galgangen zorgen, dat
alle galzouten naar de galblaas lopen en daar 
opgeslagen worden.                             
                                                                                                                  blauw =  ader
                                                                                                                  rood = slagader
                                                                                                                  groen = galgang


Slide 5 - Tekstslide

Bilirubine 
Bilirubine is een afbraakproduct van hemoglobine.
Bij een normaal persoon zit er nauwelijk ongeconjugeerd bilirubine in het plasma. 


Bij pasgeborenen werkt de lever nog niet goed. Bilirubine hoopt zich dan op in het bloed (de baby ziet geel). Een pasgeborene kan een kernicterus (hersenbeschadiging als gevolg van toegenomen hoeveelheid bilirubine in het bloed). 
Bilirubine is lichtgevoelig. De baby word daarom onder een UV-lamp of voor het raam gezet, zodat het ontleedt in minder schadelijke producten. 


Bij extreme hyperbilirubinemie moet een wisseltransfusie toegepast worden. Het bloed van de baby wordt dan vervangen voor donorbloed.  


Slide 6 - Tekstslide

Opdracht

Lees paragraaf 4.3 entero-hepatische kringloop 
Maak een blokschema waarin je het billirubine metabolisme uitlegt. Geef evt. toelichting. 

Zet de volgende woorden in of bij een blok: hemoglobine, billirubine, geconjugeerd billirubine, urobilinogeen, lever, poortader, galblaas, dunne darm, nieren. 

timer
10:00

Slide 7 - Tekstslide

Bilirubine metabolisme 
Erytrocyten worden afgebroken in de milt. Hierbij komt 
hemoglobine vrij. Dit wordt gesplitst --> eiwitdeel (globine) + haemgroep
De haemgroep wordt omgezet in bilirubine en gebonden 
aan albumine en naar de lever vervoert. 

Bilirubine is slecht oplosbaar in water en kan niet via de gal en nieren 
worden uitgescheiden. Daarom wordt bilirubine geconjugeerd. Dan is
bilirubine wél oplosbaar in water. 

Via de gal komt geconjugeerd bilirubine in de darm terecht en wordt door
bacteriën omgezet in urobilinogeen.  
Urobilinogeen wordt deels weer opgenomen in het bloed en via de nieren 
uitgescheiden of komt via de lever in het gal terecht (enterohepatische 
kringloop) en verlaat het lichaam via de ontlasting. 

Slide 8 - Tekstslide

Wat is geen functie van de lever?
A
Eiwitsynthese
B
Maken van verteringsenzymen
C
Ontgiften
D
Vetstofwisseling

Slide 9 - Quizvraag

Waar of niet waar?
Bilirubine is slecht oplosbaar in water.

A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Welke 3 galzouten ken je?

Slide 11 - Open vraag

Hoe wordt de bilirubinekringloop ook wel genoemd?

Slide 12 - Open vraag

Wat kan het betekenen als er veel niet geconjugeerd bilirubine in het bloed aanwezig is?

Slide 13 - Open vraag

Waar moet op gelet worden bij bloedbuisjes waarvan het bilirubine gemeten moet worden?

Slide 14 - Open vraag

Leverinsufficiëntie 
Door een slecht werkende lever (leverinsufficiëntie) kunnen er veranderingen optreden in de leverfuncties:

  • Omzetten en verwijderen van toxische stoffen: gaat minder goed waardoor o.a. ammoniak in het bloed toeneemt. 

  • Synthese van eiwitten: albumine en stollingsfactoren worden te weinig aangemaakt (met name factor II, V en fibrinogeen).  Voor snelle veranderingen in het ziekteproces kan beter gekeken worden naar de stollingsfactoren (APTT en PT), omdat albumine lang in het bloed aanwezig blijft. 

  • Afvoer van gal: Als de galwegen niet goed functioneren door bijv. verstopping, kan galstuwing (cholestase) ontstaan. Galstoffen komen dan in het bloed terecht. Een indicator is een toename van geconjugeerd bilirubine in het bloed. 

Slide 15 - Tekstslide

Hepatitis 
Hepatitis is een verzamelnaam voor leverontstekingen. De bekendste varianten zijn
Hep A, B en C. Jullie zijn tegen Hep. B ingeënt op school en wellicht voor een verre vakantie ook voor Hep. A. Tegenwoordig zit de Hep. B vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen. 

Symptomen voor hepatitis zijn: vermoeidheid, geelzucht (icterie), verlies van eetlust en buikklachten. 

Meest voorkomende oorzaak is viraal. Naast het HAV, HBV en HCV kan dat ook een meer voorkomend virus als Epstein Barr virus (EBV veroorzaakt de ziekte van Pfeiffer) zijn of CMV (cytomegalovirus)    

Slide 16 - Tekstslide

HBV
Bij HBV (ook bij HAV en HCV ontstaat fixe leverschade),

Door leverschade minder vermogen om bilirubine te 
conjugeren.
Bij ernstige ontsteking zal opzwelling van de cellen de galweg blokkeren. 
Dit geeft galstuwing tot gevolg, waardoor de patiënt wat gelig gaat zien. 

Bij de meerderheid gaat de HBV infectie over in 3-6 maanden. Bij een klein aantal patiënten gaat het over in chronische vorm. Dit kan leiden tot cirrose en leverkanker. 


Slide 17 - Tekstslide

Levercirrose 
Bij levercirrose ontstaaat door onherstelbare beschadiging fibrose (soort littekenweefsel) in de lever.  
Een groot deel ontwikkelt leverkanker. 

De omvang van de levercelschade is wisselend doordat steeds meer weefsel beschadigd raakt. Door de levercelschade kunnen de galgen dichtgedrukt worden en kan billirubine niet meer goed afgevoerd worden.   

Ook is de leverfunctie sterk verminderd waardoor opbouw en afbraak van stoffen niet meer goed lukt.  

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de juiste naam voor geelzucht?
A
cholestase
B
icterie
C
cirrose
D
hepatitis

Slide 19 - Quizvraag

Leg uit waarom mensen met hepatitis soms wat gelig kijken.

Slide 20 - Open vraag

Waar is de naam hepatitis een verzamelnaam voor?

Slide 21 - Open vraag

Wat is de juiste naam voor galstuwing?
A
cholestase
B
icterie
C
cirrose
D
HBV

Slide 22 - Quizvraag

Waardoor neemt de stollingstijd van het bloed toe bij levercirrose?

Slide 23 - Open vraag

Vragen?

Slide 24 - Tekstslide