Boek 28

Een Film Maken
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Een Film Maken

Slide 1 - Tekstslide

Startopdracht in stilte:✍️
De beste wensen voor 2026.
Een nieuw jaar begint met een goede start.


Maak de startopdracht (in stilte) op je stencil.

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 
boekje 28
🎬 uitleggen hoe je een film maakt

✂️ uitleggen hoe je beelden monteert

📁 uitleggen hoe je bestanden inlaadt

🔀 uitleggen wat overgangen en effecten zijn

Slide 3 - Tekstslide

Afspraken in de les
⚠️ 1 waarschuwing bij storend gedrag
🚪 Bij 2e waarschuwing → opvanglokaal
📝 Je vult een reflectieformulier in
🤝 Aan het einde: nakomafspraak

👉 Dit is geen straf, dit is zodat iedereen kan werken.

Slide 4 - Tekstslide

Een film maken - de juiste volgorde
💡 Idee – waar gaat je film over?
📖 Verhaal – wat gebeurt er?
📝 Script – alles uitschrijven
✏️ Storyboard – shots tekenen

👉 Je gaat niet zomaar filmen. Alles wordt vooraf bedacht.

Slide 5 - Tekstslide

Script
📘 Script – een handleiding voor de film

In een script staat:
👀 wat je ziet
🗣️ wat iemand zegt (dialoog)
🎭 wat iemand doet (actie)

❓ Waarom handig? - Omdat iedereen weet wat er moet gebeuren.

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld script


1. EXT. STEEGJE. DAG 
Jan en Cynthia lopen samen door de steeg. Jan is een wat oudere man met een baard. 
Cynthia is klein en dun. Ze draagt een grote rugzak op haar rug. Ze loopt er krom van. 

JAN 
Dat ziet er zwaar uit. Wat zit er in die rugzak? 

CYNTHIA 
(Zet rugzak met een zwaai op de grond en maakt hem open.) 
Ik heb geen idee. Hij is van mijn vriend. We zullen eens kijken.

Slide 7 - Tekstslide

verschil shot / scene
📸 Shot (take) – één opname, zonder stoppen

🎞️ Scène – meerdere shots samen

📍 Een scène speelt zich af op één plek en één moment

Slide 8 - Tekstslide

Shots bedenken
Een film of scène begint vaak met een establishing shot. Zo'n shot laat zien waar de scène zich afspeelt. 



Een insert is een tussenshot, een extra beeld van een detail uit de actie. Vaak is een insert een close-up.

Slide 9 - Tekstslide

Het verhaal
  • wie
  • wat 
  • waar
  • wanneer
  • waarom
  • hoe 

Slide 10 - Tekstslide

Kijken als regisseur
👀 Opdracht beijk het filmfragment en let op:

🔢 hoeveel shots
🖼️ welk kader
🎥 of de camera beweegt

👉 Kijk niet als kijker, maar als regisseur.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Camerastandpunt, kader en beweging
📍 Camerastandpunt – waar staat de camera?
🖼️ Kader – wat zie je in beeld?
🎬 Camerabeweging – beweegt de camera of niet?

🎯 Close-up = emotie
🌍 Totaalshot = overzicht
➡️ Beweging = actie spannender maken

Slide 13 - Tekstslide

Kader film
🖼️ Kader – de randen van het filmbeeld; dit bepaalt wat je wel en niet ziet

🌍 Extra long shot (ELS / XLS) – heel ruime overzichtsopname van de omgeving
🚶‍♂️ Long shot (LS) – persoon volledig in beeld
🧍 Medium shot (MS) – persoon vanaf de middel in beeld
🗣️ Medium close-up (MCU) – persoon vanaf borst/schouders in beeld
🙂 Close-up (CU) – een deel van de persoon of het object, bijvoorbeeld het gezicht
👁️ Extreme close-up (ECU / XCU) – alleen een klein detail, zoals een oog

👉 Het kader bepaalt waar de kijker naar kijkt.

Slide 14 - Tekstslide

Camerabewegingen
🎬 Camerabeweging – hoe de camera beweegt tijdens het filmen

🤚 Handheld – filmen uit de hand, het beeld beweegt een beetje mee
🔍 Inzoomen- of uitzoomen zodat je dichterbij of verder weg kijkt
↔️ Panorama (pan) – de camera draait links of rechts vanaf één vast punt
🚗 Dolly (rijden) – de camera rijdt naar het onderwerp toe (dolly-in) of ervan af (dolly-out)
⬆️ Tilt – de camera beweegt omhoog of omlaag
🏗️ Craneshot – de camera beweegt hoog en laag met een hijskraan
🎥 Steadicam – de camera zit vast aan de cameraman en blijft stabiel

👉 Camerabewegingen maken een film spannender en dynamischer.

Slide 15 - Tekstslide

Belichting en geluid 
Licht bepaalt de sfeer

Geluid kan:
van beeld komen
extra spanning geven
een gevoel oproepen

Slide 16 - Tekstslide

Belichting
💡 Belichting – bewust gebruik van licht om de sfeer van een shot te bepalen
(dit is iets anders dan gewone verlichting)

🎯 Belichting kiezen – je denkt vooraf na over welk effect je met licht wilt bereiken
☀️ Hard licht – fel licht met harde schaduwen en groot contrast tussen licht en donker
☁️ Zacht licht – licht zoals op een bewolkte dag, met zachte schaduwranden
➕ Invullicht – extra lamp of lichtbron om schaduwen lichter te maken

🧠 Onthouden
👉 Met belichting bepaal je de sfeer en uitstraling van je film.

Slide 17 - Tekstslide

Geluid
🎧 Geluid in film – geluid zorgt voor sfeer, spanning en duidelijkheid

Er zijn 5 soorten geluid in een film:
🎙️ Direct geluid – geluid dat tegelijk met het beeld wordt opgenomen
🌍 Set-noise (omgevingsgeluid) – achtergrondgeluiden die de sfeer bepalen
        (bijv. klok, verkeer, spoorwegovergang)
🗣️ Voice-over – een vertelstem of gedachtstem die meestal achteraf wordt opgenomen
🚪 Effectgeluid – extra geluiden, zoals een deur die dichtvalt of voetstappen
        (soms extra hard om aandacht te trekken)
🎵 Filmmuziek – muziek die de sfeer versterkt, zoals spanning of vrolijkheid
👉 Geluid maakt een film gevoeliger, duidelijker en spannender.

Slide 18 - Tekstslide

Monteren = losse beelden aan elkaar zetten tot één film.
Je kiest:
welke clips je gebruikt
de volgorde
wat je wegknipt
titels, geluid en muziek


Slide 19 - Tekstslide

Spotten
Spotten = je clips bekijken en beoordelen:
Is dit bruikbaar?
Is het scherp genoeg?
Is het leuk/duidelijk?

Tip: kijk als een regisseur: “Wat heeft mijn film nodig?”

Slide 20 - Tekstslide

De spotlist
Spotlist = jouw lijstje met clips die je gaat gebruiken.
In je spotlist zet je:
clipnummer
korte beschrijving (“close-up sleutel valt”, “totaalshot gang”)
eventueel tijdcodes (waar het goede stuk zit)

Waarom handig?
Je houdt overzicht en werkt sneller.

Slide 21 - Tekstslide

Capturen & editen

Capturen = de beelden “binnenhalen” in je montageprogramma

Editen = monteren (knippen, plakken, ordenen)

Slide 22 - Tekstslide

Knippen
Je bepaalt per clip:
beginpunt
eindpunt

Zo haal je:
saaie stukken weg
fouten weg
.... en wachttijd eruit

Tip: korter = vaak beter.

Slide 23 - Tekstslide

Overgangen
Overgangen maken de overgang tussen clips netjes.
Voorbeelden:

hard (direct door)
vervagen (fade)
fade-in (zwart → beeld)
fade-out (beeld → zwart)
Tip: gebruik niet te veel. Houd het rustig.

Slide 24 - Tekstslide

Versnellen en vertragen
Je kunt de snelheid van een clip aanpassen:
normaal = 1.0x
vertragen = lager dan 1.0x
versnellen = hoger dan 1.0x

Voorbeeld:
“1.5x = sneller”
“0.5x = half zo snel”

Slide 25 - Tekstslide

Renderen
Sommige bewerkingen moet de computer eerst “uitrekenen”.
Dat heet renderen.

Voorbeelden:
vertragen
inzoomen
zware effecten
Als renderen bezig is: even wachten = normaal.

Slide 26 - Tekstslide

Geluid
Je kunt toevoegen:
muziek (soundtrack)
geluidseffecten (glas, zee, stappen)
voice-over (uitlegstemmen)

Geluid faden:
infaden = langzaam harder
uitfaden = langzaam zachter

Slide 27 - Tekstslide

Titel en aftiteling
Titel aan begin (naam film)
Aftiteling aan het einde (wie deed wat + muziek)

Je kunt instellen:
wanneer het start
hoe lang in beeld
lettertype/maat/kleur
een titel-effect

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Opdrachten 28
Taak 
Individueel - samenwerken - klassikaal
Opmerkingen: welke tekstbronnen, stappenplannen of sjablonen heb je nodig?
Taak 2
3-4-5
TB 107 film monteren
Taak 3
2
Taak 4
Taak 5 
2-3
Film overview Sidney/Openshot effecten
Taak 6
2-3-4-5
Bij opdr 3+4: geluidsfragment
Taak 7
2

Slide 30 - Tekstslide

Lesafsluiting: Exitticket

Wat is één ding dat je vandaag hebt geleerd?

Noem één begrip uit de les en leg het uit.

Slide 31 - Tekstslide