1 vmbo-bk 1.1 Planten en dieren: Organismen

thema 1 Planten en dieren
1.1 Organismen

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

thema 1 Planten en dieren
1.1 Organismen

Slide 1 - Tekstslide


Per seconde is dat bijna 13.500 kilo plastic. 
Hoeveel grote lege Coca-Cola flessen zou dat ongeveer zijn?
A
650 flessen per seconde
B
5.650 flessen per seconde
C
106.250 flessen per seconde
D
306.250 flessen per seconde

Slide 2 - Quizvraag

wat gaan we vandaag doen?
introductie thema 1
leerdoelen vandaag
nieuwe theorie: 1.1 Organismen
zelf aan de slag
herhalen leerdoelen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Aan het einde van dit thema krijg je een schriftelijke toets (kleine toets/SO).
Deze gaat over 1.1, 1.3, 1.5, 1.6, 1.7 en 1.8

Ik zal de les voor de toets herhalen wat de belangrijkste begrippen zijn.

Slide 5 - Tekstslide

leerdoelen vandaag (1.1)
- Je kunt uitleggen wat een organisme is
- Je kunt de zeven levenskenmerken noemen
- Je kunt omschrijven wat groei is
- Je kunt onderscheiden of iets levend, dood of levenloos is

Slide 6 - Tekstslide

wat is biologie?

Slide 7 - Woordweb

1.1 Organismen
biologie = de leer van het leven

In de biologie bestudeer je levende wezens.
Een ander woord voor levend wezen is organisme.

Mensen, dieren en planten zijn organismen

Slide 8 - Tekstslide

1.1 Organismen
organisme = een levend wezen
Een organisme heeft levenskenmerken.
Hieraan kan je zien dat een organisme leeft.

Er zijn 7 levenskenmerken (die moet je allemaal kennen).
Kunnen jullie een aantal kenmerken noemen?

Slide 9 - Tekstslide

1.1 Organismen
7 levenskenmerken:
- ademhalen
- bewegen
- groeien
- uitscheiden (plassen, zweten)
- voeden (eten en drinken)
- voortplanten (kinderen krijgen)
- waarnemen (horen, proeven, ruiken, voelen en zien)

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Een wezen dat de levenskenmerken had, maar niet meer heeft.
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos
D
Organisme

Slide 12 - Quizvraag

1.1 Organismen
Bij planten is het moeilijker om te zien dat hij leeft. Niet alle levenskenmerken kan je duidelijk zien.
Je ziet een plant niet bewegen of ademhalen.

Toch heeft een plant alle levenskenmerken, ook al zie je ze niet!

(kijk maar naar de volgende 2 filmpjes!)

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

1.1 Organismen
Alle organismen groeien.
Ze worden groter en zwaarder.

(groeien is groter en zwaarder worden)

Slide 16 - Tekstslide

1.1 Organismen
In de natuur kan iets levend, dood of levenloos zijn.

Aan de levenskenmerken kan je zien dat iets leeft (= levend).

Als een organisme deze levenskenmerken niet meer heeft, dan is het dood.

In de natuur zijn ook voorwerpen die nooit hebben geleefd. Dat noem je levenloos.



Slide 17 - Tekstslide

1.1 Organismen
Een organisme is eerst levend en daarna dood.

Voorbeelden van levenloze dingen zijn:
- lucht
- steen
- water

Slide 18 - Tekstslide

Levend, dood of
levenloos?
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

VRAGEN??

Slide 21 - Tekstslide

zelf aan de slag
thema 1.1 Organismen (vanaf blz. 14)
De opdrachten staan tussen de tekst
Lees de tekst door en maak de opdrachten:

opdracht 1 t/m 7
plusopdracht: opdracht 8
Klaar? Laat het zien!!!!

Slide 22 - Tekstslide

herhalen leerdoelen (1.1)
- Je kunt uitleggen wat een organisme is
- Je kunt de zeven levenskenmerken noemen
- Je kunt omschrijven wat groei is
- Je kunt onderscheiden of iets levend, dood of levenloos is

Slide 23 - Tekstslide

Levend, dood of
levenloos?
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos

Slide 24 - Quizvraag

Welk levenskenmerk zie je hier?
A
Stofwisseling
B
Uitscheiden
C
Ontwikkelen
D
Waarnemen

Slide 25 - Quizvraag

Levend, dood of
levenloos?
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Video