In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Onderdelen in deze les
Wetenschap oefentoets
Slide 1 - Tekstslide
Noem de drie soorten wetenschappen.
Slide 2 - Open vraag
Waar of niet waar? Gammawetenschappen bestuderen de natuur.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 3 - Quizvraag
Wat kan Newton met zijn zwaartekrachttheorie NIET verklaren
A
Waarom appels naar beneden vallen
B
Hoe de wereld is ontstaan
C
Waarom de maan om de aarde draait
D
Waarom wij op de grond blijven staan
Slide 4 - Quizvraag
Waar of niet waar? Zwaartekracht bestond nog niet voordat Newton er was.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 5 - Quizvraag
Welke vier oerstoffen waren er volgens de natuurfilosofen?
Slide 6 - Open vraag
Waar of niet waar? Wetenschappelijke kennis is altijd waar.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 7 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak objectief of subjectief? 'In Nederland is het altijd slecht weer'
A
Objectief
B
Subjectief
Slide 8 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak objectief of subjectief? 'De aarde is plat'
A
Objectief
B
Subjectief
Slide 9 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak objectief of subjectief? 'Messi is de beste voetballer aller tijden'
A
Objectief
B
Subjectief
Slide 10 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak objectief of subjectief? 'Ronaldo is de topscoorder aller tijden'
A
Objectief
B
Subjectief
Slide 11 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak een juiste of onjuiste oorzaak-gevolgrelatie? 'De haan kraaide en toen kwam de zon op, dus de zon komt op doordat de haan kraait.'
A
Juist
B
Onjuist
Slide 12 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak een juiste of onjuiste oorzaak-gevolgrelatie? 'Nadat de burgemeester werd verkozen, stegen de misdaadcijfers, dus het is zijn schuld dat er nu meer misdaad is.'
A
Juist
B
Onjuist
Slide 13 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak een juiste of onjuiste oorzaak-gevolgrelatie? 'Nadat hij gezonder is gaan eten, is hij afgevallen, dus het gezonder eten zorgt ervoor dat je afvalt'
A
Juist
B
Onjuist
Slide 14 - Quizvraag
Is de volgende uitspraak een juiste of onjuiste oorzaak-gevolgrelatie? 'Nadat hij gezonder is gaan eten, is hij afgevallen, dus het gezonder eten zorgt ervoor dat je afvalt'
A
Juist
B
Onjuist
Slide 15 - Quizvraag
Geef de definitie van kennis.
Slide 16 - Open vraag
Leg uit of je kan weten dat de zon om de aarde heen draait.
Slide 17 - Open vraag
Wat is geen verschil tussen systeem 1 en 2?
A
Het een is snel en het ander langzaam
B
Het een is slordig en het ander nauwkeurig
C
Het een heeft altijd gelijk en het ander niet
D
Het een kost moeite en het ander niet
Slide 18 - Quizvraag
Is de volgende eigenschap kwantitatief of kwalitatief? Je lengte
A
Kwantitatief
B
Kwalitatief
Slide 19 - Quizvraag
Is meten altijd weten? Leg uit.
Slide 20 - Open vraag
Leg uit of het slim is om altijd systeem 2 te gebruiken.