What do you remember? Grammar Unit 5 Basis/Kader

Friday, 21 May 2021
Recap: Unit 5 Grammar


VL

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Friday, 21 May 2021
Recap: Unit 5 Grammar


VL

Slide 1 - Tekstslide

Homework


Leren: Unit 5 pages 166 - 169 WB
  • Words 
  • Phrases
  • Grammar
Maken: Unit 5 - SelfTest

Slide 2 - Tekstslide

Deel 3: 
Grammar Unit 5

Slide 3 - Tekstslide

Deel 3: 
grammar 5.2 and 5.4

Je krijgt nu vragen over: 

  • grammar 5.3 (the gerund)
  • 5.4 can/can't
  • grammar 5.7 (onr. ww. Unit 5)

Slide 4 - Tekstslide

Gerund 

Slide 5 - Tekstslide

Gerund
Gerund = werkwoord dat als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt

Form: ww + ing
Play + ing = Playing

Slide 6 - Tekstslide

Gerund
  • Werkwoord als zelfstandig naamwoord.
Smoking is bad for you.
  • Na bepaalde werkwoorden zoals: enjoy, mention, keep etc.
I enjoy reading a good book.
  • Na bepaalde uitdrukkingen zoals: can't stand, can't help, it's no use etc.
I can't help feeling sad.

Slide 7 - Tekstslide

1. De gerund gebruik je als...... .
A
zelfstandig naamwoord
B
lijdend voorwerp
C
voorzetsel
D
werkwoord

Slide 8 - Quizvraag

2. De regel van de gerund is....
A
ww+ -ing
B
ww+-ed
C
ww+-s
D
vorm van to be

Slide 9 - Quizvraag

3. Laughing is good for you.
A
Gerund
B
Niet gerund

Slide 10 - Quizvraag

4. Jamie likes shopping.
A
Gerund
B
Niet gerund

Slide 11 - Quizvraag

5. Maak deze zin af. Gebruik de gerund.
(Denk aan je hoofdletters, punten e.d.)

I love __________ (to cook).

Slide 12 - Open vraag

6. Maak deze zin af. Gebruik de gerund.
(Denk aan je hoofdletters, punten e.d.)

______________ is fun! (to sing)

Slide 13 - Open vraag

7. Maak deze zin af. Gebruik de gerund.
(Denk aan je hoofdletters, punten e.d.)

I am fond of ___________ . (to dance)

Slide 14 - Open vraag


Use the Gerund 

Slide 15 - Open vraag

Can and Can't
  • You use can when something is possible.
  • When you ask if something is possible.
I can do a handstand.
Can you do a handstand?

  • You use can't / cannot when something is NOT possible.
I can't do a handstand.

Slide 16 - Tekstslide

1. Help me, please!

I ........ understand this question.
A
Can
B
Can't

Slide 17 - Quizvraag

2 ....... you swim well or just a little?
A
Can
B
Can't

Slide 18 - Quizvraag

3. You're very lucky if you ...... play the
piano.
A
Can
B
Can't

Slide 19 - Quizvraag

Write a sentence using can or can't.

Slide 20 - Open vraag

Some / Any (1) 
some

Positive sentences (+)

I have got some bananas.

Questions when offering or requesting something (?)

Would you like some bananas?
any

Negative sentences (-)

I don't have any bananas.

Questions (?)

Have you got any bananas?

Slide 21 - Tekstslide

Some & Any (2) 

Slide 22 - Tekstslide

SOME/ANY

1 I need.... apples.
A
some
B
any

Slide 23 - Quizvraag

SOME/ANY

I don't need .... help.
A
some
B
any

Slide 24 - Quizvraag

Question 3: Any/ some

Slide 25 - Tekstslide

Question 3: Any/ some
1. some
2. any
3. some
4. any
5. some

Slide 26 - Tekstslide

Irregular verbs
tijdsvorm
vaste spellingsregel
past simple (verl. tijd)
stam + -ed
I walked to school.
past perfect (volt. teg. tijd)
have/has + stam + -ed
She has worked today.
Irregular verbs moet je uit je hoofd kennen

Slide 27 - Tekstslide

1. Onregelmatige werkwoorden:
Wat is het rijtje van het werkwoord:
rennen
A
ran - run - ran
B
run - run - run
C
run - ran - ran
D
run - ran - run

Slide 28 - Quizvraag

2. Onregelmatige werkwoorden:
Wat is het rijtje van het werkwoord:
bijten
A
bite - bitten - bit
B
bite - bit - bitten
C
bite - bitten - bited
D
bitten - bite - bit

Slide 29 - Quizvraag

3. Onregelmatige werkwoorden:
Wat is het rijtje van het werkwoord:
groeien
A
grew - grown - grow
B
grow - grewed - grown
C
grow - grown - grew
D
grow - grew - grown

Slide 30 - Quizvraag

5. Onregelmatige werkwoorden. Vul het rijtje aan.

___________ - paid - paid

Slide 31 - Open vraag

4. Onregelmatige werkwoorden. Vul het rijtje aan.

sting - _______ - stung

Slide 32 - Open vraag

Homework


Leren: Unit 5 pages 166 - 169 WB
  • Words 
  • Phrases
  • Grammar
Maken: Unit 5 - SelfTest

Slide 33 - Tekstslide