communicatie periode 3 les 3

Ethische dilemma's en diversiteit
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EthiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Ethische dilemma's en diversiteit

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Doelen
  • Je kunt uitleggen waarom het belangrijk is om ethische dilemma's bespreekbaar te maken met de cliënt.
  • Je kunt uitleggen hoe je met behulp van een stappenplan een ethisch dilemma bespreekt in een team.
  • Je kunt uitleggen wat het begrip diversiteit inhoudt.
  • Je kunt benoemen wat de belangrijkste kenmerken van de vijf grootste godsdiensten zijn.
  • Je kunt benoemen hoe je rekening houdt met de individuele geloofsbeleving van een cliënt.
  • Je kunt uitleggen hoe je professioneel omgaat met diversiteit van cliënten.

Slide 3 - Tekstslide

Beroepscode Phorza/NVMW
De beroepshouding van een beroepskracht MZ is specifiek. Dat wil zeggen dat de manier waarop je je gedraagt, heel eigen is voor dit beroep. Je kunt niet in vrijheid je eigen houding en gedrag bepalen. Voor en door sociaal-agogisch werkers is er namelijk een beroepscode opgesteld.
De eerste beroepscode is in 2010 opgesteld in opdracht van Phorza en in 2013 herzien op initiatief van de NVMW, vanaf eind 2015 Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW). De beroepscode geeft een duidelijke inhoudelijke richting voor beroepskrachten MZ in de maatschappelijke zorg.

Slide 4 - Tekstslide

Beroepsethiek
De beroepscode heeft alles te maken met beroepsethiek.
Bij beroepsethiek gaat het om principes en regels waaraan je je als beroepsbeoefenaar bij de uitoefening van je beroep dient te houden.

Slide 5 - Tekstslide

De beroepscode is de concrete uitwerking van de beroepsethiek. Een van de uitgangspunten die in de beroepscode staan is bijvoorbeeld: ‘Als sociaal-agogisch werker toon ik ten aanzien van iedere cliënt een gelijke bereidheid hem te helpen’ (1.4). Je ziet dat hier duidelijk sprake is van een regel waaraan jij je als beroepskracht MZ hoort te houden.

Slide 6 - Tekstslide

Aan het omslag van de beroepscode  is meteen te zien dat de beroepscode een ethische leidraad is (zie afbeelding). In het woord beroepsethiek zit het woord ethiek besloten. Ethiek is de wetenschap die zich bezighoudt met de keuzen die te maken hebben met goed en kwaad. Bij ethische kwesties denk je dus na over vragen als ‘wat is goed en wat is niet goed?,’ ‘wat hoort en wat hoort niet Het gaat hierbij om de vraag wat je wel en geen goede handelwijze vindt.

Slide 7 - Tekstslide

Wettelijk kader
De beroepscode is niet zomaar ontstaan. De basis voor de beroepscode vormen verschillende wetten:

  • Grondwet;
  • Algemene wet gelijke behandeling (Awgb);
  • Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz);
  • Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp);
  • Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO);
  • Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) / Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).





Slide 8 - Tekstslide

Andere wetten

Er zijn ook andere wetten die van invloed zijn op je handelen als beroepskracht MZ. Het is belangrijk goed op de hoogte te zijn van bestaande wetgeving en in teams te bespreken welke gevolgen een wetswijziging heeft voor het beroepsmatig handelen. Denk aan vragen als: mag je dwang uitoefenen of mag dat niet? Hoe vertrouwelijk is informatie? Hoe ver gaat het recht op privacy? En hoe ver reikt het beroepsgeheim?






Slide 9 - Tekstslide

Medisch tuchtrecht 
  • Medisch tuchtrecht is de vorm van rechtspraak die geldt voor de beroepen die zijn ingeschreven in het BIG-register. 
  • Het tuchtcollege beoordeelt of de zorgverlener binnen de grenzen van het eigen deskundigheidsterrein zorgvuldige zorg heeft geleverd. 
  • Straffen kunnen zijn: waarschuwing, ontzegging tot beroepsregister. Bij overtreden wetgeving geldt strafrecht.

Slide 10 - Tekstslide

Dagelijkse ethische dilemma's

- Emoties bij de omgang met cliënten (verliefdheid, agressie)
- Omgaan met mantelzorgers en/of verwanten (bemoeizucht, kritiek)
- Scheiding werk en privé niet los kunnen laten

Grote ethische dilemma’s;
- Opvattingen over leven en dood
- Problemen en vraagstukken rondom zeggenschap van cliënten en verwanten
- Recente structurele veranderingen in de zorg zoals zorgprofielen



Slide 11 - Tekstslide

Dilemma's
Welke keuze je ook maakt,  het heeft (vaak) altijd vervelende gevolgen voor iemand.

Slide 12 - Tekstslide

Dilemma 
  • Situatie: Een 27-jarige man met een LVB heeft een chronische ziekte. Voor zijn gezondheid moet hij zeer trouw een bepaalde therapie volgen. Hij heeft daar  moeite mee. Zijn ouders willen betrokken zijn; tegelijkertijd heeft de arts een geheimhoudingsplicht.


  • Ethische vraag: ‘Mogen ouders betrokken worden bij de zorg voor jongvolwassenen als deze zich niet aan de therapie houden?’

Slide 13 - Tekstslide

Andere vraagstukken 
Heeft het zin om mensen met een beperking te laten stemmen?


Mogen mensen met een beperking kinderen krijgen ?

Zorgt prenataal onderzoek voor het uitsterven van mensen met syndroom van down?

Slide 14 - Tekstslide

Stappenplan voor ethische afweging

1. Verkennen: Wat is er aan de hand? Welke opties zijn er en wie zijn in deze situatie de betrokkenen?
2. Onderzoeken: Wat is de ethische vraag of het dilemma? Welke argumenten (waarden, belangen en principes) spelen er?
3. Afwegen: Weeg zorgvuldig af waarom je een bepaalde keuze maakt en wat mogelijke gevolgen zijn voor wie. Wat is het gevolg voor de cliënt van jouw handeling of het nalaten daarvan?
4. Besluiten: Zoek naar de balans tussen alle betrokkenen met het oog op goede en kwalitatieve zorg.

Slide 15 - Tekstslide

Met welke ethische dilemma's wordt jij geconfronteerd op je werk/stage?

Slide 16 - Open vraag

Dilemma 1
Een cliënt met Alzheimer in een al verder gevorderd stadium ging altijd naar dezelfde kerk. Nu moet ze naar de kapel in het verpleeghuis waar ze verblijft. Hoe zou jij hiermee omgaan als begeleider?

Slide 17 - Tekstslide

Dilemma 2
Een cliënt met Parkinson is gek op breien. Door haar tremoren kan ze dit niet meer goed. Ze wil het echter zo graag, dat ze ondanks al haar frustraties, toch regelmatig die breinaald en bol wol pakt. Als ze zich heel erg concentreert, dan lukt het haar enigszins. Het duurt echter erg lang voor haar. Ze is na een half uur helemaal op. Ook barst ze af en toe in huilen uit, op momenten dat het haar niet lukt. Wat is in jouw ogen het beste voor de cliënt? Welke alternatieven zijn er? Hoe zou jij het gesprek met de cliënt hierover aangaan?

Slide 18 - Tekstslide

Diversiteit
Nederland staat bekend als een divers en tolerant land. In ons relatief kleine land wonen veel verschillende mensen bij elkaar. Als (persoonlijk) begeleider krijg je dus te maken met diversiteit van cliënten. Diversiteit betekent letterlijk: een grote verscheidenheid.

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht
Boek: Thieme Meulenhoff; Communicatie en ondersteuning
Module 1
Lees deel 2 (beroepshouding en ethische dilemma's) helemaal en maak de verwerkingsopdrachten niveau 4  9 t/m 15
En lees deel 3 (diversiteit) en maak de verwerkingsopdrachten niveau 4 1 t/m 15

Slide 20 - Tekstslide

Wat neem je mee van deze les?

Slide 21 - Open vraag

Slide 22 - Tekstslide